Interieurbouw en Meubelindustrie zit nog zonder cao

cao meubelindustrie en interieurbouw

De cao voor de Interieurbouw en Meubelindustrie liep op 31 december 2024 af. Vakbonden en werkgevers zijn nog niet tot een nieuw set afspraken gekomen. Dit betekent dat de branche even zonder cao zit. Komt vaker voor, maar welke gevolgen heeft dit?

Op 9 december staakten de onderhandelingspartners het overleg om met elkaar tot een nieuwe cao te komen. Op 31 december 2024 liep de cao af en nu is er nog geen nieuwe. Er is wel een informeel overleg geweest op 15 januari met een klein gezelschap. Vakbonden hebben tijdens dit gesprek nog eens enkele van hun ideeën in de week gelegd bij de werkgevers. Binnen twee weken wordt duidelijk of er een officieel vervolg komt.

Naast voor de hand liggen interieurbedrijven vallen ook de bedrijven Kegro Deuren, Svedex, Berkvens Deuren, Bruynzeel Multipanel en Lambri onder deze cao.

FNV-bestuurder Thérèse Beurskens laat weten dat ‘onze achterban pal achter ons besluit stond en staat om de onderhandelingen op te schorten. Leden van de vakorganisaties (FNV & CNV) voelden en voelen zich door onder meer het gedane loonvoorstel niet serieus genomen. Met deze mededeling en met de mededeling dat de werkgeversdelegatie voor méér mandaat moet zorgen, zijn wij van tafel gegaan. We hopen binnen nu en twee weken weer van de werkgeversdelegatie te horen. Met goed nieuws. Nieuws dat de branche en de mensen die erin werken recht aandoet.’

Zonder cao. wat nu?

De cao voor Interieurbouw en Meubelindustrie was algemeen verbindend verklaard. Dit betekent dat de afspraken golden voor zowel leden van Koninklijke CBM, de branchevereniging voor interieurbouw en meubelindustrie als de niet-leden en al hun medewerkers. Eenzelfde situatie trof ook de houthandelbranche vorig jaar.

Nawerking cao Interieurbouw en Meubelindustrie

Voor leden van het CBM geldt nawerking van de cao. Dit betekent dat de afspraken uit de cao blijven gelden. Dit is anders voor bedrijven die niet bij het CBM zijn aangesloten. Voor hen is er geen nawerking. Deze bedrijven zijn nu (tijdelijk) niet meer gebonden aan de cao. Maar dit betekent niet dat je zomaar arbeidsvoorwaarden van je bestaande personeelsleden kun wijzigen, zo legt het CMB uit.

‘Bepalingen uit de cao zijn vaak verworven rechten of de cao werkt toch na op basis van de redelijkheid en billijkheid. Ook is het vaak zo dat in de arbeidsovereenkomst tussen de ongebonden werkgever en een werknemer de cao van toepassing is verklaard (incorporatiebeding). In dat geval zijn zij ook gehouden de bepalingen uit de cao na te leven.’

Voor mensen die nu in dienst treden is in principe individuele contractsvrijheid mogelijk. Dit geldt zowel voor de leden als de niet-leden van het CBM. Bedrijven moeten zich in ieder geval houden aan de minimale eisen van de arbeidswetgeving. Deze staan onder andere in de Wet minimumloon, de Arbeidstijdenwet, de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet arbeid en zorg.

Deze contractsvrijheid van de individuele werkgever kan achteraf worden ingeperkt door de nieuwe cao, die bijvoorbeeld met terugwerkende kracht ingaat op 1 januari 2025. Werkgevers moeten dan met terugwerkende kracht de nieuwe cao toepassen, met mogelijke nabetalingen van cao-loonsverhogingen.

Werkgevers blijven verplicht om premies voor het pensioenfonds en het sociaal fonds afdragen.

Het CBM adviseert werkgevers om voor al hun medewerkers bij het bepalen van de arbeidsvoorwaarden de afspraken uit de laatst geldende cao te volgen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld.  Abonneer