Ga naar hoofdinhoud

Over opgewonden roepen en een norm als een olietanker

Trek je oliejas maar strak en zet je zuidwester maar op als je nu nog niet bezig bent, als bouwer, om je te bedrijf klaar te maken voor houtbouw. Alle in het oog springende voordelen van het materiaal zijn allang bekend. En de normen en wetten zijn onderweg.

Aanleiding? Het, ook door Het Houtblad ondertekende manifest om met spoed iets te doen aan wat als een discriminatie van hout als bouwmateriaal in de normen voor de Milieu Prestatie Gebouwen gezien wordt. En de stampij die daar vervolgens over gemaakt is, die leidde tot kamervragen die tot een toezegging van minister Kajsa Ollongren leidde: ze zal bekijken of die oneerlijke berekening aangepast kan worden. In haar antwoordt jokte ze trouwens wel een klein beetje.

Voor wie het spoor bijster is: ja, dat is de berekening waarover ik dit voorjaar al uitgebreid sprak in een webinar met Harry Nieman, directeur van de Milieudatabase, de bron voor de MPG. (ik ga door na de video)

Niemans punt: hout komt al heel goed uit de MPG. Maar het is waar: er zijn vragen te stellen over de Life Cycle Analyses van houtbouwproducten, vergeleken met bijvoorbeeld die van staal: bouwmaterialen hebben in de berekening een functieduur. Van staal wordt aangenomen dat dat bij sloop restloos kan worden hergebruikt, eventueel door het te smelten. Van hout wordt ervan uit gegaan dat het bij einde-gebouw sloophout wordt. Van een beetje van dat sloophout, dat weten we allemaal, daar kan een Piet Hein Eek aardige tafeltjes van maken. Maar de grote bulk gaat linea recta de verbrandingsoven in. En dan komt de CO2 weer in het milieu en dat komt zo in de berekeningen.
Dat voelt in de basis al onrechtvaardig: want heel wat van dat staal wordt heus niet keurig ge re- of upcycled maar ligt gewoon ergens weg te roesten en zo zijn samenstellende delen, waaronder CO2, terug te geven aan de natuur. En bewerkingen om staal te hergebruiken kunnen zelf weer heel energieslurpend en CO2 uitstotend zijn.

En qua hout… sloophout kun je ook versnipperen en dan in composiet verwerken. In het komende Het Houtblad een verhaal over een experiment met sloophout van de B-categorie, al best lastig afvalhout. Daar kan het ook mee. Doe je dat met een biobased bindmiddel dan heb je opeens een duurzaam soort plastic. Niet ieders kopje thee, maar het slaat zijn CO2 in ieder geval nog altijd op.

En dan heb je nog de houten revolutie, en het circulaire denken en handelen. Over 75 jaar slopen we helemaal geen panden meer bij einde gebruiksduur, maar nemen we ze uit elkaar en maken we de onderdelen te gelde. En dan kun je evengoed de stalen balken lossschroeven als de houten muren. Oneindig makkelijker dan betonnen of kalkstenen muren. Die zul je nog altijd moeten vergruizen om er nog wat bruikbaars mee te doen. Er van uitgaande dat de huidige demontabele houten huizen het veel langer dan 75 jaar gaan volhouden en ze daarna dus demontabel zijn en het hout daarna weer tientallen jaren te gebruiken is, wordt het uiteindelijke vervallen tot afval en daarmee prijs geven van CO2 een wel heel theoretische exercitie.

Minder ingewikkeld is het heel bijzondere voordeel dat biobased materiaal heeft qua CO2 vergeleken met minerale en ferroproducten: het groeit weer terug. De boom stofzuigert CO2 uit de lucht, wordt geoogst en op de plek waar hij stond groeit weer een volgende stofzuiger terug. Dat ga je never nooit niet bij een ijzermijn of een cementgroeve beleven. Dat maakt de CO2-winst van hout dubbel zo groot, terwijl het al positief is, tegen het negatieve CO2-belasten van niet-bio-materialen. Dit is het biogene aspect van bouwhout. Volgens Ollongren in haar antwoorden, ongetwijfeld ingefluisterd door de mensen van de MPG, zit het biogene aspect al in de norm (EN 15804) die de grondslag van haar berekeningen vormt. Te weten: de opslag van CO2 in hout wordt meegerekend als positief aspect. Maar andere landen interpreteren precies dezelfde Europese Norm en het biogene karakter daarvan anders: niet alleen de CO2-opslag, maar ook de hergroei kan aan het bouwmateriaal worden toegerekend. De ratio schrijdt voort! en langer of korter: een Europese norm wordt ‘vanzelf’ via de raderen die daartoe dienen, een Nederlandse norm. TNO rekende deze andere interpretatie van ‘biogeen’ CO2 al even door, met spectaculaire uitkomsten: houtbouw wordt dubbel zo duurzaam.

Dus: een olietanker, dat is natuurlijk een wel heel ongepast beeld: want die zit vol met allemaal oeroude biomassa, klaar om weer CO2 te worden. Maar zo’n olietanker, die wendt dus onder betrekkelijk lichte druk op den duur wel degelijk zijn steven. En dan koert hij naar nieuwe horizonten. Eén waar niet eens CO2-beprijzing nodig is, maar een eenvoudige blik op de MPG leert dat men hout kieze wanneer men een bouwwerk verkiest te realiseren.

Jan Maurits Schouten
Hoofdredacteur Het Houtblad

Als hoofdredacteur van Het Houtblad houdt Jan Maurits Schouten zich vooral bezig met de bewustwording van de voordelen van het gebruik van hout in de bouw. Daarbij houdt hij zeker ook een scherp oog op de hindernissen en ‘uitdagingen’ waarvoor de inzet van dit materiaal wordt gesteld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld of Het Houtblad. Abonneer