Ga naar hoofdinhoud

Omzet biobased industrie stijgt naar 780 miljard euro

11.30 uur: brengt toename biobased materialen biodiversiteit in gevaar?

De biobased industrieën zetten hun groei voort met een totale bijdrage van 780 miljard euro. Dit is een opmerkelijke stijging van 30 miljard euro (+ 4%) in vergelijking met 2017 en een stijging van meer dan 20% in vergelijking met 2008. Het jaar waarin voor het eerst gegevens zijn verzameld door het nova Instituut.

Het eerste rapport van de serie werd in 2017 voor het eerst gemaakt in opdracht van het Bio-based Industries Consortium (BIC). Cijfers voor de biobased chemische industrie (inclusief kunststoffen) alleen al laten een omzet van ongeveer 54 miljard euro zien; het biobased aandeel is hierin relatief stabiel op ongeveer 15%, een stijging ten opzichte van 7,5% in 2008.

Analyseresultaten

Uit de analyse van de Eurostat-gegevens van 2018 blijkt dat de omzet van de totale bio-economie de EU-27 en het Verenigd Koninkrijk iets meer dan 2,4 biljoen euro bedraagt. Dit is inclusief de voedingsmiddelen- en drankenindustrie en de primaire sectoren van land- en bosbouw. De waarde betekent een stijging van ongeveer 25%.

De voedingsmiddelen- en drankensector is goed voor ongeveer de helft van de omzet, de biogebaseerde industrieën, zoals chemicaliën en kunststoffen, farmacie, papier- en papierproducten, bosindustrieën, textiel, biobrandstoffen en bio-energie zijn goed voor ongeveer 30%. Nog eens 20% wordt gegenereerd door de primaire sectoren land- en bosbouw.

In tegenstelling tot de stijgende omzetcijfers, is de werkgelegenheid in de Europese bio-economie licht gedaald van 18,5 miljoen mensen in 2017 naar in totaal 18,4 miljoen mensen in 2018. Dit hangt grotendeels samen met de efficiëntieverhogingen die in de productie zijn doorgevoerd. De primaire biomassaproductie, voornamelijk landbouw, draagt het meest bij aan de totale werkgelegenheid (54%), maar een relatief lage omzet (20%).

Verschillen

De gegevens laten ook duidelijke verschillen zien tussen groepen lidstaten. Zo zijn de Centraal- en Oost-Europese landen Polen, Roemenië en Bulgarije meer vertegenwoordigd in de sectoren met een lagere toegevoegde waarde aan de biogebaseerde economie. Zij creëren veel banen. Dit wijst op een sterke landbouwsector die vaak arbeidsintensief is in vergelijking met sectoren met een hoge toegevoegde waarde.

Ter vergelijking: West- en Noord-Europese landen genereren een veel hogere omzet in verhouding tot werkgelegenheid, wat wijst op een groter aandeel van raffinage- en waardetoevoegende industrieën. De landen met de hoogste verhoudingen tussen omzet en werkgelegenheid zijn Finland, België en Zweden.

Nova Instituut

nova-Instituut is een particulier en onafhankelijk onderzoeksinstituut dat is opgericht in 1994. Het instituut biedt onderzoek en advies met een focus op de transitie van de chemische industrie en materiaalgebruik.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld of Het Houtblad. Abonneer