Ga naar hoofdinhoud

Bestuurlijk Nederland denkt te kleinschalig (ook over houtbouw)

Ik heb er een tijdje over gedaan, maar nu snap ik beter waarom in Groot-Amsterdam en Groot-Utrecht en in diverse provincies zo ingewikkeld gedaan wordt over houtbouw. Ze willen het allemaal zelf doen.

Ergens eind vorig jaar mocht ik bij een Utrechts onderonsje zijn over houtbouw. Daar ging het, tot mijn verbazing, al snel over de mogelijkheden om ín de stad bomen te oogsten. Prima plan en er zijn prachtige ambachtelijke bedrijfjes die daar mooie meubels van kunnen maken, maar grootschalige houtbouw?
En ik las pas een notitie over de Metropool Regio Amsterdam (er zijn vast mensen die weten wat die weidse term allemaal omvat). Daarin worden de ambities voor meer houtbouw meteen gekoppeld aan de oprichting van tenminste één houtbouwfabriek en ook aan het aanleggen van productiebossen om die fabrieken van grondstof te voorzien.

Werk in het bos en in de fabriek

Het is het zaadje dat Marcel Vermeulen in de hoofden van bestuurders heeft gezaaid. In een rapport dat hij schreef voor de provincie Zuid-Holland waarover hij vertelde in de beroemde Tegenlicht-uitzending Houtbouwers: de gedachte dat in Nederland van Nederlands bos in Nederlandse fabrieken Nederlandse huizen gebouwd zouden kunnen worden.
Bestuurders zien hier ‘autonomie’ in en ‘werkgelegenheid’. En al blijkt uit doorrekeningen dat we bij lange na niet genoeg bos hebben, zelfs niet als we flink bijplanten, voor onze behoefte aan houten huizen, als die zou komen, het idee blijft verleidelijk.

Chinezen op werkbezoek?


En dan is er nog het rekensommetje: er moeten dan wel bijna een miljoen huizen bij in het komende decennium, maar in een versnipperd land als het onze komt dat bij de grootse corporaties en projectontwikkelaars, neer op een 1000, 1500 per jaar en is menig opdrachtgever al supertrots op 400, 200 of 60 woningen extra per jaar: allemaal kleine baasjes met eigen wensenpakketten en eigen deelmarkten en eigen regels.
Ga daar maar eens een prefab huizenfabriek voor opzetten. Je kunt als Amsterdamse metropool wel denken dat die fabriek 10.000 huizen per jaar in jouw regio gaat maken, maar dat is dus onmogelijk zonder rigoureuze vraagclustering, iets waarvoor zoveel ondemocratische macht nodig zou zijn dat de Chinezen hier op werkbezoek zouden willen komen.

De fabrieken zijn er al of komen er aan

Nee, wat wél gaande is is dat de houtbouw al verregaand geïndustrialiseerd is, en dat op korte termijn nog meer gaat worden. De meest vooraanstaande en gevavanceerde houtskeletbouw-fabrieken bevinden zich in oost- en noord-Nederland en er komen er nog een paar bij. Met meer dan genoeg capaciteit om de hele randstad vol te zetten, als het moet. Daarbij geholpen door de clt-huizenfabrieken die op verschillende plekken van ons land gerealiseerd worden. De grondstof van die fabrieken is op maat gezaagd clt-plaatmateriaal die van clt-fabrikanten betrokken worden. Die clt-fabrikanten bevinden zich op plekken waar hun grondstof gewonnen wordt: in de Europese bosgebieden.

Er moet productie gedraaid worden

Er worden op dit moment al zoveel prefabfabrieken in ons land gerealiseerd, dat het sowiesoe de vraag wordt of die het allemaal gaan redden: er is afzet nodig en betrouwbare omzet. Een fabriek moet productie draaien anders kunnen de investeringen niet uit.

Besluiten zijn nodig

Veel ambtelijke stukken lijken mij luchtfietserij. De ambtenaren willen zich veel te zeer met het organiseren van de productiestroom bezighouden: bos hier, fabriek daar. Terwijl er veel meer behoefte is aan een overheid die bijvoorbeeld voorschijft hoeveel biobased materiaal er in een nieuw gebouw mag zitten (in afwachting van CO2-beprijzing) en daarop handhaaft. Als dergelijke voorwaarden zijn gesteld regelt de markt het verder zelf wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld of Het Houtblad. Abonneer