Ga naar hoofdinhoud

Houtdag 2019 ‘In het oog van een Perfect Storm’

Veel blije, tevreden en een beetje opgewonden gezichten na afloop van de Houtdag 2019, op 21 november in Naturalis, Leiden. Er hangt een gevoel van urgentie in de lucht als het om houtbouw gaat. De ruim 230 mensen die bijeen waren op de Houtdag bereiden zich voor op die toekomst.

Het thema van deze Houtdag 2019 was ‘Hout is de toekomst’ en presentator en gastheer Jan Maurits Schouten, hoofdredacteur van Het Houtblad sinds februari, had een paar maanden geleden ook niet verwacht, -gaf hij toe-, dat die slogan nu zo waar zou blijken te zijn. Schouten: ‘Toen ik werd gevraagd voor Het Houtblad leek me dat een mooi magazine om te maken, dus ik zei “ja”. Toen bleek er ook de organisatie van de Houtdag bij te horen. We kozen ervoor om houtbouw in al zijn aspecten te belichten: cutting-edge esthetisch en technologisch, maar ook de houtbouw in het licht van regelgeving. En daarnaast ook op zoek te gaan naar de heel praktische invalshoek: waar moet je als bouwer op letten als je houten kantoren of zelfs flatgebouwen gaat realiseren.’

Presentator en gastheer Jan Maurits Schouten (Het Houtblad)

En nu zit de houtbouw, door het Klimaatakkoord, het Grondstoffenakkoord, de CO2-discussie én de stikstofdiscussie ‘In het oog van de orkaan, een Perfect Storm’, aldus Schouten. ‘De 70.000 woningen die we in ons land willen realiseren, dan kan haast niet anders dan met houtbouw.’

Architecten, adviseurs en studenten

In dat revolutionaire licht was het programma misschien nog mild te noemen, met aandacht voor zowel natuur als techniek. Het publiek bestond voor een groot deel uit architecten en daarnaast uit opdrachtgevers, uit medewerkers van (hout-) technische adviesbureau’s en studenten van verschillende hogescholen en de TU Delft. Het kreeg een breed spectrum aan informatie aangeboden.

Biodiversiteit

Caroline Breunesse, hoofd tentoonstellingen van het Biodiversity Center Naturalis legde uit hoe het museum het belang van biodiversiteit wil laten zien door een keuze uit de circa 42 miljoen specimen die in de centrale toren van het instituut liggen opgeslagen aantrekkelijk te presenteren. ‘We benadrukken vooral hoe rijk de natuur is, wat je alleen al over één object, zoals een opgezet zebrajong, kunt vertellen.’ Zo vertel je een positief verhaal, vind ze, in een wereld waar de soortenrijkdom snel achteruit gaat en soorten uitsterven zonder dat ze ooit door de mens ‘ontdekt’ zijn.

Caroline Breunesse, hoofd tentoonstellingen Naturalis

Meubelkasten aan de wand

Na Breunesse kreeg Frank Beelen het woord. De architect in dienst van Neutelings Riedijk Architecten was nauw betrokken bij de bouw van het Naturalis-gebouw en ging diep in op de houten ‘meubelkasten’ zoals hij ze noemt, waarmee interieurbouwer Harryvan het ruim 30 meter hoge atrium aan de binnenzijde bekleed heeft. In de ‘kasten’ zijn alle leidingen weggewerkt, ze zijn van led-verlichting voorzien en bovendien dragen ze, door hun vulling met akoestische wol, heel wezenlijk bij aan de zeer gunstige akoestiek van de immense hal. Beelen legde veel uit over de techniek achter deze houtbouw en ook over het samenspel tussen de parketteur en de interieurbouwer, die ook verantwoordelijk was voor de plafond- en wandbekleding uit Europees eikenhout van het auditorium.

Frank Beelen (Neutelings Riedijk Architecten) over het hout in Naturalis (en een beetje over het beton)

‘Build for more with less’

Na Beelen was het woord aan de eerste buitenlandse gast, de piepjong ogende maar zeer gedecideerd en charmant vloeiend Engels sprekende Simon Bechert uit Stuttgart. Eén van de bezoekers na afloop: ‘Als ik geweten had hoe hij sprak en hij was de enige gast geweest, dan was ik ook gekomen!’ Bechert doceert, onderzoekt en werkt aan zijn proefschrift aan de universiteit van Stuttgart en gaf leiding aan de bouw van het BUGA-paviljoen in Heilbronn. Daarnaast was hij zijdelings betrokken bij de bouw van de Urbach-toren, een toren in de vorm van een gedraaide cilinder in de gelijknamige plaats. Beide wonderschoon maar bovendien ook gemaakt van houttechnieken die speciaal voor deze projecten ontwikkeld zijn. De Urbach-toren van kruislaaghout dat volgens exacte berekeningen in een precies vooraf bepaalde vorm is gebogen, zonder dat er krachten op het hout hoefden te worden uitgeoefend, puur door het drogingsproces. De denkrichting is om te besparen op de benodigde energie bij de productie van hout als bouwmateriaal.

