Tips: omgaan met houtfouten, keurmerken en opslag

Tips: omgaan met houtfouten, keurmerken en opslag featured image
Breuk in meranti, ontstaan in de groei.

Houtimporteurs en -handelaren staan voor een behoorlijk uitdaging. Naast de technische aspecten van het hout moeten ze ook letten op de herkomst ervan én dit ook controleren. Wetgeving, de regels van keurmerken: alles moet kloppen. Houtkenner Evan Buytendijk van het gelijknamige ingenieursbureau (afgekort IEB) deelt tips voor de houtbranche.

‘Hout inkopen lijkt simpel, maar dat is tegenwoordig niet meer zo. Het is heel complex geworden, vooral voor importeurs. Vroeger ging het alleen om prijs, houtkwaliteiten en zagerijen. Tegenwoordig is het veel preciezer en technischer geworden. Klopt het met wat je geleverd kreeg?

Denk dan aan de houtsoort, afmetingen, specificatie, het vochtgehalte, CE-markering, misschien de volumieke massa (groeiringbreedte), eventuele houtgebreken of houtfouten et cetera. Als iets niet voldoet, ga je achterhalen hoe dat kan en moet je overleggen met je leverancier. Vaak kom je uit op een schikking in de prijs. Een partij terugsturen gebeurt zelden. Het wordt dan ingekort, nagedroogd of misschien brengt vingerlassen uitkomst. Maar als het kapot is gedroogd kun je er weinig meer mee.’

Evan Buytendijk

Tegenwoordig komt daar nog de controle op legaliteit en dus herkomst bij. Dat traceren van de herkomst van het hout is enorm complex, zo ondervond IEB recent. ‘We moesten voor een klant een houtsoort en houtketen onderzoeken. De oorsprong lag in de Democratische Republiek Congo waarna het hout werd bewerkt in Liba- non… Voor het op de Nederlandse markt kwam was het de hele wereld al over geweest. Een hele klus, maar het klopte wel.’

Europese houtverordening

Volgens de EUTR, de Europese Houtverordening ben je als importeur verplicht om onderzoek te doen naar de herkomst van het hout, vóórdat je een partij op de Nederlandse markt brengt. Dat je hout importeert met een keurmerk vrijwaart je daar niet van, het maakt het makkelijker. De EUTR maakt onderscheid tussen bedrijven die het hout voor het eerst op de Europese markt brengen (marktdeelnemers /operators) en bedrijven die het product verder verhandelen (handelaren/traders). Deze eerste groep heeft een zorgplicht om aan te tonen dat het product niet illegaal gekapt of illegaal  verhandeld is. Hiervoor is het hebben en hanteren van een stelsel van zorgvuldigheidseisen (due diligence system, DDS) verplicht.

Na onderzoek moet het risico op illegale kap en handel verwaarloosbaar zijn en mag het hout op de markt worden gebracht. Specifieke eisen van keurmerken als FSC en PEFC aangaande duurzaam bosbeheer komen daar nog bij. Daarover gaat de EUTR niet. ‘Vroeger kocht je hout in op basis van goed vertrouwen. Dat gaat echt niet meer. Uit onderzoek moet blijken of je partners betrouwbaar zijn en of ze hun gegevens willen delen. Als je zeker weet dat het niet klopt, kun je het niet op de markt brengen. Doe je dat toch en de NVWA komt erachter, dan bestaat de kans dat de hele partij wordt vernietigd en volgen op z’n minst boetes.’ Recent werd IEB geraadpleegd door een handelaar die vurenhout uit Kazachstan kreeg aangeboden. ‘Mooie deal op het eerste gezicht. Maar waar komt het hout echt vandaan? Grote kans dat het Russisch hout is en dus bij voorbaat verdacht. Ook als trader ben je dan verplicht nader onderzoek te doen samen met de importeur. We hebben de handelaar geadviseerd er naar toe te gaan en de documenten tot aan de bron te checken. Dat was nog niet gebeurd.’

Houtmonsters

Maar als het papieren spoor er – op het eerste gezicht – goed uitziet, kan er nog altijd fraude gepleegd zijn. ‘Dat hebben we ook recent nog weer gezien. Van 16 houtsoortanalyses klopten er 3 monsters niet. Dat waren niet de houtsoorten die het volgens de papieren zouden moeten zijn.’ Hoe dat kan gebeuren, daarover wil Buytendijk niet speculeren. Wel stelt hij dat geld altijd een rol speelt.

‘Vaak gaat het ook om minder gangbare houtsoorten.’ ‘Houtkennis is in alle takken van je bedrijf onmisbaar’, stelt de ingenieur. ‘Ik preek daarmee niet voor eigen parochie. Dat denk je misschien, maar wij zien in onze praktijk als we inspecties moeten uitvoeren helaas vaak de gevolgen van verkeerd toegepast hout als het gaat om houtgebruik of montage.

Hier is een verkeerde houtsoort gebruikt. Vuren kun je niet zonder verduurzaming in de grond toepassen.

Houtfouten

Denk aan azobé in de gww. Daar is het enorm geschikt voor, maar zet het alsjeblieft niet in als gevelhout of binnen toepassing. Andersom geldt het voor vurenhout: wel binnen, maar zonder verduurzaming moet je er geen vlonder of gevelbekleding voor buiten van maken. En soms is wel het juiste hout gebruikt, maar is er een fout gemaakt tijdens de bouw. In 2022 werd onze expertise ingeroepen bij een project waar het hout door de verkeerde bouwwijze veel te veel werd blootgesteld aan vocht.

