Ga naar hoofdinhoud

Zullen we maar eens gaan lobbyen?

De invloed van lobbyisten op het politieke beleid is bijna spreekwoordelijk. En men spreekt er schande van en wil er wat aan gaan doen. Al is niet helemaal duidelijk wie die ‘men’ is en wat men er dan aan gaat doen. Ondertussen: die lobby zal er wel altijd blijven. Goed om eens al dan niet gezamenlijk een bio-bomen-houtbouwlobby te starten. Doe je mee?

Ja, het handwerk moet ook gebeuren. Als er geen eerlijk speelveld is voor houtbouw in een energieberekening omdat, om wat voor redenen dan ook, de data en rekenmethodes ongunstiger uitvallen dan redelijk is, dan moet je daar wat aan doen. Een manifest opstellen, deskundigen erbij halen, stukkies in de krant zetten, Tweede Kamerleden interesseren en zo de minister opnieuw naar uitvoeringsregelingen laten kijken. Mooi hoor. Een topvoorbeeld van super-effectief lobbywerk. Zeker als je daarna wordt gevraagd om mee te denken. Meedenken, dat is zo’n beetje de Olympus van de lobbywedstrijd. Heel goed. Dat gaat verder, met wat gehakketak en gekinnesin met lobbyisten met andere belangen vast helemaal goed komen en dan is biobased materiaal in de berekeningen weer wat gunstiger.
Ondertussen is in deze kabinetformeringstijd een heel andere lobby nodig. Eén die gaat voor ingrijpend en vergaand beleid. Een lobby van visie op hoe ons land er over vier jaar bijstaat op de weg die ofwel leidt naar een voor mensen onleefbare wereld ofwel naar een wereldbol waarop het voor een generatie of twee verderop nog altijd wel genieten is.
Wat is die droom van over vier jaar? Dat er nergens meer onnodig cement of staal gebruikt wordt. Dat geen bouwmachine nog stikstof uitstoot. Dat het woningtekort is opgelost en dat er overal jonge bomen groeien die CO2 voor ons opslurpen en opslaan. Dat een belangrijk deel van de bouw zich heeft omgeschoold. Dat huizen van biobased, herbruikbaar en uiteindelijk circulair materiaal gemaakt zijn.
Hoe gaat de politiek dat waar maken? Door het bossen- en bomenbeleid aanmerkelijk uit te breiden. Door een bos-voor-land subsidie in te voeren waarbij boeren en landeigenaren hun akkers en weiden deels met bomen beplanten, deels voor huizen (uiteraard verplicht in houtbouw) mogen inzetten. De boer kan bomenverbouwer worden of ook zijn bos verkopen aan iemand die daar wel zin in heeft.
En verder: Frankrijk volgen: alle bouwprojecten van de overheid, semi-overheid en overal waar de overheid maar invloed op kan hebben voor een groot deel verplicht in biobased laten uitvoeren. Verschillende Duitse steden volgen: bepaalde plaatsen aanwijzen waar ook de vrije sector alleen mag bouwen als het in houtbouw gaat.
En verder: een CO2-belasting invoeren. Uiteraard ook voor fabrieken die huizen van beton maken, een zeer ongewenste ontwikkeling die momenteel in een stroomversnelling is geraakt. En waar anders over een paar jaar een grote schaderegeling moet worden getroffen om ze weer te laten stoppen. Dat geld kun je nu beter gebruiken om huizenfabrieken te steunen die huizen van hout bouwen.
Laat ik het even hier bij houden. Wat we bij een nieuw kabinet willen zien is marktsturing in plaats van het masseren en licht aanwijzingen geven aan de markt. Vanuit een diepgevoelde urgentie om de destructie van ons leefmilieu en even diep vertrouwen in de overwinning van natuurkrachten als we die maar op de juiste wijze weten in te zetten. Niet door millennia oud verpapt en versteenkoold oerbos op te stoken in machines en fabrieken maar door de wereld te overwoekeren met hout, in levende en geoogste vorm.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld of Het Houtblad. Abonneer