Ga naar hoofdinhoud

Ze zeggen: spring!

Op elke basiscursus sales en in elk beginnersklasje marketing leer je: nooit over de ander praten, vooral de voordelen van je eigen product benadrukken. Dat is heel lang volgehouden door de houtbranche. Maar als je ze er om vraagt kunnen ze het je natuurlijk best vertellen. Het wordt tijd voor tappen uit een ander vaatje.

En natuurlijk zit het er altijd wel een beetje in. Als je zegt: dit gebouw slaat zo-en-zoveel CO2 op omdat het van hout gemaakt is, dan zeg je eigenlijk al dat dat met een ander materiaal niet gehaald kan worden. Een grappig tooltje op het wereldwijde web, opslagco2inhout.nl, laat dat bijvoorbeeld al sinds jaar en dag keihard en gefundeerd zien: was dit gebouw niet in hout gebouwd, dan was er zo-en-zoveel CO2 de lucht in gegaan.

Maar verder: keurige lui, daar bij de houtlobby. En ook op MPG gebied bleven ze net zolang argumenten aanvoeren en bewijzen verzamelen dat het heus wel goed gekomen zou zijn met die LCA-berekeningen van hout, al was dat vast niet in zo’n stroomversnelling geraakt als er niet mensen met wat meer urgentiegevoel aan hefbomen waren gaan trekken en politiek wat in beweging zetten.

Dat is een beetje de wet van de remmende voorsprong. De argumenten voor houtbouw die nu door zoveel mensen met zoveel enthousiasme aan elkaar verteld worden (ik sprak iemand die tot 72 argumenten vóór houtbouw was gekomen, ik wed dat hij er inmiddels al meer kent), die argumenten die kent de houtsector allang. Die hebben ze daar al decennialang proberen te vertellen. En als er dan niet naar je geluisterd wordt ga je inbinden, je bescheiden opstellen. Voor sommigen is het nog steeds als wakker worden uit een verkeerde droom. Ik hoorde een fabrikant van CLT zeggen: járen heb ik houtbouw verkocht als licht en makkelijk. Begon ik over CO2 dan zeiden ze: je hebt zeker geen argumenten meer over? Nu is het de belangrijkste reden waarom mensen bij onze producten uitkomen, al het andere is soms een verrassing of in ieder geval een bijkomend voordeel.’


Met als gevolg dat de houtbranche zichzelf een beetje als een underdog is gaan beschouwen, ‘we zijn maar een kleine branche’. En qua bedrijfstypen en bedrijfsgrootte zou je dat misschien kunnen zeggen (al ken ik bepaald wel kleinere branches in de bouwsector, best veel, eigenlijk). Maar wat er aan kapitaal door de handen van de houtsector gaat, veel op doorreis naar de tussenhandel en professionele eindgebruiker, dat is eigenlijk best wel heel er substantieel. Houtbouw is natuurlijk nooit weggeweest: houten daken, kozijnen, deuren, rabatdelen, boeiboorden… bouwbedrijven bestaan nog altijd voor een groot deel uit mensen met een timmeropleiding.


En dat is de grote sprong die er aan zit te komen: de branche gaat zich snel vergroten. Er komen houtprojectontwikkelaars bij: ontwikkelaars die van houtbouw uitgaan. Houtbouwinkopers: functionarissen bij corporaties die verantwoordelijk worden voor het percentage circulaire woningen, dat moet toenemen. Houtbouwbouwers: de hele groten, de TBI’s, Heijmansen en Dura Vermeers van ons ons land zijn allang met de houtbouwrevolutie bezig: de markt expandeert. Van de springplank van een al-best-wel-grote markt zijn we nu aan het huppen naar een sprong in het grote onbekende. De transitie is begonnen. En wij zijn er bij.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld of Het Houtblad. Abonneer