Er bestaat een levendige markt met groeipotentieel voor thermisch gemodificeerd hout, maar zoals met alles staat of valt het succes op de lange termijn met het leveren van een kwalitatief goed product. In deze context gaat het dan vooral om het borgen van de kwaliteit van het productieproces. En dat borgen van de kwaliteit kan zowel bij eigen productie als wanneer het modificeren wordt uitbesteed.
Het bedrijf dat nu Thermohout Holland heet, heeft een geschiedenis die meer dan honderd jaar teruggaat. Tegenwoordig werken Edwin Venema en zijn twee zoons Henk en Levi in het familiebedrijf dat eerder jarenlang een zagerij van met name eikenhout was. In 2002 werd deze nog volledig vernieuwd. Maar toen het tijd was om opnieuw te gaan investeren, besloot Venema het over een andere boeg te gooien door een markt te betreden die hij al langer in beeld had.
‘Belangstelling voor het thermisch modificeren van hout heb ik altijd al gehad. En zo’n jaar of vijf geleden tekenden zich maatschappelijke veranderingen af waardoor een groeiende vraag naar thermisch gemodificeerd hout in de lijn der verwachting lag. Dus toen het moment daar was om te gaan investeren in de zagerij, was het de vraag of we dat wel zagen zitten. En toen hebben we er dus voor gekozen om wat anders te gaan doen.’
Twee technieken
Het bedrijf uit Tweede Exloërmond, een dorp in de provincie Drenthe, handelt ook nog in eiken. Maar de focus ligt sinds een handvol jaren geleden dus sterk op het verduurzamen van hout. Voor Venema was al duidelijk dat zijn bedrijf die productie zelf ging doen. Daarvoor moest eerst nog een belangrijke knoop worden doorgehakt op het gebied van productiemethode en daarmee van de kwaliteit van het eindproduct.



‘Ik had in Duitsland al veel bedrijven bezig gezien met thermisch modificeren en dat is daar eigenlijk nooit echt een succes geworden. Voor mij maakten de technieken die ze daar gebruikten vooral duidelijk hoe het niet moest. Hout thermisch modificeren kun je namelijk grofweg op twee manieren doen, namelijk met een gesloten of een open systeem. De Duitse producenten deden meestal dat laatste, waarbij het hout eerst moet worden gedroogd tot een vochtgehalte van 0 procent. Dat is voor het hout heel belastend en in de productie zorgt het voor veel schade en uitval.’
Voor Thermohout Holland viel de keuze daarom op modificeren met een autoclaaf, waarbij het houtvochtgehalte nog maximaal 8 procent mag bedragen. Dat hele productieproces in goede banen leiden, komt volgens Venema neer op een combinatie van ‘ervaring en het geheim van de smid’. Over technische details kan en wil hij dan ook niet uitweiden. Wel geeft hij aan op welke aspecten er wordt gelet bij het borgen van de kwaliteit. Met hout thermisch modificeren moet je volgens Venema vooral heel goed weten waar je mee bezig bent.
‘Het is heel belangrijk dat het hout goed droog is, het begint echt met het juiste vochtgehalte. Dat vraagt om nauwkeurigheid en het nadrogen doen we daarom zelf met onze eigen vacuümdroger. Ook het instellen van de temperaturen en hoe lang het proces duurt luisteren heel nauw. En daarnaast speelt het juiste type hout een grote rol. Sommige houtsoorten zijn niet of heel lastig thermisch te modificeren. Eiken is daar een voorbeeld van: het lukt op zich wel, maar je ontkomt daarbij niet aan extra scheurvorming.’
Enig aandeelhouder
Lemahieu Group is sinds 2016 actief in het thermisch modificeren van hout. Samen met Houtimport Decolvenaere werd toen voor de productie van ThermoWood het bedrijf LDCwood opgericht. Ongeveer een jaar geleden werd Lemahieu de enige aandeelhouder, al duurt de samenwerking met Decolvenaere inzake LDCwood wel voort. De strategische stap om alle aandelen te verwerven moet ervoor zorgen dat de marktpositie van het gemodificeerde hout verder wordt versterkt.
Bijna tien jaar na de start gebeurt de productie van ThermoWood met behulp van zes ovens, samen goed voor 20.000 kubieke meter per jaar. Onder meer ayous, fraké, vuren, grenen, essen en populier worden op deze locatie thermisch verduurzaamd. Daarbij worden de methodes en maatstaven gehanteerd van de International Thermowood Association, waarvan LDCwood een van de kleine twintig aangesloten producenten is. En daarin schuilt ook meteen de belangrijkste manier waarop het bedrijf de kwaliteit van het gemodificeerde hout waarborgt.
Twee, drie en zes ovens
Dieter Penninck is business & product development manager voor onder meer LDCwood bij de Lemahieu Group. ‘Al voor de opstart in 2016 zijn we ons gaan verdiepen in het thermisch modificeren van hout. Als we aan iets nieuws beginnen, willen we dat ook goed doen, dus met testen, certificaten en garanties. Na uitvoerig testen hebben we destijds gekozen voor de gestandaardiseerde ThermoWood-methode, wat we in eerste instantie met twee ovens zijn gaan produceren.’
‘We zijn lid geworden van de International Thermowood Association omdat zij met hun oorspronkelijk uit Finland afkomstige productiemethoden de kwaliteit waarborgen van het gemodificeerde hout. Zij hebben op hun website ook een gratis te downloaden handleiding staan waarin alles duidelijk wordt uitgelegd en toegelicht. Door de jaren heen hebben we de productie uitgebreid: in 2019 kwam er een derde oven bij en in 2022 hebben we het aantal ovens verdubbeld tot zes. Onze schaverij zorgt voor een uitgebreid aanbod aan afwerkingen voor onder andere gevelbekleding en terrasplanken. We kunnen het ThermoWood ook brandvertragend behandelen en lakken.’
