Wat is gelamineerd hout? NLT, Glulam, LVL, CLT, DLT

De techniek om kleinere balken of planken muurvast aan elkaar vast te maken (lamineren) om zo een dikkere, sterkere balk of plaat te maken bestaat al heel lang. De toepassing van sterke houtlijmen speciaal voor dit doel zorgde voor een sterke opkomst van, met name, gelamineerde balken vanaf de jaren ‘50 van de vorige eeuw. Door planken kruislings gestapeld met elkaar te verlijmen verkrijgt men CLT, dat in de jaren tachtig een doorbraak beleefde door verbeterde fabrieksprocessen. Sindsdien in gelamineerd hout sterk in opkomst in de bouw van allerlei verschillende gebouwen. Welke producten onderscheiden we?

Inhoud:

4d Wat zijn de voordelen van DLT?



De verwarring: massief hout en engineered timber

We onderscheiden vijf primaire soorten gelamineerde houtproducten: NLT (Nail Laminated Timber), glulam (gelijmde gelamineerde balken en kolommen), LVL (gelamineerd fineerhout), CLT (kruislaagsgelamineerd hout) en DLT (deuvel-gelamineerd hout).

1 Wat is lamineren?

Lamineren is het (vrijwel) onbreekbaar verbinden van materialen, in ons geval houtachtige materialen. Binnen het gelamineerd hout gaan we dan ofwel uit van lamellen (planken) van 1 tot enkele centimeters dik, ofwel van fineer, dunne, van de stam geschilde plakken hout tot ca 9 mm dik. Door dit materiaal onderling met elkaar te verbinden ontstaat er een nieuw materiaal met andere eigenschappen.
Het verbinden van de lamellen of van het fineer gebeurt in de meeste gevallen met lijm, maar het kan ook met deuvels (DLT) of spijkers (NLT).

1a Wat is niet lamineren (maar heeft er wat van weg?)

Plaatmateriaalals mdf, osb en multiplex bestaat ook uit met lijm samengevoegd hout en ook allerlei composietmaterialen kunnen een groot aandeel houtvezels of -stof bevatten. Het gaat dan om houtvezels die met andere materialen en/of lijm gemengd worden tot platen of balken. We spreken in die gevallen niet van gelamineerd hout.
Die term blijft gereserveerd voor het aan elkaar voegen van liggende planken of fineerlagen tot balken en plaatmateriaal.
De scheiding is niet heel duidelijk, niet voor niets wordt CLT wel ‘multiplex op steroïden’ genoemd. En zogenaamde I-joists, die wel tot de gelamineerde houtproducten worden gerekend bestaan uit balken van LVL met daartussen een plaat osb.

Dan bestaat er nog de praktijk van het lamineren van niet-houtachtig materiaal, bijvoorbeeld een composiet, aan een reeds gelamineerd product. Ook wordt er geëxperimenteerd (TNO is daar veel mee bezig) met het onverbreekbaar ‘tussenlamineren’ van laagjes andere materialen, zoals biobased isolatiemateriaal, in CLT.
Een twijfelgeval dat in dit artikel niet verder besproken zal worden is ‘blokverlijmen’. Het gaat hier om het maken van houtbouwproducten, meestal kolommen, door meerdere balken (al dan niet gelamineerd of juist uit volhout) aan elkaar te verlijmen. Lamineren heeft dus vooral met platte oppervlakken te maken die aan elkaar verbonden worden.
Tenslotte bestaat er nog een methode om hout aan elkaar te verbinden door de te verbinden delen zeer hoog frequent tegen elkaar aan te wrijven. De in het hout aanwezige lignine komt dat vrij in beide delen en vernet zich moleculair. Deze methode is nu nog experimenteel en word niet als lamineren gezien.

1b vingerlassen

Bij alle moderne lamineermethodes gaan we uit van gevingerlast basismateriaal. Het fineer of de plankjes wordt tot handzame vellen of planken van één maatvaste maat gemaakt door kleinere delen op de kopse kanten driehoekig in te frezen of te zagen, de zogenaamde ‘vingers’, zodanig dat de ‘vingers’ van het volgende deel er precies tussen vallen. Door de vingers in te lijmen en (enige) druk uit te oefenen worden de houten delen zo aan elkaar ‘gelast’. Het is dus een soort van verlijmen maar wordt niet lamineren genoemd, lamineren is voorbehouden aan het op elkaar aan elkaar vast maken van plat materiaal.

