Ga naar hoofdinhoud

PEFC voor biocomposiet

Innodeen in Lochem heeft het PEFC-certificaat ontvangen voor haar circulaire biocomposiet genaamd Compodeen WFC (Wood Fibre Composite). Het product bestaat voor uit 72% uit houtvezels die afkomstig zijn uit reststromen vanuit duurzaam beheerde, PEFC-gecertificeerde bossen.

Het andere bestanddeel dat bij extrusie wordt toegevoegd is polypropylene (PP). Dit levert volgens Innodeen een milieuvriendelijk, weerbestendig materiaal op met de natuurlijke uitstraling van hout.

Het gepatenteerde extrusieproces schikt de houtvezels in de lengterichting en geeft Compodeen een uitzonderlijke sterkte mee. Naar wens wordt er een wapening van staaldraad toegevoegd voor specifieke doeleinden. Compodeen is leverbaar in zes natuurtinten en volledig herbruikbaar.

Het biocomposiet laat zich toepassen in de bouw, gevelindustrie, noodaccommodaties, tuinhuizen en aanbouwen. In de grond-, wegen- en waterbouw valt te denken aan oeverbeschoeiingen, vlonders en steigers.

2 reacties op “PEFC voor biocomposiet

  • Roubos

    Als ik bovenstaand artikel lees, vraag ik me toch af wat we in Nederland milieuvriendelijk en duurzaam vinden. 72% bestaat uit reststroom van de zagerij en de overige 28% – meer dan een kwart – uit polypropylene (PP) oftewel kunststof (plastic).
    Op de link (Compodeen WFC) kom ik de naam PP niet tegen, alleen maar dat het 100% biobased (natuurlijk) basismateriaal is, wat mij de indruk geeft dat we als consument niet de juiste informatie krijgen. PP oftewel plastic – dat ook gebruikt wordt voor PET-flessen – is namelijk niet zo milieuvriendelijk, zoals iedereen weet.

  • Berg

    Volledig eens met de reactie van Roubos.
    Mijn eigen mening hier nog aan toevoegend, vind ik het jammer dat we een deel van het plasticprobleem verstoppen in, wat een milieu-ontlastend product zou moeten zijn. Het product doet me denken aan veredeld kunststof, wat in dit geval een gedegradeerd houtproduct lijkt te zijn. Uiteindelijk zal vroeg of laat dit product toch gaan bijdragen aan vervuiling van het milieu; hetzij tijdens de verschillende fasen van verwerking, hetzij door vervroegd beëindigen van de gebruikscyclus door onvoorziene omstandigheden.
    Na het afdanken van het product is het waarschijnlijk ondoenlijk de materialen te scheiden voor een verantwoorde afvalverwerking. Als het meezit kun je het misschien voor een deel weer toepassen in de productie van een vergelijkbaar product. Als het tegenzit blijkt het niet geschikt voor hergebruik en blijft verbranding over.
    Waarom niet beide afvalstromen gescheiden verwerken in afzonderlijke producten, beide toegepast op basis van hun specifieke eigenschappen? Zodat het na gebruik weer eenvoudig in de specifieke afvalstromen opgenomen kan worden voor duurzame verwerking, en mogelijk hergebruik. Hier hebben we in ieder geval de kennis en mogelijkheden voor, en een redelijk inzicht in de gevolgen. Eén en ander zal dan waarschijnlijk ook gepaard gaan met een lagere energiebehoefte. Voorlopig weten we dat hoe verder weg we van de basis van ons bestaan opereren, hoe meer risico we lopen op het ondermijnen van die basis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld of Het Houtblad. Abonneer