Ga naar hoofdinhoud

Laten we twijfels serieus nemen

Je draait je om en er is een nieuw houtbouwconcept. Je klapt in je handen en er is weer iemand begonnen met een huizenfabriek. En er zijn belangstellenden en proefprojecten en durvers genoeg om prototypes en nul-producties neer te zetten. Laten we hopen dat daar, laten we optimistisch zijn, 80 procent heel goed aan is.

Opmerking 1: een gemiddeld nieuwbouwhuis van traditionele materialen heeft 40 opleverpunten die groot genoeg zijn om te noteren en met de aannemer op te nemen. Gemiddeld. Zonder opleverpunten komt eigenlijk nooit voor, heel veel meer dan 40 best vaak. En daar horen dus niet functionerende lichtknopjes bij, maar ook lekkende spouwmuren waardoor de woning tot op slopershoogte mag worden afgebroken.

Opmerking 2: houten woningen zijn gaaf en comfortabel om veel redenen. Maar iedereen weet dat het een natuurproduct is. Dat het dus naden kan trekken en scheuren kan tonen en dat het kan kraken, soms, of een beetje uitzetten bij regenachtig weer, droog kan aanvoelen in zomerhitte.

Dit gezegd hebbende: ik sprak niet lang geleden twee schilders die zich specialiseerden in het schilderen van ‘behandelvrije’ gevels van hout. Soms gaat er wat mis in de fabriek, soms is er té optimistisch uitgegaan van ‘natuurlijk vergrijzen’ maar blijkt een vergrijzer of beits toch wel heel erg welkom, soms zijn er montagefouten en ontstaat er vochtophoping en dus houtrot… ze hadden er een aardig boterham aan.

Opmerking 3: onderhoud, exploitatieperiode… het zijn geen woorden die standaard in de bagage zitten van architecten, ontwerpers of bouwers. Wel meer en meer, zeker nu de aandacht voor circulariteit toeneemt. Was het vroeger vooral gaaf om het ene na het andere nieuwe gebouw neer te zetten en maakte het niet veel uit wat er daarna mee gebeurde, ciruclariteit maakt het sexy om na te denken over materialen en detailleringen die er voor zorgen dat het toegepaste materiaal behouden blijft.

Dat geconstateerd hebbende: kijken we bij al die nieuwe losmaakbare en verplaatsbare concepten wel voldoende naar kwesties als behoud, duurzaamheid in de conservatieve zin: dat het niet snel kapot gaat en er goed uit blijft zien.

Want dat zijn best vooroordelen van ‘de mensen’: dat hout snel rot, dat je geen duurzame waar voor je geld krijgt. Enne… dat managers snelle beslissingen kunnen nemen en grote dingen voor elkaar krijgen, er van uitgaande dat de professionals die ze managen het product dat ze leveren wel even in orde zullen maken.

Wat is maar zeggen wil: laten we krachten en kennis bundelen, af en toe pas op de plaats maken en zeker als we als kenner iets zien gebeuren waarvan we weten dat het beter kan niet onze mond houden: niemand is er bij gebaat als er over een jaar, over vijf jaar minder dan die 80 procent van de houtbouwwoningen akelige problemen vertonen. Akeliger nog dan traditionele huizen. Wat op zich een prestatie zou zijn. 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld of Het Houtblad. Abonneer