2 Waarom lamineren?

Houten plankjes die muurvast aan elkaar vast zitten zijn samen sterker dan de kleine plankjes op zich. Ze kunnen veel hogere druk- en trekkrachten weerstaan. Bij balken en kolommen geldt dat vooral in verticale richting, dus krachten die op de nerfrichting worden uitgeoefend, druk die haaks op de nerfrichting wordt uitgeoefend, zeker bij plaatselijke belasting kan een gelamineerde balk doen buigen. Toch is een gelamineerde balk vaak sterk genoeg om zware vloeren of daken te dragen.   
CLT of kruislaaghout bestaat uit houten plankjes die steeds in laagjes op elkaar gelamineerd zijn, waarbij de volgende laag steeds kruislings gericht is ten opzichte van de vorige. De nerven van het hout lopen dus meerdere keren (5, 7 of meer keer, altijd een ongelijk getal) in haaks tegengestelde richting. Daardoor is CLT zeer vormvast en kan het in vanaf alle zijden sterke krachten aan.

2a Meer hout gebruiken, zachthout wordt sterker

Het betekent dat ‘zachthout’ zoals dat van sparren en dennen, de kracht kan krijgen van ‘hard hout’ en voor grotere constructies en zwaardere belastingen kan worden ingezet. Een ander voordeel is dat je uit een boom niet alleen meer balken van volhout hoeft te zagen om te gebruiken voor constructies van gebouwen en daken, maar dat je ook veel van het resthout kunt verwerken: je maakt er planken van om te lamineren, of je ‘schilt’ de hele stam tot platen fineer. Er wordt dus meer materiaal van de boom op een nuttige manier gebruikt.

2b Ook hardhout lamineren

Overigens is lamineren niet voorbehouden aan zachthout. Ook andere houtsoorten kunnen verlijmd worden. Er bestaan ook hybride varianten waarbij verschillende houtsoorten met elkaar verbonden worden.

2c Inzet van gelamineerd hout

De sterkte van gelamineerd hout is zo groot dat het kan wedijveren met andere bouwmaterialen zoals staal en beton. Houten balken lijken in veel opzichten op staal: ze kunnen grote gewichten over grote overspanningen dragen. CLT heeft veel weg van betonplaten: in alle richtingen is dit materiaal heel stabiel en je kunt het zowel voor verticaal, als dragende wanden, als horizontaal, als vloeren gebruiken. Daarbij zijn houten bouwdelen veel lichter en makkelijker te bewerken en te verwerken.
Vergeleken met staal en beton zijn gelamineerde houtproducten veel duurzamer, vermits ze gemaakt zijn met hout afkomstig uit duurzaam beheerde bossen. Het materiaal groeit steeds weer terug in de natuur. En tijdens het groeien halen bomen CO2 uit de lucht (die ze met behulp van zon en water omzetten in cellulose). Met het inzetten van hout in een constructie wordt die CO2 dus in de vorm van hout opgeslagen. Staal en beton stoten CO2 uit bij de productie.

3 Wat is NLT, spijkerglamineerd hout?

Nail Laminated Timber of spijkergelamineerd hout is de oudste manier om sterk houten bouwmateriaal te krijgen uit zwakker hout. Timmerlieden versterkten houten vloeren door er kruislings houten latten op te spijkeren. Ook een balk is zo te maken. De eerste vorm van CLT is begin twintigste eeuw gepatenteerd in Amerika. Dat was een plaat van kruislings met spijkers aan elkaar genagelde plankjes.

3a Wat is Amerikaans NLT?

In Amerika bestaat NLT en ook DLT (zie daar) tegenwoordig meestal uit een plaat, bijvoorbeeld een vloer, die gemaakt is door plankjes van gelijke grootte met de vlakke kant recht op elkaar te nagelen. De onder- en bovenkant van zo’n vloer toont dus een grote hoeveelheid naast elkaar liggende zijkanten van plankjes, een decoratief gezicht. Dit soort vloeren van NLT kunnen relatief veel drukkrachten dragen en worden toegepast als overstek. In het weerstaan van zijdelingse krachten zijn ze minder goed dan CLT.