Dit zijn allemaal vrij simpele voorbeelden van houtfouten maar er bestaan veel hout-misverstanden. Ook nog bij mensen die al jaren in het hout werken. Bijvoorbeeld over de verschillen tussen lariks en douglas. En tussen Europees lariks en Siberisch lariks. Dit laatste hout is duurder maar ook duurzamer. Uiteindelijk is de hele branche bij verkeerd advies de verliezer want het hout heeft het gedaan.’

Imago hout beschermen

Voor goede advisering is technische kennis over houtsoorten, het krimp- en zwelgedrag, toepassing en de montage onmisbaar. ‘Een houthandel moet daarin specialist zijn. Je kunt je voorstellen dat dit bij een reguliere bouwmarkt lastiger is. Daar is het assortiment veel breder dan alleen hout. Hout is enorm in opmars en als branche moeten we samen het product hout ‘beschermen’. Missers in gebruik of montage kunnen die opmars heel snel schaden en het vertrouwen in hout afbreken.’ Met dat idee in het achterhoofd stoort Buytendijk zich ook aan de bouwmarkten. ‘Tuinhout binnen opslaan… Warm, droog. Dat gaat nooit goed. Het zou buiten moeten liggen of in de loods. Het wordt immers ook buiten toegepast. Als houthandelaar doe je je stinkende best om een mooi product af te leveren maar als de ‘winkels’ er vervolgens niet goed mee omgaan beschadigt het hout onherstelbaar. Het droogt te snel, vervormt, scheurt et cetera. Een emmer water achter de stelling helpt echt niet. Een luchtbevochtigingssysteem wel, maar daar is bijvoorbeeld het behangpapier weer niet blij mee… De meeste winkels rekenen gewoon met een hoog percentage derving in plaats van een andere opslagmethode te kiezen. Maar met imagoschade houdt niemand rekening.’

Tips keurmerken en opslag

Partijen hout mengen
In praktijk worden verschillende partijen hout met een FSC of PEFC-keurmerk, of partijen zonder keurmerk, nog wel eens met elkaar vermengd. Dat mag niet. Automatisering kan dit voorkomen – ook bij kleine bedrijven. Daarnaast is communicatie belangrijk. Iedereen die met het hout werkt moet op de hoogte zijn, dit gaat dus ook om discipline. Er zijn keurmerken (bijvoorbeeld Keurhout) waar menging is toegestaan, maar veel opdrachtgevers (zeker overheden of woningbouw) eisen vaak FSC of PEFC.

Verkeerd inboeken
Een andere veelvoorkomende fout die IEB in de praktijk tegenkomt is het verkeerd inboeken van hout. Partijen FSC die als PEFC worden ingeboekt, of andersom. Of niet gecertificeerd materiaal dat opeens wel een keurmerk krijgt. ‘Soms is een order veranderd, kon iets niets uitgeleverd worden en controleert niemand de levering met de gemaakte afspraken. Dat zien we echt nog regelmatig. Let altijd op het juiste CoC-nummer (certificaat)- en claim. Heeft de leverancier wel een geldig certificaat? Is het nog niet verlopen? Het klinkt kinderachtig maar je moet checken of het bedrijf (nog steeds) in de betreffende database staat met een geldig certificaat.

Alleen gecertificeerd hout
Voor naaldhout is het niet zo ingewikkeld om volledig met gecertificeerd hout te werken, maar voor hardhout of plaatmateriaal wordt dat lastiger. Als je daar wilt gaan werken met 100 procent gecertificeerd hout wordt het aanbod een stuk kleiner. ‘Er moet meer bos gecertificeerd worden. Dat kán, indien opdrachtgevers en de houtindustrie daarin bewuste keuzes maken,’ stelt Buytendijk.

Kiezen voor één keurmerk
Kun je als houthandelaar kiezen voor één keurmerk om problemen met vermenging of verkeerd inboeken te voorkomen? ‘In theorie kan dat. Maar in praktijk kom je dan in de knel met je assortiment. Of je moet gespecialiseerd zijn in bepaalde houtsoorten en herkomsten. Als je een brede range internationale producten voert heb je al snel te maken met meerdere keurmerken. Zo laat Staatsbosbeheer in Polen het FSC-keurmerk steeds meer los en passen ze PEFC juist meer toe. Het grootste aandeel CLT op de markt heeft ook het PEFC-keurmerk.’

Schade in opslag
Tuinhout kun je het beste buiten opslaan/uitstallen voor klanten. Of in een loods. In een winkel is het te warm en te droog waardoor het hout beschadigt. Een luchtbevochtingssysteem kan helpen. Een emmer water achter de stelling helpt echt niet.

Kennis opdoen en delen
Zorg dat de kennis die je nodig hebt, aanwezig is in je bedrijf en onderling gedeeld wordt. Gaat iemand met veel knowhow met pensioen? Laat hem dan een training geven voor de jongere garde. Zorg dat zijn kennis en kunde behouden blijft. Zo kun je ook te werk gaan als iemand een externe cursus heeft gevolgd: deel die opgedane kennis met elkaar.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld.  Abonneer