Olav Wiggers handelt in houten prefab woningen

Olav Wiggers handelt in houten prefab woningen featured image

Hij heeft wel eens een buurt willen ontwikkelen, met een mix van woonvormen, alles in houtbouw. Maar Olav Wiggers en ambtenaren, dat wordt hem niet. Wel verkoopt hij al sinds 2001 houten huizen aan particulieren. Gemaakt door producenten in de Baltische landen en van verder weg. ‘Iedereen probeert hier het wiel opnieuw uit te vinden.’

Uniek aan Wonen in Hout in Soest is dat directeur-eigenaar Olav Wiggers die het bedrijf runt samen met een zakenpartner, zoveel verschillende houtbouwleveranciers heeft. Meer dan twintig. En hij zoekt er elk jaar wel weer een paar bij. ‘Daar zitten echte papa-en-mama-bedrijven tussen. Prima timmerfabrieken. Maar ook bedrijven die wel 500 woonunits per maand kunnen maken, compleet geprefabriceerd. Tegen prijzen waarvoor je het in Nederland nergens gemaakt krijgt.’

Hij zou graag voor woningcorporaties werken. Hij kan complete appartementgebouwen leveren, alles conform Bouwbesluit, tegen heel gunstige bouwkosten. Maar hij weet ook wel dat dat voorlopig een stap te ver is. ‘Toen we begonnen, 22 jaar geleden, gingen er van de 200 projectaanvragen per jaar maar zo’n vijf door’, vertelt hij. ‘Vergunningverleners vonden het maar niets, houten huizen. Het leverde vragen op over brandgevaar en dergelijke, maar ook problemen met Welstand. Vanaf ongeveer  2009 sloeg dat om. Duurzaamheid werd het toverwoord. Maar ik doe dit niet per se vanwege duurzaamheid. Ik houd gewoon van houten gebouwen. Wonen in een houten huis, daar word je rustiger van, het is een andere beleving.’

Hoe het zo gekomen is? Nou, Wiggers had dus een bedrijf in assurantiën met zo’n vijftien man personeel én een huis in Portugal. En bij dat huis wilde hij samen met zijn vrouw een camping beginnen. En op die camping wilde hij houten huisjes neerzetten. ‘Ben ik begonnen met navragen in de omgeving. Maar in Noord-Portugal was niemand te vinden die zo iets voor me wilde timmeren. Ze hebben er vooral eucalyptusbomen, daar is weinig mee aan te vangen. Met Nederlandse bedrijven heb ik het ook even geprobeerd maar dat werd het ook niet.’

Dus pakte Wiggers op een dag het vliegtuig naar Sint-Petersburg, huurde er een auto en reed vanuit de Russische stad kriskras en grotendeels op de bonnefooi terug naar Nederland. Ondertussen op zoek naar bedrijven waarmee hij zaken kon doen. ‘Het internet was toen nog niet zo groot, en nog steeds hebben veel van die timmerbedrijven geen website. Het was echt een kwestie van op gevoel een plaats binnenrijden en informeren.’

Het bracht de ondernemer soms in heikele situaties. ‘Dan reed ik een fabrieksterrein op en kwamen er van alle kanten gewapende mannen op me af. Dan waren ze er met heel andere dingen bezig dan met hout… Daar moest ik me dan weer uit zien te praten.’ Dat hem dat lukte, bewijst zijn loutere bestaan. Hij deed ook heel goede contacten op. ‘In Wit-Rusland, de Baltische Staten. Heel vriendelijke mensen, vaak wel opportunistisch. Ze beginnen een fabriek, investeren een boel met grootse plannen. Als het niets wordt schalen ze gewoon weer terug. Maar wel met vakmensen. En altijd volgens hetzelfde principe: geheel gemechaniseerd onder ideale omstandigheden een degelijk product maken.’ Sommige fabrikanten hebben een goed ontwikkelde marketing en eigen woningconcepten. In die gevallen is Wiggers een soort Nederlandse vertegenwoordiger.

Fundering

Op zijn website staan verschillende conceptwoningen. Zoals de Koda-woning, een compleet ingericht houten huis dat in zijn geheel op een dieplader past en naar believen verplaatst kan worden. Gemaakt in Estland. ‘In Nederland moesten we een fundering storten en het huis met een stalen staaf ‘onlosmakelijk’ aan die fundering vast maken. Anders geldt het niet als permanent bewoonbaar huis, ook al voldoet het ruimschoots aan het Bouwbesluit’, grijnst Wiggers.

Of neem de zelfbouwpakketten van A-frames van het eveneens Estse Avrame. Dergelijke fabrikanten zijn met een paar simpele klikken tegenwoordig eenvoudig door iedereen te vinden. Olav Wiggers: ‘Ja, het klopt dat mensen zelf houten prefab huizen bestellen. En dat kan ook uitstekend. Maar veel fabrikanten willen geen direct contact met particulieren. En veel mensen laten het liever aan een specialist over. Zeker als, en dat is eigenlijk altijd zo, ze aanpassingen willen laten doen.’

Want dat is hoe het meestal gaat bij Wonen in Hout: mensen tonen zich geïnteresseerd via de website, Wiggers of zijn collega neemt contact op en verwijst dan graag door naar een architect. Wiggers: ‘De architect hoeft alleen een voorlopig ontwerp te maken. Dat kan op basis van een cataloguswoning zijn, maar ook een eigen ontwerp. Dat sturen wij naar één van onze zakenrelaties waarvan we weten dat die dat het beste kan maken. Zij hebben eigen specialisten in dienst die het ontwerp uitrekenen, vaak ook suggesties doen voor aanpassingen die gunstiger uitpakken of het technisch beter maakbaar maken. En ze kunnen meteen een prijs noemen.