3b Wat is een voordeel van NLT?

Het voordeel van NLT is dat het met eenvoudige middelen en zelfs eventueel on-the-job gemaakt kan worden. De truc van het versterken van houten vloeren door er een laag bovenop de spijkeren wordt wel in renovaties toegepast.

3c Wat is een nadeel van NLT?

Het nadeel van NLT is dat er veel ‘vreemd’ materiaal, de spijkers of nagels, aan het hout wordt toegevoegd. Dat heeft consequenties voor de totale duurzaamheid van het product. Ook is het hout na einde gebruik slecht herbruikbaar. Zagen en frezen is bijvoorbeeld risicovol omdat de zaag kan stuklopen op de spijkers. Het zijn redenen waarom NLT zelden (meer) wordt toegepast.

4 Wat is DLT, deuvelgelamineerd hout?

DLT, oftewel Dowel Laminated Timber, is deuvelgelamineerd hout. Het kunnen zowel balken zijn als (dat komt vaker voor) kruislings gelamineerde wanden en vloeren.
Onderscheidend is dat de lamellen hier verbonden worden met houten deuvels. Hiervoor worden vaak sparingen voorgeboord waar de deuvels in passen, al zijn er ook machines waarmee deuvels kunnen worden ingeschoten alsof het spijkers zijn.

houtbouw huis noordwijk in DLT
Een woning met DLT waarbij de deuvels zichtbaar zijn.

4a Hoe werkt DLT?

De deuvels zijn altijd van een andere houtsoort dan het hout dat ze dienen te verbinden. Meestal zijn de lamellen van naaldhout (dennen, sparren) en de deuvels van loofhout (beuken, berken). De twee houtsoorten hebben verschillend krimp- en zwelgedrag onder invloed van vocht. Naaldhout krimpt veel meer dan loofhout. De deuvels worden dus in licht vochtige omstandigheden aangebracht tussen de lamellen waarna het houtproduct verder doordroogt en het naaldhout zich muurvast vastzet rond de loofhouten deuvel.

4b Zie je die deuvels altijd?

Nee, dat hoeft niet, om deuvelvrije zichtkwaliteit te bereiken wordt in de lamellen voor de zichtkant een sparing geboord die niet tot de oppervlakte gaat. Zo is de lamel wel verbonden, maar niet zichtbaar. Dit levert wel een kostenverhoging op. Wordt dit niet gedaan dan zie je inderdaad op regelmatige plekken rondjes, de toppen van de deuvels, in het oppervlak. Bekijk hier een villa die met DLT is gebouwd.

4c Wat is het verschil tussen ‘gewoon’ CLT en CLT van DLT?

DLT wordt ook op de ‘Amerikaanse’ manier aan elkaar gemaakt tot wanden en vloeren. In het Duits heet het dan ‘Brettstapelholz’, dus ‘plankenstapelhout’. (Zie NLT). Deze planken hebben maar in één richting grote sterk- en stijfheid.
Een aantal producenten in Europa maken inderdaad ook CLT van DLT. Kenmerkend is dat de lamellen niet kruislings, dus in 90 graden, maar in een vooraf welbepaalde hoek gedaan wordt. Uit berekeningen is namelijk gebleken dat dat tot een sterker materiaal leidt. Voor CLT van DLT worden over algemeen dikkere lamellen gebruikt, de wanden moeten ook dikker worden uitgevoerd om ongeveer de sterkte van verlijmd CLT te benaderen. CLT van DLT is dus iets minder sterk.

4d Wat zijn de voordelen van DLT?