Het BUGA-paviljoen is een biomimetisch project. Het laat zien dat overspanningen van 30 meter mogelijk zijn door lichte houten delen als het pantser van een zee-egel organisch op elkaar te laten aansluiten. Los van dat het er prachtig uitziet is de inzet van dit project ook voor de planeet interessant. Bechert: ‘De wereldbevolking groeit jaarlijks met 8 keer de populatie van Nederland. Er moeten heel snel heel veel huizen gebouwd worden, terwijl grondstoffen schaarser worden. De opdracht is dus om voor veel meer mensen met veel minder materiaal te bouwen. Daar richten we ons op.’ Hij liet tot slot een ontwerp zien van een compleet huis dat op deze manier door een licht houten ‘pantser’ kan worden omhuld.

Simon Bechert betoverde het publiek met zijn charme en zijn gedegen kennis over innovatieve houttoepassingen.

Tijdens de pauze, goed voorzien van koffie en versnaperingen, was er gelegenheid om met elkaar te netwerken en ook met de sponsoren die op een prettige en informele manier op de ommegangen rond het auditorium waren gepositioneerd.

Geïnteresseerde bezoekers bij de stand van Blokiwoods

Technische uitdagingen

Na de pauze was er een kort tweegesprek over de promotiecampagne Hout. Natuurlijk van nu! tussen Schouten en Paul van den Heuvel, directeur van het Centrum Hout, initiatiefnemer van de campagne. Van den Heuvel lichtte toe dat het streven is om op korte termijn van de huidige 1500 houten woningen die per jaar gebouwd worden naar 10.000 houten woningen, in houtskeletbouw en in kruislaaghout. Ook hij gaf aan dat de houtbouw de wind in de zeilen heeft. Niet alleen vanwege het Grondstoffenakkoord, dat heel gunstig voor hout uitpakt, maar ook door de uitzending van VPRO’s Tegenlicht van enige weken terug, geheel gewijd aan de zegeningen van houtbouw.

Paul van den Heuvel met het motto van de lopende campagne ter promotie van hout

De campagne van het Centrum Hout surft geweldig mee op de golven die door dat alles al veroorzaakt worden en zet vooral sterk in op social media, al was de aandacht voor hout tijdens BNR-Nieuwsradio The Big Five ook van harte meegenomen (en sterk gesouffleerd door de campagne).

Wat daarna volgde was het enige minpuntje van de middag: was al duidelijk tijdens de presentatie van Simon Bechert dat videobeelden haperden, dat lot bleek ook te zijn weggelegd voor de campagnefilm die Van den Heuvel wilde tonen. Die is alsnog hier te zien:

De promotievideo van de campagne Hout. Natuurlijk van Nu!

Energetisch de diepte in

Wat volgde was een lezing die door meerdere bezoekers later werd aangeduid met ‘eigenlijk de belangrijkste lezing van allemaal’. Harm Valk, namelijk, senior adviseur bij Nieman Raadgevende Ingenieurs, is een van de grootste autoriteiten op het gebied van energiezuinig bouwen. Hij schreef mee aan de BENG-eisen (Bijna Energie Neutraal Gebouw) die vanaf komende zomer voor alle nieuwbouwwoningen gelden. Hij legde de zaal uit dat het hier gaat om minimale eisen, die toch voor grote energiebesparingen zullen gaan zorgen. Belangrijk voor de houtbouw is dat houtskeletbouw en bouwen met kruislaaghout mogelijk blijft volgens de nieuwe regels, ook al heeft hout, dat van zichzelf beter isoleert dan baksteen en cement, als nadeel een relatief lage thermische massa heeft. Het materiaal houdt warmte of juist koelte minder goed vast. Maar daar is met eenvoudige en niet te dure detailleringen voldoende aan te doen. Het was geen lichte kost maar, zoals Schouten tegen Valk zei: ‘Je geeft mij, typische alfa, steeds weer het gevoel dat ik het ook begrijp.’ wat als compliment bedoeld was.

Wat is er mis met maatvoering?

Enigszins mysterieus was het intermezzo dat volgde. Schouten ontving Jan de Jong van TNO, al sinds decennia de belangrijkste kenner op het gebied van hout bij dat instituut, samen met Mark Kemna, namens FSC (een label voor verantwoord bosbeheer). Beiden heren werken, met een groep van stakeholders, aan de ontwikkeling van ‘Het kozijn van de toekomst’. Kemna: ‘Je zou verwachten dat bouwers en timmerfabrikanten daarin geïnteresseerd zouden zijn, maar vooral opdrachtgevers waaronder corporaties, zijn tot nu met ons mee gaan denken.’