Met die technische tekeningen kan de architect zijn constructeur inschakelen en met de opdrachtgevers verder praten. Meestal begint vanaf dat moment voor ons het wachten.’ Dat kan op het gebied van vergunningen zijn maar evengoed op de besluitvaardigheid van de opdrachtgevers. ‘We richten ons niet op de top van de markt. Onze klanten zijn mensen met een bescheiden beurs, maar met de droom van een eigen huis. Dat is vaak passen en meten met het budget en voor veel mensen is het een heel grote stap.’

Loonkosten houtbouw

Wonen in Hout levert voornamelijk woningen van prefab houtskeletbouw-elementen. Het bedrijf is ook agent voor een prefab-bouwer in CLT, maar daar is minder belangstelling voor. ‘CLT is relatief zwaar en er gaat veel kostbaar hout in zitten. Voor een drielaags woonhuis heb je het constructief ook helemaal niet nodig.’ Ook levert Wiggers wel log-bouw, de traditionele ‘blokhuttenbouw’ met liggende balken.

‘Maar je kunt dat niet onbeschermd laten in ons vochtige klimaat. We raden altijd aan om zo’n constructie in ieder geval van de buitenkant te beschermen door het aanbrengen van isolatie en extra gevelbekleding, bijvoorbeeld van rabatdelen.’ Prefab-huizen uit Oost-Europa (Wonen in Hout heeft ook relaties met Duitse en Belgische timmerfabrieken) zijn aantrekkelijker geprijsd dan een vergelijkbare woning gemaakt in Nederland. Een kwestie van lagere lonen. Daar wegen de hogere vervoerskosten niet tegen op.

Olav Wiggers: ‘Veel hangt af van hoeveel de mensen zelf nog bereid zijn aan hun woning te doen. We leveren onze woningen meestal casco op. Ze staan er wind- en waterdicht binnen een dag of negen. De bewoners zijn daarna zelf vaak nog enige maanden bezig met de afwerking van het huis.’ In tiny houses doet Wiggers niet. ‘Dat is een markt… mensen denken voor €20.000 een compleet huis te kopen, daar krijg je nog geen stacaravan voor.’ De goedkoopste woningen kosten bij Wonen in Hout rond de €100.000. Al zijn ze er al vanaf €60.000. Daarboven kun je het zo gek maken als je wilt. ‘Ons motto is: een vrijstaand huis voor de kosten van een rijtjeshuis’, zegt Wiggers terwijl hij Houtwereld rondrijdt door de Almeerse uitbreidingswijk Oosterwold.

Een wijk vol zelfbouwwoningen. Wiggers wijst tijdens de rit links en rechts woningen aan die via hem gerealiseerd zijn. Meest opvallend: een enorme, klassieke ‘notariswoning’, witgepleisterd, compleet met licht-uitstekende gevel bij de voordeur. De bewoner tekende het huis zelf en liet het via Wonen in Hout maken. Voor de montage komt altijd een ploeg van de fabriek mee die tijdens de bouw in een door Olav Wiggers geregelde woning of stacaravan verblijft. ‘Aardige en bekwame gasten,’ vertelt de opdrachtgever van de notariswoning. ‘En razendsnel. We woonden met ons gezin al in een houten woning en dat wilden we hier in Oosterwold weer. Het is gewoon een heel andere manier van wonen, meer een met de natuur.’

Handelt Olav Wiggers met Rusland?

Handel in woningen van ver blijft avontuurlijk. Zo heeft Wonen in Hout diverse houten huizen in bestelling staan bij een Wit-Russische leverancier. In Oosterwold liggend de betonnen fundamenten al klaar. Een eerste aanbetaling is door de opdrachtgevers gedaan.

Een zorgmedewerker en een buschauffeur kunnen hier wonen.

Maar toen kwam eerst corona er tussen en daarna de Russische inval in Oekraïne. ‘Mijn collega is op het moment in Belarus om dit vlot te trekken’, vertelt Wiggers. ‘Er zijn restricties op houtimport uit Rusland en Belarus, maar niet op prefab houten huizen. Dat is een aparte productgroep en die wordt niet genoemd in de sancties. Verder zijn er extra regels in Belarus voor vrachtvervoer. We denken die te kunnen omzeilen door de bouwdelen per trein over de grens te brengen en dan over te laden. Ik ga er van uit dat het gaat lukken.’

Extra lastig: overmaken van geld naar Belarus is extreem moeilijk. Er wordt afgerekend met barterdeals: goederen voor goederen. Uiteraard mogen de geruilde goederen niet als strategisch zijn aangemerkt. Wiggers verkocht in 2009 zijn assurantiekantoor en leeft sindsdien van zijn huizenbedrijf. ‘Ik krijg een bescheiden fee, in principe betaald door de leverancier van de houten huizen. Ik ben dan ook niet of nauwelijks duurder dan als je het zelf bij de fabriek bestelt.’ De camping in Portugal, waar uiteindelijk acht houten vakantiehuizen kwamen, is verkocht. Olav Wiggers heeft nog wel een eigen huis in dat land. Maar niet van hout. ‘Van traditioneel graniet. Er was niets anders te koop…’

Door: Jan Maurits Schouten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld.  Abonneer