Het belangrijkste argument voor DLT is dat het eindproduct ‘puur natuur’ is, en lijmloos. Aan de lijmen die worden toegepast kleven nadelen (zie ook: lijmen). Vocht- en damptransport wordt in DLT niet door een film van lijm gehinderd en er is ook geen uitstoot van formaldehyde of andere oplosmiddelen. DLT vindt daarom vooral veel aftrek bij mensen die zo duurzaam en heilzaam mogelijk willen bouwen, en willen isoleren op basis van faseverschuiving, het natuurverschijnsel dat warmte en kouden zich in een vaste snelheid verplaatst door organisch materiaal.
Verder is DLT heel goed te hergebruiken dan wel, uiteindelijk, terug te geven aan de natuur. Het kan probleemloos gezaagd worden, verbrandt of in de natuur achtergelaten. Het bestaat immers uit louter natuurlijk materiaal.

4e Wat zijn nadelen van DLT?

De deuvels die zichtbaar zijn in DLT (wat dus niet hoeft, maar dat kost meer) worden niet door iedereen mooi gevonden.
Er is relatief meer materiaal nodig om een even sterke wand van hout te maken als van verlijmd CLT.
De productie van DLT gaat in veel gevallen meer handmatig en ambachtelijk dan CLT, mede vanwege de hoek waarin de lamellen met elkaar verbonden worden.

5 Wat is glulam (gelamineerde balken en kolommen)?

Het woord ‘glulam’ (van ‘glue’, lijm en ‘laminated’, gelamineerd) is in korte tijd vrij populair geworden onder op het Engels georiënteerde architecten en ingenieurs. Maar gelamineerde balken, kolommen en spanten worden in ons land al zeker zeventig jaar op flinke schaal geproduceerd (tegenwoordig aanmerkelijk minder dan vroeger, het meeste glulam wordt geïmporteerd) het product wordt dan ook al decennia gewoon ‘gelamineerde balken (etc.)’genoemd’.

Bij het lamineren van kolommen, spanten en balken worden lamellen allemaal in dezelfde richting op elkaar verlijmd. Dat levert balken op met een grote draagkracht. Dit gebeurt door de balken in te lijmen, op elkaar te leggen en dit geheel te persen en te drogen. Kenmerkend aan gelamineerde balken is dat tijdens dit proces het materiaal nog gebogen kan worden door middel van mallen en het (mechanisch) uitoefenen van druk. Zo kunnen in verschillende radialen gebogen balken worden vervaardigd.

5a Wat zijn voordelen van gelamineerde balken?

Gelamineerde kolommen en balken hebben met staal vergelijkbare krachten en eigenschappen. Er kunnen dus constructieve skeletten mee gebouwd worden voor hoge houten gebouwen. Daarnaast zijn draagbalken een veel gekozen oplossing om grote overspanningen in houten gebouwen te bereiken: de balken dragen dan de houten vloeren, die anders op meer punten met kolommen ondersteund moeten worden.

5b Wat zijn nadelen van gelamineerde balken en kolommen?

De planken die gelamineerd zijn in glulam-balken zijn allemaal in één richting georiënteerd. Daardoor is krimp- en zwelgedrag in de breedte, dus haaks op de nerf, zo goed als non-existent. Maar in de lengterichting kan dat aanzienlijk zijn. Dat is een verschil met staal en houtconstructeurs dienen daarmee rekening te houden. Tegelijk is de weerstand tegen drukkrachten juist in de lengterichting het sterkst, gelamineerde houten kolommen kunnen meerdere verdiepingen van een gebouw dragen. In de breedterichting, dus haaks op de nerf, zijn gelamineerde balken minder drukvast. Draagbalken van hout zullen daarom altijd groter gedimensioneerd zijn dan balken van staal die dezelfde krachten moeten dragen.

5c Wat is een specifieke toepassing van gelamineerde spanten?

Houten spanten, al dan niet momentvast in een drieschaar verbinding worden verder veel gebruikt in maneges, fabrieks- en sporthallen en bijvoorbeeld de vele zoutloodsen van Rijkswaterstaat.
Er kunnen zeer grote, kolomvrije ruimten mee ondersteund kunnen worden (gelamineerde spanten kunnen in principe oneindig groot gemaakt worden, de lengte wordt begrenst door de capaciteit van de machines en de transporteerbaarheid over de weg of het water) maar zijn niet zelden meer dan 30 meter.
Ook wordt vaak voor houten spanten gekozen voor deze toepassingen omdat die beter bestand zijn tegen zouten en andere bijtende chemicaliën die wel staal en andere metalen kunnen laten corroderen.