Jan de Jong (TNO, links) en Mark Kemna (FSC, rechts) ondervraagd door Jan Maurits Schouten.

Het streven is wat FSC betreft om meer kozijnen van hout te laten zijn, want hoe meer gecertificeerd hout er gebruikt wordt hoe beter dat voor de bossen is. De Jong hulde zich in nevelen op de vraag hoe dit ‘Kozijn van de Toekomst’ zal verschillen van bestaande Concept III kozijnen met gegarandeerde onderhoudscycli van wel 15 jaar. Wel liet hij vallen dat wat hem betreft de gewone maatvoering van kozijnen zou kunnen veranderen. Op 3 december wordt een eerste ‘schets’ van het nieuwe kozijn gepresenteerd. Kemna: ‘Er zijn nog kaarten verkrijgbaar’.

Sponsoren bleven trekken

Ook in de tweede pauze was er de mogelijkheid om met de sponsoren te spreken. Opvallend is dat daar ook grootschalig gebruik van werd gemaakt. Zo blijkt de Houtdag via Het Houtblad een fijne relatie te leggen tussen lezer en adverteerder.

Houtafwerkingen, gevelbekledingen, bouwbedrijven, organisaties en labels, wie maar wat met hout doet en dat aan voorschrijvers wilde laten weten was aanwezig.

De man met het blok

Opvallende spreker na de pauze was de Zweed Jens Erneholt die, naar eigen zeggen, van zijn werkgever, bouwbedrijf WSP in Zweden, de opdracht gekregen heeft op zoveel mogelijk plekken zichtbaar te maken dat zijn bedrijf met hout kan bouwen. Zo was hij ook opgevallen: als iemand die heel veel post op de socials en altijd in relatie tot bijzondere houtbouwprojecten. Erneholt is namelijk zelf ingenieur en architect, heeft een aantal projecten onder zijn verantwoordelijkheid en is verder wijd en zijd bekend als troubleshooter op het gebied van hout ‘Vaak weet ik het, en als ik het niet weet ken ik wel iemand die het wel weet.’ Fijne man om te kennen, dus, al heeft hij een eigenaardige gewoonte: hij draagt altijd een blok kruislaaghout met zich mee.

Jens Erneholt draagt vrijwel altijd een blok kruislaaghout met zich mee

Erneholt gaf een overzicht van houtbouw in de verschillende Scandinavische landen. Zweden heeft tot heel recent wetgeving gehad die het verbood om hoger dan twee verdiepingen te bouwen. Dit wegens een enorme brand ruim honderd jaar geleden. Sinds het land lid is van de Europese Unie en de bouwwetgeving is veranderd wordt er heel veel groot en hoog gebouwd. Binnenkort zal het hoogste houten gebouw ter wereld niet meer in Noorwegen maar in Zweden staan. Verschillende bezoekers vonden het jammer dat Erneholt in zijn speech niet al te veel van zijn technische kennis tentoonspreidde maar zich beperkte tot het tonen van de vele grote projecten die onderweg zijn. Mogelijk een reden om hem eens terug te vragen.

Het kan wel (en doet wat met je)

Sander Kok mocht de middag inhoudelijk afsluiten. Hij was projectleider namens bouwbedrijf J.P. van Eesteren bij de bouw van het Triodos-bankgebouw in Driebergen, waarvan de draagconstructie en de vloeren van kruislaaghout, gelamineerde spanten en hergebruikte balken gemaakt zijn. Kok vertelde over zijn aanvankelijke vrees en zorgen over het bouwen met dit voor hem onbekende bouwmateriaal. Maar liet uit alles blijken dat hij volledig ‘om’ is en een groot voorstander van hout.

Onder het motto ‘Het kan dus wel’ vertelde hij over zijn verbazing toen een complete liftschacht voor vijf verdiepingen op één dieplader werd aangevoerd en in een dag met lichte kraanmachines op zijn plek werd gemonteerd. En hoe je dan een kleine intolerantie bij de aansluiting op het beton toch nog kan oplossen. Ook over zijn zorgen over vocht vertelde hij. Met behulp van een bouwpatholoog en door regelmatig dweilen werd het vochtspook buiten de deur gehouden. Het aantal opleverpunten bleek enorm laag te liggen. Met zijn gedreven en vlotte manier van praten, uit het hart en uit de praktijk, sloot Kok het inhoudelijke deel van de Houtdag 2019 op inspirerende wijze af.

Borrel na

Geen wonder dat het op de borrel na afloop nog lang gezellig bleef. Veel mensen toonden zich duidelijk geïnspireerd. Plannen werden gesmeed en kaartjes uitgewisseld. Schouten beloofde in zijn slotwoordje een Houtdag over een jaar. Maar het zou zo maar kunnen dat er al eerder een vervolg komt.

Eén reactie op “Houtdag 2019 ‘In het oog van een Perfect Storm’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld of Het Houtblad. Abonneer