Als het gaat om bouwen in hout gebeurt dat onder andere met CLT. Hoe steekt deze markt in elkaar in Nederland? Hoe lopen de hazen en wie levert welk CLT en waarom? Alle partijen die hiermee bezig zijn, of dat nu is als constructeur, agent of fabrikant, zien een stijgende vraag. Met bijbehorende gevaren.
Johan-Paul Borreman is vestigingsmanager van de Nederlandse tak van het Duitse Derix. Dit is een fabrikant van CLT (circa 41.000 kuub per jaar) en gelami neerd hout (43.000 kuub). Borreman heeft het hartstikke druk, momenteel. ‘Hoewel we in spannende tijden leven met veel economische onzekerheid, heeft houtbouw daar nagenoeg geen last van. Het kan juist veel vraagstukken over stikstof en klimaat helpen oplossen. En dat dringt bij steeds meer mensen door. Als we als branche samen blijven waken voor een goede kwaliteit houtbouw en geen flaters slaan, dan wordt de markt alleen maar groter. En daar profiteren we dan vervolgens allemaal van. Derix is wel groot, maar lang niet groot genoeg om aan alle vraag te voldoen’, lacht Borreman.
Concurreren op prijs?
Hij omschrijft Derix als ‘projectorganisator van houten gebouwen’. Een partij waar je niet alleen CLT van koopt, maar die ook meedenkt over ontwerp, engineering, detaillering en montage. Dat deden ze bijvoorbeeld voor Hotel Jakarta en Stories in Amsterdam, de Triodos Bank in Zeist, het Floating Office in Rotterdam. En momenteel voor Sawa, ook in Rotterdam. Naast dit soort grote projecten zitten er ook veel ‘gewone’ woningen in het opdrachtenboek van Derix.

En er zijn ook partijen waaraan Derix alleen materiaal levert, Unbrick bijvoorbeeld. En ook Ekowood Houses is een klant. ‘Die variatie in afnemers maakt ons minder kwetsbaar. Gelukkig zit onze nieuwste fabriek nog niet aan haar maximale capaciteit, dus kunnen we ook fungeren als materiaalleverancier. Maar concurreren op de laagste prijs per kuub is niet aan ons besteed’, stelt Borreman. Derix schrijft zelf niet mee aan aanbestedingen om nieuwe klanten of projecten binnen te halen. ‘Daar is de materie CLT en houtbouw te complex voor. Soms doen we via een aannemer mee aan een tender, maar vaak zitten we al heel vroeg aan tafel met een bouwteam.’
CLT markt Nederland
Borreman wil dat de branche goed waakt over de kwaliteit. ‘De vraag is groot en houtbouw kent vele ambassadeurs. Maar we moeten alles wat zij uitspreken over houtbouw wel waarmaken. En dat kan alleen door van elkaar en met elkaar te leren. Over brand, over akoestiek, trillingen. De detaillering luistert nauw. Ik hoor de betonlobby nu al roepen, mocht er ooit brand uitbreken in een houten gebouw. Dat zou het imago van houtbouw enorm schaden.’ Als het gaat om kennisuitwisseling is Derix daar niet vies van. Bij de bouw van Stories liet het bedrijf zich adviseren door een Zwitserse constructeur en deze zet zijn kennis ook in bij Sawa. ‘In Nederland gebeurt veel, maar in het buitenland ook. Daar kun je van leren. Al zijn er ook niet uit te vlakken verschillen in regelgeving en verantwoordelijkheden.’
Fabrikant of inkoper
Nederland kent (nog) geen productie van CLT op eigen bodem. Al is Boerboom Hout Groep ver met haar plannen. Voor het toekomstige Nederlandse CLT heeft Boerboom ook al een afnemer gevonden in het bedrijf Livintri. De fabriek moet komen in Hapert op een terrein van 35.000 m2. Willem van Merrienboer laat weten dat Boerboom bezig is met het ‘slotstuk van de financiering,’ zoals hij het zelf omschrijft. Een datum afgeven waarop de productie gaat starten, kan hij dan ook niet. Als het bedrijf nu CLT nodig heeft, komt dat van partijen zoals Binderholz en Stora Enso.
Als het aan Niels Peltenburg ligt, agent voor Hasslacher in Nederland, is productie op eigen bodem niet per se nodig. ‘Waarom laat je dat niet dicht bij de bron?’ Als we hem vragen naar hoe de hazen lopen op de CLT markt zegt hij dat het volgens hem gaat om kwaliteit, prijs, naamsbekendheid en technische aspecten als brandklasse en de kantbelijming. ‘Het is geen keiharde markt waarin we elkaar de tent uit vechten. Heb je een order niet, dan heb je hem niet… Dat we het project Haut in Amsterdam misliepen, daar baalde ik wel van trouwens.’ Het was Mayr-Melnhof Holz uit Oostenrijk die de CLT-panelen voor dit project leverde in opdracht van de Duitse houtbouwspecialist Brüninghoff die weer werd ingevlogen door bouwer J.P van Eesteren. ‘Het hebben van de juiste contacten helpt in deze markt. Wij doen overigens geen engineering of montage, maar leveren alleen CLT.’

