Ga naar hoofdinhoud

Met een boom als polsstok uit de cirkel springen

Een mooi advies van de SER is dat: het gebruik van biomassa als stookmateriaal voor elektriciteitscentrales verminderen. Het is vooral een erkenning voor de waarde van hout. Het is namelijk geen circulair materiaal, maar meer dan dat.

Eigenlijk is de gedachte van de energiecentrales heel goed te volgen: fossiele brandstof moet je afbouwen, want daarvan is een voorraad X en als je het opstookt wordt het -Y, nooit +Y. Dus het raakt op den duur op. Bovendien zijn fossiele brandstoffen ooit bomen en beesten geweest, objecten die grotendeels van koolstof gemaakt zijn. Die CO2 is dus een paar miljoen jaar opgeslagen geweest. Nu verbrand je het, dus komt het vrij. Dat kun je een kringloop noemen, maar het is een paar miljoen jaar wachten en er moet een massale sterfte van organismen komen en die organismen moeten dan bedekt worden met een dikke laag modder en gesteente voordat de cirkel gesloten is. Omslachtig. Niet de bedoeling.

Dan hout: dat groeit op, slaat koolstof op, versnipper en verbrand je, koolstof komt weer vrij, maar ondertussen groeit er nieuwe koolstof uit de grond. Cirkel gesloten, toch?

Wat er goed aan is: een erkenning dat hout een CO2-katalysator is. Dat bomen een wezenlijk aandeel hebben in het opnemen (én afgeven) van koolstof. Dat is winst. De waarde van de boom wordt gezien. Wat er slecht aan is: Dat alles van waarde weerloos is en geplunderd en uitgebuit kan worden. Grote productiebossen, alleen voor de biomassastook. Verder waardeloos hout, gekweekt om zo snel mogelijk op te schieten en tot korrels vermalen over de wereld vervoerd te worden, enkel om in de houtkachels te verdwijnen. Een soort bosmijnbouw. En dan klopt het rekensommetje voor de centrales misschien wel: we stoten A uit en nemen met de bossen ook A uit de lucht (benieuwd of dat ook helemaal is uitgerekend op de vrachtwagen- en vliegtuigbewegingen, lijkt me sterk), maar voor de aardbol en het grote CO2-probleem is het in geen enkel opzicht een oplossing.

Want we doen wel alsof we, als we de cirkel gesloten hebben, een circulaire economie hebben (wat voorlopig een utopie is), dat we dan vrolijk en duurzaam ons ding weer kunnen gaan doen. Maar wat er werkelijk moet gebeuren is dat we de olie en de steenkolen en het aardgas en het veen weer terug in de grond gaan stoppen. De koolstof die we in twee, driehonderd jaar hebben vrijgemaakt uit de aardkorst en de lucht in geblazen, die moeten we daar weer in terugbrengen.

En ja, ook daar zijn bomen weer een sleutelfactor in. Ze dienen niet om via de helleovens van de centrales geofferd te worden aan de circulariteitsgedacht, ze zijn de polsstok waarmee we aan de cirkel kunnen ontsnappen: zoals de dino’s bewaard bleven en geplet tot een koolstofvoorraad onder de grond, zo moeten de bomen bewaard blijven als koolstofreservoir boven de grond. In gebouwen, meubels, voertuigen, álles zolang het maar behouden blijft. Een wereld van biomaterialen zo veel mogelijk biomaterialen. En dan bij einde gebruik een grote stapel biomassa bedekken met aarde. Alleen zo maak je een cirkel die de miljoenen aankan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld of Het Houtblad. Abonneer