6 Wat is CLT (kruislaaghout)?

Cross Laminated Timber (CLT) of kruislaaghout zijn in Nederland de meest gebruikte termen voor een product dat ooit gepatenteerd is in Amerika maar pas sinds de jaren 80 van de vorige eeuw in de Duitstalige landen, met name Oostenrijk, op grote schaal geproduceerd wordt onder de soortnaam Brettsperholz (al hanteren verschillende fabrikanten eigen merknamen). Naar verluid was de firma KLH de uitvinder van het moderne CLT. Ondertussen vind je producenten van CLT over de hele wereld, in Europa vooral in het oosten en noorden: Oostenrijk, Duitsland, Polen, de Baltische staten, Finland en Scandinavië.
Kruislaaghout bestaat uit een oneven aantal aaneengesloten planken die steeds kruislings over elkaar heen worden gelegd en met elkaar verbonden. Meestal worden ze verlijmd, maar het kan ook met deuvels (zie hiervoor: 4. Wat is DLT?). Oneven, dat zijn er dus tenminste 3, maar als de drie lagen kruislings verbonden plankjes heel dun zijn sprekt men eerder van 3S, ‘Dreischichtholz’. 3S is constructief plaatmateriaal, iets sterker dan multiplex. CLT, daarentegen is bouwmateriaal, je kunt er onder andere dragende wanden, verdiepingsvloeren en daken mee bouwen.
De maten van CLT worden beperkt door de machines waarmee ze gemaakt worden. (CLT kan overigens ook met de hand en met behulp van lijmklemmen worden gemaakt). Lengtes van 16 of 18 meter zijn gebruikelijk bij een breedte van 3 tot 3,5 meter. Vaak worden de benodigde delen voor een bouwwerk al helemaal op specificatie in de fabriek gezaagd, geboord en gefreesd. CLT wordt typisch geheel als prefab ‘bouwpakket’ op de bouwplaats aangeleverd, inclusief raamopeningen en sparingen voor elektra en andere leidingen. Deskundigen voorspellen een forse groei voor CLT de komende jaren.

6a Wat zijn de eigenschappen van CLT?

Doordat de lamellen (de planken) steeds met hun nerf haaks op de vorige verlijmd worden is CLT enorm stabiel in alle richtingen. Het vertoont dan ook zo goed als geen krimp- of zwelgedrag en is in sterkte en draagkracht vergelijkbaar met prefab beton. Terwijl het aanmerkelijk lichter is dan beton. CLT-platen worden over het algemeen met stalen hoekijzers en schroeven onderling en met de betonnen fundering verbonden. Bijzonder aan CLT is dat er driedimensionaal mee kan worden ontworpen: momentvast bevestigde daken helpen constructief mee in de constructie, waardoor overstekken en plafonds technisch gesproken aan de bovenverdieping kunnen ‘hangen’ in plaats van (volledig) af te steunen op de fundering.

6b Is CLT altijd van vers naaldhout?

Er is geen technische beperking voor het toepassen van loofhout als CLT. Er is dan ook al gebouwd met CLT van berkenhout. In Zuid-Amerika en Azië wordt op beperkte schaal hardhout gelamineerd tot glulam en CLT. Dat er veel met naaldhout (sparren, grenen, dennenhout) wordt gewerkt heeft alles met beschikbaarheid van naaldhout in oost- en noord Europa te maken. Dat is er in overvloed en lamineren van dit ‘zachthout’ is een mooie manier om de eigenschappen van dat hout te verbeteren.

Overigens is ook het verlijmen van verschillende houtsoorten op elkaar meestal geen probleem, al kan verschillend drogingsgedrag van de houtsoorten wel tot problemen leiden (scheurvorming, kraken).
Veel fabrikanten werken met verschillende ‘zichtkwaliteiten’ van het CLT. Bij een ‘industrieel’ CLT zie je relatief veel scheuren en noesten in het hout. Bij de hogere zichtkwaliteiten worden aan de zichtkant betere planken gebruikt, worden noesten uitgeboord en vervangen voor houtproppen. Of er wordt voor planken zonder noesten, eventueel van een andere naalboomsoort gekozen als ‘afwerkingslaag’ aan de zichtkant. Dit is natuurlijk vooral van belang op plekken waar het hout in het zicht wordt gelaten.

