Ga naar hoofdinhoud

Over een hobbeltje hier en daar

Een revolutie hebben we in Nederland nog nooit meegemaakt. We vinden het nu al snel gaan met die houten gebouwen overal. Terwijl we weten dat het niets is vergeleken met wat er nog dagelijks in mineraal en staal in de wei wordt geheid. Er zijn nog heel veel hobbels te overwinnen.

Zolang een stad als de mijne plannen voor de ene nieuwbouwwijk na de andere door de gemeenteraad laat goedkeuren, hoogstens met een ‘natuurinclusief’ sausje er over, maar alles van beton, kalkzandsteen, staal en metselstenen. En zolang diezelfde gemeente zich laat voorstaan op zijn groen-linkse hart en een superduurzame gemeente zegt te willen zijn, zolang is er iets raars aan de hand. Een byass, een cognitieve dissonantie in over de bouw besluitend Nederland. Want het gaat hier niet om mijn stad; je ziet overal de prefab betonnen bouwdelen door de lucht zweven en de stalen skeletten van wéér een distributiedoos uit de grond rijzen. Alsof er geen klimaatcrisis is, alsof er geen alternatief bestaat.

Niet dat bestuurders en beslissers niet welwillend zijn. Mijn stad, bijvoorbeeld, heeft een zelfbouwwijk en daar bouwen de mensen eigener beweging houten huizen of huizen van leem en stro. En er komt een flat van hennepbeton. Waarschijnlijk, na een ontwikkeltraject en als de muts van de woningcorporatie dan nog steeds goed staat. Je ziet dat meer, hè? De mensen moeten nog wennen aan hout? Nou, ga maar eens in Amsterdam-Noord kijken, hoeveel mensen daar hun kaveltje met CLT bebouwd hebben. Om van de tiny-homes all over the country maar te zwijgen: mensen hebben niets tegen hout, integendeel.

En corporatiebestuurders willen wel. En gemeentebestuurders, en de provincie en het rijk en de ene na de andere samenwerkingsregio waarvan je nog nooit gehoord hebt wil de houtbouw stimuleren en het biobased produceren bevorderen. Maar er lijkt geen radertje te zitten tussen al die welwillende bestuurderen aan de ene kant, die experimenten doen en prijsvragen uitschrijven en de beleidsmakers die ondertussen de stadsuitbreidingen plannen en bouwplannen goedkeuren.

Er is veel, terecht, gedoe om dat in ieder geval in regelgeving te gaan sturen. Een MPG die een paar tandjes strakker staat brengt biobased bouwmateriaal al snel meer onder de aandacht. Maar er zijn op nog veel meer plaatsen knoppen die nog om moeten. Ik denk onder andere aan de financieringskant. Het zieke van het huidige systeem is dat gemeenten hun grond zo duur mogelijk willen verkopen, projectontwikkelaard daar zo economisch interessantst op willen bouwen, de bewoner niets te kiezen heeft en de grote geldschieters maar te beleggen hebben in wat er gebouwd wordt (ik sprak daar pas iemand van een heel grote belegger over die in vastgoed doet voor heel grote fondsen. Fiscaal gezien mogen ze niet aan projectontwikkeling doen en zijn ze aangewezen op eventueel hun eigen uitvraag en dan wat de ontwikkelaars er verder van maken).

Terwijl: de mensen willen wel in hout wonen. Voor zichzelf en voor het milieu. Gemeenten willen wel houten woningen. Voor de leefbaarheid en schoonheid. En investeerders willen wel in houtbouw investeren. Je zou bijna zeggen: cut out the middle man. Maar ook ontwikkelaars heb je nodig. Een stap zou zijn als we de opgeslagen CO2 zouden kunnen kapitaliseren. En de opbrengst van de bouwmaterialen bij einde levensduur in een circulaire economie. Dat zou namelijk kunnen wegleiden van de eenmalige winstmaximalisatie: als de ontwikkelende, bouwende, energieleverende, investerende en bewonende partijen namelijk met elkaar een relatie aangaan van enige decennia waarbij de opbrengst van een gebouw in termen van energie (-opwekking), CO2 (opslag) en materiaal (-prijsstijging) in de tijd aan alle partijen baat zou brengen, dan zouden de wijken van morgen er heel anders uit kunnen zien. En ja, dat is vanuit de huidige praktijk gezien een heel revolutionair idee…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld of Het Houtblad. Abonneer