En daar benadrukt Niels Peltenburg een belangrijk verschil dat partijen op de CLT markt in Nederland van elkaar onderscheidt, onderschrijft ook Jaap Kok. Hij werkt voor CLT BV, een bedrijf dat de Nederlandse markt voorziet van CLT van zowel het Oostenrijkse KLH Massivholz als van het Belgische LTS, Laminated Timber Solutions. ‘Het grote verschil tussen KLH en LTS is dat LTS ook engineering en montage doet van massieve houtproducten, waaronder LT,’ legt Jaap Kok uit. LTS maakt zelf echter geen CLT, maar kan het wel bewerken. KLH daarentegen is weer wél fabrikant van CLT.
LTS is bekend van de houtbouwprojecten Liander Westpoort van Alliander, Weener XL in Den Bosch, De Warren en Mooijburg (CLT uit de Pfeifer fabriek) in Amsterdam en van de drie houten brandweerkazernes die zijn gebouwd in de Brabantse gemeente Altena. De tweede partij die in Nederland CLT van KLH Massivholz levert is JM Concepten van Mark van Kessel.
Te weinig constructeurs
Maar nu terug naar die begeleiding van de houtbouw. Volgens Jaap Kok is dat niet alleen een manier waarmee bedrijven zich van elkaar onderscheiden, maar het is ook de schakel waar het nu op vastloopt. ‘De vraag naar houtbouw is enorm. Constructeurs hebben er hun handen aan vol. Soms te vol en we zien wachtlijsten ontstaan. LTS zit steeds vaker al in de ontwikkelfase aan tafel. Maar we schrijven ook gewoon mee met aanbestedingen of brengen offertes uit. Dat wij ook engineering en montage doen, maakt ons wel een gewilde partner, al zeg ik het zelf. Maar we leveren ook ‘gewoon’ CLT uit.’

met smalle platen CLT omdat ze anders niet door de hoofdingang naar binnen kunnen.

met smalle platen CLT omdat ze anders niet door de hoofdingang naar binnen kunnen.
LTS kan zelf in een fabriek in de Belgische Ardennen CLT panelen bewerken onder andere op een 5-assige CNC-machine. Daarnaast doet het bedrijf veel in gelamineerde kolommen en liggers. ‘Dat laatste is ook een belangrijk punt bij de selectie door opdrachtgevers van de CLT-leveranciers. Wij leveren ook houtskeletbouw, glulam, Kielsteg (houten bouwelementen die bijna dertig meter kunnen overbruggen) en Lignatur. Klanten die graag volledig willen bouwen met CLT adviseren we soms om dat niet te doen. CLT is namelijk duur en als het constructief niet nodig is, kun je beter kiezen voor een combinatie van CLT met HSB. Dat is goedkoper.’
LTS koopt CLT zelf in bij diverse fabrieken, zoals Pfeifer, en is niet gebonden aan één fabrikant. Haar Belgische vakgenoot – en ook haar grootste concurrent – CLT-S heeft Stora Enso als prefered supplier voor CLT in Nederland. ‘We werken echter niet exclusief met hen, maar ook met andere producenten’, zo laat een woordvoerder desgevraagd weten. Het Nederlandse Ekoflin uit Bavel bouwde een tijdje exclusief met CLT van Binderholz, maar eigenaar Hugo Immink vertelt dat dat nu niet meer het geval is. ‘We hebben afscheid genomen van Binderholz als exclusieve leverancier. Het werd voor ons te gevaarlijk om bij één fabriek te zitten. Daar worden we te groot voor.’
Ekoflin doet naar eigen zeggen veel solitaire woningen (zie foto’s). Twee grotere project waar Immink bij betrokken was zijn Puur Wonen in de wijk Meerhoven in Eindhoven en bij Elix Kerckebosch in Zeist. Bij welke andere partijen Ekoflin nu CLT betrekt, wil Immink niet delen. Zijn bedrijf doet de engineering, importeert het CLT en doet de montage in eigen beheer. Ook Immink beschouwt overigens de constructie-berekening als bottleneck in de huidige markt. ‘CLT als bouwmateriaal is er genoeg. Veel fabrieken breiden hun productiecapaciteit uit of hebben dat recent gedaan. Het loopt echter vast op het laten uitvoeren van constructieve berekeningen. Daar is nu inderdaad sprake van wachttijden, wij doen dat ook niet zelf.’