Het meeste kruislaaghout wordt van versgekapt, kort gedroogd hout gemaakt, bijna altijd wel uit duurzaam beheerde bossen (al dan niet met PEFC of FSC-keurmerk). Maar er zijn veelbelovende onderzoeken die laten zien dat toepassing van hergebruikt hout, bijvoorbeeld in de binnenliggende lagen van het CLT, zo goed als geen negatief effect heeft op de sterkte en andere materiaaleigenschappen van het CLT.

6c Wat zijn nadelen van CLT?

Drukkrachten
Vocht
Verkleuren
Brandgedrag
Veel houtmassa
Hergebruik en recycling

Drukkrachten

Kruislaaghout is sterk op alle plaatsen langs de randen, waar je maar krachten uitoefent. Minder sterk is het bij krachten die op het vlak zelf drukken. Daardoor kunnen ook relatief dikke vloerplaten die gemaakt zijn van CLT doorbuigen. Dit wordt vermeden door ófwel kleinere overspanningen te kiezen, ófwel de dikte van de vloer te vergroten. Kostentechnisch en ook soms vanwege de gebouw- en verdiepingshoogte is daar een optimum in van overspanningen van ca 5,5 meter.
Een aanvullende maatregel is om de CLT-vloeren te ondersteunen met (meestal gelamineerd houten) balken. Er zijn ook stalen verbindingsmiddelen op de markt die de platen CLT kunnen ‘ophangen’ aan de kolommen.
Een andere, veel toegepaste oplossing is ‘Holzbetonverbund’ (HBV): de kruislaaghouten plaat wordt (met schroeven) verbonden met een dunne laag gewapend beton. Het beton vangt de drukkrachten op, samen kunnen veel grotere overspanningen bereikt worden.

Vocht

CLT is gemaakt van hout en hout is gevoelig voor vocht. Op de bouw zijn kopse kanten en de oppervlakken van houten vloeren gevoelig voor vochtintreding, dus is het zaak het hout tijdens de bouw af te schermen en/of aan ‘moist management’ te doen: vocht wegdweilen of -zuigen. In het ontwerp van een houten gebouw, zeker ook met CLT, dient het hout aan de buitenkant goed afgeschermd te zijn tegen vocht.
Vocht kan tot schimmel en rot leiden. Een voordeel van hout: indien een vochtschade alleen oppervlakkig is, kan de plek worden weggeschuurd.

Verkleuren

Elke houtsoort vergrijst op den duur. Naaldhout is vrij geel van zichzelf en verbleekt onder invloed van zonlicht, dat kan bij verschillende belichting in huis tot een bont geheel leiden. De zichtkant van CLT wordt dan ook (vaak al in de fabriek) voorzien van een UV-beschermende laag danwel van een (transparante) coating, beits of was.

Brandgedrag

Hout brandt. In tegenstelling tot steenachtig materiaal zoals beton of gips. Van elke soort hout is heel precies bekend hoe het zich gedraagt bij brand: het ontvlamt, verkoolt, en daarna gloeit de koollaag nog enige tijd door. Van een wand van CLT (of enig ander houten bouwdeel) is dus heel precies uit te rekenen met welke snelheid het materiaal af zal nemen voordat de kans op bezwijken bereikt is. (fun fact: bij staal, ook stalen bewapening, is dit minder goed te berekenen. Staal is geleidend en wordt heel snel heel heet, totdat het vrij plotseling smelt en het begeeft).

Vluchtweg en vluchttijdberekeningen zijn dus heel goed uit te rekenen. Soms worden houten gelamineerde bouwdelen om die reden iets dikker uitgevoerd dan constructief nodig zou zijn: de dikte is nodig om brand te vertragen.
Een heikel punt is ‘delaminatie’ de lijm achter de buitenste lamellen kan het door hitte eerder begeven dan de lamellen zelf. Dan komt de verbinding los, valt de lamel weg en vindt het vuur de daar onder liggende lamel. Dat kan het brandgedrag onvoorspelbaar maken. Lijmfabrikanten en houtproducenten delen hun lijmen inmiddels in in verschillende klassen en soorten met meer en minder delamineringsuitdagingen.

