Ga naar hoofdinhoud

Natuurproduct dat zichzelf mag zijn

De huizen worden er wel Efteling-achtig van, maar daar vinden we vast ook een oplossing voor. Wat een goed idee om niet al het hout in standaard afmetingen te zagen, maar uit te gaan van de vorm en de kracht van de bomen die je aantreft en op basis daarvan te ontwerpen.

Ik heb het over het onderzoek dat onder penvoering van de hogeschool van Trier op dit moment wordt uitgevoerd. Een Duits consortium buigt zich over de vraag of loofbomen die we nu als ‘waardeloos’ beschouwen niet tóch in de bouw zouden kunnen worden ingezet.

De reden daarvoor is duidelijk: wie de eeuwig zingende Duitse bossen kent weet dat daar veel te veel naaldhout staat. Allemaal heel verantwoord beheerd, machtige sparren en dennen en lariksen, maar het zijn er te veel en er zit te weinig ander hout tussen. Saai voor het oog maar veel te smakelijk voor de kevertjes die er, steeds minder gehinderd door strenge vorst, genadeloos in te keer gaan.

Dus moet er meer loofhout in de bossen komen. Maar loofhout is lastig. In Het Houtblad van april beschrijven we al het fenomeen Baubuche: beukenstammen worden efficiënt en bijna zonder verlies in zijn geheel geschild, de schillen worden verlijmd tot LVL, het resultaat is erg mooi, zeer sterk bouwmateriaal, sterker dan wat we van grenen kunnen maken.
Dat wat betreft beuken. Maar eiken is een ander verhaal. Een eik schil je niet zo makkelijk. En uit een grote, sterke eik zaag je een prima balk, dat weten ze al uit de tijd dat ze er kastelen en kathedralen mee bouwden.
Maar de ene eik is de andere niet, en een volgroeide eik, die heeft er wel erg lang over gedaan om zo groot te worden. Kunnen we niet wat met kleinere eiken, minder oud, minder stevig, vroegen ze zich in Trier af.
En wat ik dan een wonder van voortschrijdend inzicht vindt is dat er niet gezocht wordt (tenminste niet in dit, groot opgezette, onderzoek) naar manieren op dat ‘minderwaardige’ hout te ‘optimaliseren’, lees: behandelen met loog of zuur of lijm, of in stukjes hakken en aan elkaar plakken. Nee: er wordt voor gekozen om de boom om te zagen en van zijn takken en schors te ontdoen en dan eens goed, stuk voor stuk, te kijken naar de balk die je dan overhoudt: beetje krom, beetje knoestig, maar sterk genoeg om een constructie te dragen.
Maak daar een databank van met alle eigenschappen en laat dan, als je gaat ontwerpen, de computer de juiste balken bij de gewenste constructie zoeken. Dan krijg je dus geen superstrak effect: kolommen en liggers als stalen of betonbalken, maar échte boomstammen in je huis of flat.
Het doet me denken aan vegetarisch ‘vlees’. Dat doet op dit moment heel veel moeite om op ‘echt’ vlees te lijken. Dat doet dat gezaagde, geschaafde, geschilde en geplakte hout van nu ook; bomen die op ‘echt’ bouwmateriaal proberen te lijken. Maar bomen zijn echter dat een stalen balk of een betonnen kolom. Hoe ver moet biobased bouwen zijn doorgedrongen voordat we weer met bomen durven bouwen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld of Het Houtblad. Abonneer