Ga naar hoofdinhoud

Holzwege: paden die naar het bos leiden

Met flinke restricties en als we maar niet allemaal tegelijk gaan mogen we door de bossen wandelen. Daar lopen tal van paden met als gemeenschappelijke eigenschap dat ze van ergens naar ergens gaan. Op de Holzwege na.

Ik weet eigenlijk niet of ze een Nederlandse naam hebben, terwijl ik ze met regelmaat wel tegenkom. Ik begrijp wel dat dit ergernis nummer 1 van de Nederlander is als het om bosbouw gaat: sporen van bosbouwers in het bos. Ik denk dat die klagers de resten van een rustiek kampvuurtje waarop de gebutste en geblakerde koffiepot gestaan moet hebben, samen met het slijpsel van een steen waarmee de hakbijl iets is aangezet, nog wel zouden waarderen.

Maar het gaat dus om sporen van zwaar materieel. In de tijd van Martin Heidegger, die het woord introduceerde in de filosofie, nog vooral door paarden en sleeën en karren veroorzaakt, tegenwoordig natuurlijk vooral door trekkers en grijpers en wagens, en nog altijd, in alle tijden, door het vallen van de geveld bomen zelf, hun achtergelaten takken en het slepen van de zware bomenlichamen. De mensen vinden dat maar een rotzooitje: hun mooie verscholen bospad opeens een stuk breder en lichter, zwarte bandensporen in de humuslaag.

Die houtwegen zijn ondertussen wel een leuke kwestie in een bos waarin je je ‘alleen op de wegen en paden’ mag begeven. Want het is een weg. Geen als weg bedoelde weg maar wel als zodanig in gebruik geweest. En het feit dat hij meestal wel van ergens vandaan komt maar ook meestal nergens eindigt (de machines gan het bos in, rooien de bomen en rijden weer terug over hetzelfde traject) wil niet zeggen dat hij geen weg is.

Vaak gooien de bosbouwers, om verwarring te voorkomen, nog wat van de takken en wortels die ze niet kunnen gebruiken aan het begin over zo’n pad. Maar die blokkade heeft naar mijn weten geen rechtsgeldigheid volgens het wetboek van strafrecht. Je mag lekker stout zijn en zo’n barricade gewoon passeren. Ik deed het een tijdje geleden en had achtereenvolgens een ontmoeting met een jong zwijn en een roedel van zo’n zes herten.

Waarmee maar gezegd wil zijn dat wie voor bomen kiest en gaat waar dat ongebruikelijk is, bijzondere dingen kan beleven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld of Het Houtblad. Abonneer