Nog een heikel punt: in ruimten waar twee op meer onbeschermde houten oppervlakken zijn, bijvoorbeeld het plafond en één of meer wanden, kan de gloed van het ene oppervlak zoveel hitte uitstralen dat de andere weer ontstoken wordt of blijft doorgloeien. Voor de wettelijk voorgeschreven veilige vluchtwegen van 60, 90 of 120 minuten is dit meestal geen probleem. Maar op langere termijn kan dit wel tot instorting leiden, inclusief gevaar voor eventuele brandweerlieden.
De bekende uitdagingen voor CLT met brand kunnen op verschillende manieren worden aangepakt: vak wordt voor gipsplaten vóór de wanden gekozen. Die houden de brand sowieso tegen. Een andere oplossing is de aanleg van een sprinkler systeem.

Veel houtmassa

In veel gevallen lijkt CLT wel een mooie oplossing voor een ontwerp, maar is zo’n ‘massief’ houten muur of vloer wel echt nodig? Met houtskeletbouw, bijvoorbeeld, zijn makkelijk gebouwen tot wel 7 bouwlagen te realiseren. En in een prefab houtskeletbouwwand gaat veel minder hout dan in een vergelijbare wand van CLT. Bovendien kan de hsb-wand al gevuld zijn met (biobased) isolatiemateriaal. Dat moet nog aan het CLT worden toegevoegd (al is dat relatief weinig, de dikke laag hout heeft ook zelf isolerende eigenschappen). CLT kan dus kostenverhogend zijn en relatief veel beslag leggen op de natuurlijke grondstof hout.

Hergebruik en recycling

Gelamineerde houtproducten bevatten lijm, meestal maar enkele procenten van de totale massa, maar het zit er wel in. Zolang die niet biologisch afbreekbaar zijn kan CLT dus eigenlijk niet zomaar in de natuur of op de afvalberg worden achtergelaten en zit aan verbranden een (klein) milieuaspect.
Gelukkig is houtbouw ‘droge bouw’ en kunnen houten bouwelementen eenvoudig worden losgemaakt zonder ze kapot te maken en daarom betrekkelijk eenvoudig worden hergebruikt. Ook zijn er al initiatieven om losse of gebruikte planten CLT middels een soort vingerlas-techniek weer aan elkaar te maken tot een nieuwe plaat kruislaaghout.

7 Wat is LVL?

Laminated Veneer Lumber is constructief hout, gemaakt van gelamineerd houtfineer. In tegenstelling tot glulam en CLT worden hier geen planken, lamellen, gebruikt, maar fineer, hout dat in lappen van boomstammen ‘geschild’ wordt. Fineer kennen we ook van allerlei bekleding van meubels en gebruiksvoorwerpen. Als dat om echt houtfineer gaat dat is die schil meestal minder dan 1 millimeter dik. Ook multiplex wordt van fineer gemaakt, meestal 0,6 tot 2 millimeter dik. Fineer in LVL is meestal iets dikker, maar niet dikker dan 9 millimeter, bij 1 centimeter dikte spreken we van lamellen en dus van plankjes.
Fineer wordt gewonnen door stammen in de lengterichting langs een scherp mes te draaien. Daardoor is er meer houtopbrengst per stam, er blijft maar een heel kleine kern over. De lappen ‘boomschil’ worden gesorteerd en gedroogd en daarna op standaardmaten gesneden en aan elkaar geplakt zodat er homogeen materiaal ontstaat. Deze platen fineer worden vervolgens op elkaar gelijmd, meestal parallel, maar soms ook deels gekruist, worden vervolgens gedroogd en geperst tot plaatmateriaal. Uit dit plaatmateriaal kunnen weer balken gezaagd worden die eventueel weer onderling verlijmd kunnen worden. Een LVL balk of plaat kun je aan de zichtzijde onderscheiden door de vlamtekeningen, het hout is immers afkomstig uit het binnenste van een boom. En op de randen zie je heel veel laagjes kopse kanten van het fineer. Een dunne LVL-plaat heeft al snel 10 lagen. Dikkere platen en balken nog veel meer.