Cowboys op de markt
Andere bedreiging ziet Immink in het groeiend aantal aanbieders. ‘De vraag naar houtbouw is momenteel vele malen groter dan de branche aankan. Daar springen allerlei bedrijven op in. Ook bedrijven met weinig ervaring. Wij leveren én monteren sinds 2013 houtbouw, waaronder CLT. Dat levert niet alleen naamsbekendheid op, maar ook ervaring. Dat laatste heeft helaas niet iedereen die nu de markt opstormt.’
Een bedrijf dat die ervaring wél heeft, is Woodteq Houtconstructies uit Holten. Commercieel directeur Leon Scholten is het met Immink eens. ‘Als iemand besluit om morgen met CLT te bouwen, dan kun je niet verwachten dat alles goed gaat. Denk aan eerdere issues met de installatie en het onderhoud van balansventilatie’. Scholten ervaart ook die groeiende vraag naar houtbouw. ‘Wij hebben zelf een constructeur in dienst dus wachten op berekeningen hoeven we niet. Ook doen wij zelf de montage.’ CLT betrekt Woodteq van een kleine groep vaste leveranciers, met name uit Duitsland en Oostenrijk. Ook hij wil liever geen namen noemen van de fabrikanten. ‘Het zijn partijen waar wij al lang zaken mee doen, die afspraken nakomen en de materialen juist aanleveren. Bij onze keuze speelt kwaliteit mee, de logistiek, omvang van de bouw en of er ook andere houtbouwconstructies geleverd moeten worden.’
CLT in het zicht
Scholten ziet naast krapte bij constructeurs een andere ‘bedreiging’: ‘CLT blijft vaak in het zicht. Maar het materiaal is in de ruwbouwfase al aanwezig en moet er bij oplevering nog net zo mooi uitzien. Dat moet de vloerensmeerder weten, maar ook stukadoors en schilders. Als wij de montage afgerond hebben, leggen we het heel goed vast om de kwaliteit te borgen. Maar hier moet de hele bouwketen meewerken om de kwaliteit van hout waar te maken en het imago van CLT niet te schaden.’
Hans van der Grinten van Arcon Houtconstructies borduurt voort op die verantwoordelijkheid van de hele bouwketen. ‘De detaillering van houtbouw luister nauw, bijvoorbeeld met akoestiek. Later in de bouwfase kan die akoestische detaillering verpest worden als overal maar lukraak in wordt geboord. Daar moet je ook voor oppassen.’ Arcon tekende onder meer de nieuwbouw van Bedrijfskledingbedrijf Havep in Goirle, een project dat twee awards wist te winnen tijdens de Nationale Houtbouwprijs 2022, en Bosrijk (zie foto) en Bosvallei in de wijk Meerhoven in Eindhoven. Momenteel is hij bezig met het nieuwe pand van de coöperatie Deltawind in Oude-Tonge/.

Van der Grinten: ‘Wij betrekken CLT met name van Mayr-Melnhof Holz uit Oostenrijk, dat is onze preferred supplier. Daarnaast komt het van Stora Enso en van Pfeifer, ook uit Oostenrijk. Factoren die een rol spelen bij de keuze van een leverancier voor ons zijn de bewerkingen en afwerkingen. En natuurlijk de ruimte in de productie bij de fabrikant zelf. Er is altijd goed overleg met het productiebedrijf. Zeker als je 10.000 m2 nodig hebt, dan vergt dat nogal wat productietijd en -ruimte. Vaak zijn dat ook factoren die invloed hebben op de uiteindelijke prijs. €1 verschil per m2 telt behoorlijk op bij grote volumes.’
Schaarste op de markt ziet Van der Grinten niet meer. ‘Dat was twee jaar geleden wel anders, maar inmiddels is de productie van CLT fors uitgebreid.’ Pfeifer alleen al produceert 90.000 kuub op jaarbasis. ‘Ook de CNC bewerkingen gaan steeds verder. Stora Enso kan bijvoorbeeld goed inwendige leidingen boren in CLT-wanden maar ook in de nieuwste fabriek van Mayr-Melnhof Holz staan de modernste CNC-machines.’ Van der Grinten denkt dat het bewerken van CLT een aparte expertise wordt waarin bedrijven zich zullen specialiseren. ‘Die platen lijmen is het probleem niet. Het bewerken kost veel meer tijd; frezen, boren noem maar op. Misschien nog coaten. Dat soort zaken kost tijd en dat gaat ten koste van de productie van CLT. Ik denk dat er een nieuwe industrie opstaat die zich gaat focussen op die nabewerking.’



[…] De CLT-markt in kaart gebracht: hoe lopen de hazen. […]