Ga naar hoofdinhoud

De pipowagen, de vissershut en de strandtent

mahonieimitatie op mdf door Roland Mutsaars

Hout gaat al lang mee als bouwmateriaal. Dat is een goed ding, maar het beïnvloedt ook onze perceptie. Weten we ons wel goed te verhouden tot een houten omgeving?

Mooi hoor, die eeuwenoude Zwitserse boerderijen die je nog tot hoog op de alpenweides tegenkomt. Machtig materiaal, krachtig genoeg om pakken sneeuw te dragen. Maar de esthetiek, met die vrolijke bakken vol rode geraniums aan de vensterbank, die kun je, heel voorzichtig gezegd, niet een-twee-drie naar de Nederlandse binnensteden verplaatsen.

En aan de kust van Italiaanse provincie Abruzzo heb je een bijzonder soort vissershut: houten staketsels staan op houten poten in de branding. De vissers hoeven hun netten maar uit te gooien en weer in te halen. Je kunt er geweldig eten, aan de wal of soms in zo’n hut. Dan heb je het gevoel alsof je op een zeilschip zit. Een zeilschip vol kieren, waar de wind vrij spel heeft.

Zoals je als kind het altijd al wat griezelig vond als je met je ouders, beladen met strandtassen en badhandoeken op je blote voeten de trap van zo’n oude strandtent op het Noordzeestrand beklom. Zou je geen splinters oplopen, of iets laten vallen tussen de reuzegrote spleten en dat het dan meters lager in het zand verloren zou gaan?

Nog vroeger: alleen of met een ander kind in de bolderkar getrokken worden. Dat diende je leuk te vinden en je hoefde in ieder geval lekker niet te lopen, maar het schudde en stootte en je moest je heel goed vasthouden. Een gevoel dat je altijd vastgehouden hebt en doorassocieerde met het geslinger van Pipo de clown op de bok van zijn kermiswagen: hout, mooi, burgerlijk, ongemakkelijk…

Aan de andere kant: de mahoniehouten lambrizeringen, de donkere, geheimzinnige privébibliotheken, het ouderwetse werkvertrek: chique, soms wat muffige vertrekken waar de tijd stil staat sinds een eeuw geleden.

Iedereen zijn eigen associaties, hierboven een paar van mij. Hoe ze bij u ook uitvallen; helemaal vrijuit sta je niet tegenover hout, je hebt er een relatie toe. Ik denk dat dat meer is met hout dan met bijvoorbeeld baksteen of beton, materialen die maar voor 1 toepassing gebruikt worden. In hout vaar je, rij je, klim je, je recreëert er in, je speelt er op, je verstookt het, hakt er in.

Ik heb dat tenminste telkens, de laatste tijd als ik een gebouw met veel hout bezoek: beelden schuiven over beelden, associaties volgen associaties op. Daarbij komt dat hout juist vaak wordt toegepast om volumes te verzachten: geen bakstenen, metaal- of glasbekleding of betonnen massa, maar een ruimte die eerder alleen aangeduid wordt, gearceerd als het ware met dat latten- en lamellenwerk, zoals tekeningen door Peter van Straaten. Je ziet soms moeilijk hoe groot het werkelijk is, je bent je referentie kwijt.

Mooi is dat eigenlijk, die verwarring. We zien een vormentaal ontstaan die een eigen werkelijkheid schept. Geen blokhutten of Pippi Langkous-huizen, geen Scandinavisch rood, maar een eigen stijl en toepassing van hout. Zal wel een generatie duren voordat die stijl uitgekristalliseerd is. Tot die tijd is het vrij experimenteren dat het een aard heeft.

Jan Maurits Schouten
Hoofdredacteur Het Houtblad

Als hoofdredacteur van Het Houtblad houdt Jan Maurits Schouten zich vooral bezig met de bewustwording van de voordelen van het gebruik van hout in de bouw. Daarbij houdt hij zeker ook ene scherp oog op de hindernissen en ‘uitdagingen’ waarvoor de inzet van dit materiaal al dan niet onnodig wordt gesteld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld of Het Houtblad. Abonneer