Interne en externe controle
‘ThermoWood heeft ons ook een boost gegeven in de export. België, Nederland en Frankrijk zijn onze thuismarkten, maar met ThermoWood zijn we inmiddels structureel in veel andere Europese landen en Noord-Amerika actief’, aldus Penninck. Dat succes kan in zijn ogen niet los worden gezien van de keuze voor ThermoWood als garantie op de kwaliteit van het thermisch gemodificeerde hout. En daar hoort vanzelfsprekend controle op naleving van de afspraken bij.
‘De kwaliteitsborging vindt zowel intern als extern plaats’, legt Penninck uit. ‘Zo komt Finotrol uit Finland tenminste een keer per jaar naar onze productielocatie om een audit uit te voeren. Als alles in orde wordt bevonden, wordt ons productiecertificaat na zo’n audit verlengd. Bijkomend en op vrijwillige basis laten wij het hout regelmatig controleren door Wood.be. Deze audits vinden drie keer per jaar plaats en resulteren in een conformiteitscertificaat.’
‘Bovendien hebben we intern allerlei processen om te zorgen dat het modificeren van het hout volgens de juiste richtlijnen gebeurt. Het modificeren gebeurt volledig computergestuurd. Alle ovens zijn van sensoren voorzien die het vochtgehalte en de temperatuur meten, want die gegevens zijn cruciaal om de productie nauwkeurig aan te kunnen sturen. En als het nodig is, stuurt de computer daarin bij. Dit alles is gekoppeld aan testen en certificaten voor de duurzame herkomst en toepasbaarheid van onze producten.’
Hemelwateropvang
Voor zover er technologische ontwikkelingen zijn in het productieproces, liggen die voor LDCwood en de Lemahieu Group vooral bij de Finse producent van de ovens. Wel is het bedrijf in de coronatijd vanwege de sterk stijgende energieprijzen overgestapt op een duaal systeem waarbij de ovens zowel op gas als stookolie kunnen werken. Voor het water dat de ovens nodig hebben, heeft het bedrijf daarnaast geïnvesteerd in de opvang van hemelwater. De capaciteit op dat vlak bedraagt om en nabij de 900.000 liter.
‘We hebben met het modificeren van hout al sterke ontwikkelingen doorgemaakt en wat ons betreft zit daar zeker nog veel groei in. De vraag neemt alleen maar toe naarmate het uitdagender wordt om bepaalde hardhoutsoorten te importeren, wat onder meer openingen biedt voor de toepassing van thermisch gemodificeerd tuinhout. Wij zien zowel op onze thuismarkten als daarbuiten een groeiende vraag, dus dat stemt zeker positief’, aldus Dieter Penninck.
‘Thermodified’
Binnen het Timber and Building Supplies-concern (TABS) waar Houthandel van Dam onderdeel van is, werd de markt voor thermisch gemodificeerd hout zo’n twintig jaar geleden al betreden. Als specialist in houten gevelproducten ging Van Dam zich daar op enig moment ook mee bezighouden, met als resultaat Noirwood. Dit ‘thermodified wood’, zoals het door het bedrijf zelf wordt genoemd, is er tegenwoordig in vijf varianten, waaronder Fraké Noir, Vuré Noir (vuren) en Obèche Noir (ayous).


Houthandel van Dam modificeert het hout niet zelf, maar doet daarvoor een beroep op het Finse bedrijf SWM. ‘In de basis zijn wij een handelsbedrijf dat samenwerkt met leveranciers en partners. Voor het thermisch gemodificeerde hout was het dus logisch om dat op dezelfde manier in te richten. Bovendien werkten we al langer samen met SWM, dat dus tegenwoordig ook het hout voor ons modificeert’, legt directeur Erik Leeuw uit.
Vanuit Bunnik wordt er tenminste één keer per jaar een bezoek gebracht aan de productielocatie, iets wat Houthandel van Dam standaard bij alle leveranciers doet. Dat het met de kwaliteit wel snor zit, is vooral gewaarborgd doordat het hout gemodificeerd wordt volgens de regels en richtlijnen van de International Thermowood Association. Net als bij de eerdergenoemde Lemahieu Group dus, met het verschil dat die zijn hout zelf modificeert.
Succesvolle stap
‘Er wordt door SWM gewerkt met grote ketels waarin het wordt gedroogd tot een vochtpercentage van 0. Daarna wordt het kort verhit tot 220 graden, waarbij door het verbranden van de lignine de cellenstructuur van het hout wordt veranderd. Daardoor wordt het hout minder aantrekkelijk voor insecten en schimmels. Daarna wordt het hout nog bevochtigd en gaat het vochtgehalte weer terug naar ongeveer 8 procent’, vat Leeuw het procedé samen.
Voor Houthandel van Dam is het betreden van de markt voor thermisch gemodificeerd hout succesvol gebleken. Leeuw ziet bovendien kansen voor groei. ‘In Nederland worden er steeds meer geprefabriceerde woningen gebouwd en daarin wordt heel veel met hout gewerkt. Ook zijn wij volop bezig met zorgen en aantonen dat onze producten een zo laag mogelijke CO2-uitstoot met zich meebrengen. In die combinatie van ontwikkelingen zijn er zeker mogelijkheden om te groeien als het om thermisch gemodificeerd hout gaat.’
Mis niets meer met Houtwereld in print of digitaal
Wil je voortaan geen vakinformatie meer missen? Zorg dan dat je elk exemplaar van Houtwereld ontvangt. Je kunt kiezen voor een compleet abonnement met magazine thuis in de brievenbus of voor een digitale variant. Je leest Houtwereld dan altijd en overal.