7a Wat zijn verschillen tussen LVL en CLT?

LVL is over het algemeen sterker, vergeleken in formaat met CLT. Het betekent dat het dunner kan worden toegepast. LVL is zó sterk dat het niet vaak als massieve muur wordt gebruikt. Beter kunnen er houtskeletbouw-achtige wanden en vloeren van gemaakt worden: plaatmateriaal van LVL dat versterkt wordt door een raamwerk en ribbenwerk van balken van LVL. Daarmee wordt hout bespaard. Er worden zelfs windmolens van gemaakt.
Een nadeel van LVL ten opzicht van CLT is dat het aanzienlijk meer lijm verbruikt. Al die dunne laagjes worden immers steeds opnieuw ingelijmd. LVL kan niet met een DLT-techniek worden gelamineerd (zie onder DLT, deuvellamineren).

7b Is LVL altijd van vurenhout?

Bijna altijd wel, maar er is een (grote) producent in Duitsland die het ook van beukenhout kan maken, dat product wordt met de merknaam die een soortnaam aan het worden is aangeduid: ‘Baubuche’. Er zijn namelijk wel meer, kleinere, fabrikanten die het ook kunnen. Gelamineerd Beukenfineerhout is nóg sterker dan LVL.

7c Waar wordt LVL toegepast?

In het geval van LVL van beuken komen we vaak kolommen tegen in hoge of om andere redenen zware gebouwen. Soms alleen op de onderste verdiepingen, op de hogere worden dat ‘gewone’ gelamineerde balken toegepast. Dit om met slanke kolommen te kunnen werken die toch sterk genoeg zijn voor hun constructieve functie.
LVL wordt verder veel toegepast in de houtskeletbouw. Met name in de Verenigde Staten is het een gekend product onder aannemers en doe-het zelvers. Meestal wordt niet een hele wand met LVL gemaakt, maar bijvoorbeeld alleen de onder- en bovendorpels van ramen en andere plaatsen waar je geen ondersteunende balk wil zien onder een overspanning.
Verder is LVL een rechtstreekse concurrent van CLT: de ribben- en casettevloeren die met LVL te maken zijn een gelijkwaardige, vaak lichtere of meer ruimte overspannende oplossing dan CLT.

7d Wat zijn nadelen van LVL?

Het productieproces van LVL heeft relatief veel bewerkingsstappen. Het materiaal is daarom over het algemeen duurder dan andere gelamineerde houtproducten.
Verder is de hoeveelheid lijm in LVL wel een nadeel te noemen. De lijm is meestal gebaseerd op fossiele grondstoffen, kan tijdens bewoning voor uitstoot van organische stoffen zorgen en ook komt het bij wegwerpen of verbranden in de natuur of atmosfeer.
Ook LVL wordt ‘droog’ gemonteerd en zal na bewezen diensten heel vaak worden gedemonteerd en hergebruikt in de staat waarin hij dan verkeert.

8 Wat is het verschil tussen massief hout en mass timber?

In de Angelsaksische wereld wordt gelamineerd hout Mass Timber of soms Engineered Wood genoemd. Dat leidt vaak tot vertaling in het Nederlands als ‘massief hout’. Maar dat is gelamineerd nu juist niet, ook al kun je daar een boom over opzetten: het is natuurlijk wel door-en-door hout, dus de hele massa is hout (met wat lijm, deuvels of spijkers). Maar toch betekent ‘massief hout’ in het Nederlands: hout dat geheel uit een stuk bestaat. We spreken van ‘massief eiken’ en ‘massief grenen’ en bedoelen dan dat het stuk hout dat we bedoelen in zijn geheel uit een boomstam gezaagd is en dus juist niet aan elkaar geplakt is op wat voor manier dan ook. Om verwarring te voorkomen spreken wij van de vakpers wel steeds vaker van ‘volhout’ om hout in deze betekenis aan te duiden. Een omvattende Nederlandse term als verzamelnaam voor gelamineerde houtsoorten is nog steeds door niemand bedacht. Suggesties zijn welkom bij de redactie: redactie@houtwereld.nl.


Mis niets meer met Houtwereld in print of digitaal