Houten gevelbekleding vinden veel mensen mooi, maar ze willen geen problemen. Die komen er ook niet, mits het hout volgens de regels wordt aangebracht. Die regels zijn niet zo moeilijk, maar toch worden ze vaak met voeten getreden.
Van de basisregels voor houten gevelbekleding kan iedereen eenvoudig kennis nemen. De Houtwijzer Gevelbekleding van massief hout is te downloaden vanaf www.houtdatabase.nl. ‘Iedereen zou deze informatie tot zich genomen moeten hebben om deze esthetisch mooie, circulaire en CO2-vastleggende gevelbekleding toe te passen’, zegt Eric de Munck van Centrum Hout, de uitgever van deze Houtwijzer.
Helaas, de praktijk is anders. ‘We hebben te maken met een breed scala aan aannemers, architecten en adviseurs. Het blijkt een uitdaging om hout goed aan de gevel te bevestigen. Onze leden brengen daarom deze Houtwijzer geregeld onder de aandacht van hun klanten. Sommigen zeggen zelfs dat klanten niet bij hen hoeven aan te kloppen als ze de Houtwijzer niet toepassen. En in het kader van de komende Wet kwaliteitsborging, Wkb, voor het bouwen wordt het ook steeds belangrijker om bij een product de juiste documenten te leveren.’

Ventilatie: 10 millimeter?
Wat er in de Houtwijzer staat, zou eigenlijk grotendeels bij iedereen bekend moeten zijn. ‘Ventilatie bijvoorbeeld. Dat is zo belangrijk. Maar dat brengen we al 30 jaar onder de aandacht. Ook de afwerking op de juiste plaatsen en aansluitingen op andere materialen zijn punten van aandacht. Zo zou je voldoende afstand moeten houden vanaf het maaiveld. Dat is minimaal 200 en liever 300 mm. Alleen vinden architecten dat meestal niet zo leuk.’
Als het gaat om ventilatie promoot Centrum Hout vooral de open gevelbekleding. Met de open structuur van de gevel is ventilatie nauwelijks een issue. Dat geldt wel voor gesloten gevelbekleding. Onder- en bovenin zou volgens de Houtwijzer een open ruimte gehouden moeten worden van 200 mm2 per m2 gevelbekleding. De openingen boven- en onderin moeten minimaal 3 mm breed zijn. Voegen mogen volgens Bouwbesluit maximaal 10 mm breed zijn om ongedierte te weren. ‘Je ziet nu dat die 10 mm ter discussie staat omdat er muizen in de spouw zouden komen. Nu adviseren wij ook om de opening af te dichten met een ventilatieprofiel, maar feitelijk komt er geen ongedierte in de spouw als je voldoende ventileert. Die beestjes houden namelijk niet van tocht. Als je de maximale openingen gaat verkleinen, waar nu over gesproken wordt, krijg je in gesloten gevelbekleding problemen met je ventilatie.’
Eisen brandveiligheid
De Munck is blij met de toenemende populariteit van hout aan de gevel. Tegelijkertijd ziet hij dat houten gevelbekleding hier en daar onder druk komt te staan. Met name de brandveiligheidseisen maken toepassing niet altijd eenvoudig. ‘Je ziet soms dat hout gewoon ingekocht wordt zonder dat de leverancier weet waar het voor wordt gebruikt. Maar als de leverancier het wel weet, moet hij zorgen voor de juiste prestatieverklaring volgens CE-markering. Vooral bij open gevelbekleding kan dat lastig zijn. Soms zie je dan dat bij voorbaat alle hout brandwerend behandeld wordt, maar dat is prijstechnisch niet gunstig. Daarom hebben we als VVNH anderhalf jaar geleden diverse houtsoorten en -producten in open gevelbekledingen getest. Dat heeft geresulteerd in negen houtsoorten die onze leden met een prestatieverklaring met Eurobrandklasse D kunnen leveren.’
Minder speelruimte
Waar Centrum Hout zich zorgen over maakt, is het voornemen van de Europese Commissie om de speelruimte in de tabel ‘Classified Without Further Testing’ in de NEN-EN 14915 te verkleinen. De daarin genoemde houtsoorten mogen nu in de voorgeschreven totaalopbouw – inclusief achterconstructie – worden toegepast zonder aanvullende brandtesten. Als de EC zijn zin krijgt, mogen verduurzaamde, gemodificeerde en/of gecoate gevelbekledingen niet meer als Eurobrandklasse D worden geclassificeerd op basis van deze CWFT; deze gevels moeten dan getest worden. ‘We zijn direct in de pen geklommen met het verzoek daar van af te zien. Ik snap de nadruk op veiligheid, maar dat moet dan wel gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderzoek en met gebruikmaking van alle testresultaten die in de markt beschikbaar zijn. Als de EC dit toch doorzet gaan we proberen om onze VVNH-leden te ontzorgen door zo veel mogelijk tests uit te voeren, zoals we dat ook voor open gevelbekleding hebben gedaan.’
Een ander punt van zorg is dat toepassing van hout in hoogbouw nog wat lastiger lijkt te worden. ‘Er ligt nu op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken een advies om boven de 50 meter – en bij gebouwen met een zorgfunctie boven de 30 meter – brandklasse A2 toe te passen. Dat kun je met hout niet halen. Nu wordt hout niet heel veel toegepast op deze hoogte, maar het wordt wel gebruikt voor loggia’s en voor bekleding van balkons en dergelijke. We pleiten er voor dat dat onder voorwaarden toch mogelijk blijft.’
Testmethode
Ook met de testmethodes van brandveiligheid van gevels is Centrum Hout nadrukkelijk bezig. ‘In plaats van de huidige SBI- test, de zogenaamde prullenbaktest, wil men in Nederland toe naar een midscale-test. Daarbij worden verdiepingshoge elementen getest. Dat zou moeten resulteren in een NPR, vooruitlopend op Europese normen. We zijn volop bezig om te kijken hoe oplossingen in hout mogelijk zijn.’
Kansen voor hout en houten gevelbekleding ziet De Munck echter volop. Zo wordt de milieuscore van materialen steeds belangrijker en die is bij hout zeer gunstig. ‘En die zou eigenlijk nog veel gunstiger moeten zijn. De discussie over CO2-emissie en -opslag van materialen is gaande en word steeds definitiever. Ondertussen werken we aan het actualiseren van bestaande milieuprofielen van hout en voegen we milieuprofielen van nieuwe houtproducten toe aan de Nationale Milieu Database.’
Keuze houten gevel vaak visueel
Het onderwerp brandveiligheid van houten gevelbekleding staat ook bij Leegwater Houtbereiding hoog in het vaandel, zegt Chris Duivenvoorden van Leegwater Houtbereiding. Het bedrijf doet veel aan voorlichting richting met name architecten en houthandel. Ook Duivenvoorden wijst op de komende Wkb, waarbij de prestaties van een gevel steeds beter gedocumenteerd zullen moeten worden. ‘Op de site van de Rijksoverheid over de Wkb wordt brandveiligheid als een van de eerste zaken genoemd.’
‘Een gevel springt in het oog en de keuze wordt dan ook vaak visueel benaderd: welke uitstraling wil je? In de bestekfase gaat het over de eisen waar de gevel aan moet voldoen. Dat begint met de duurzaamheidsklasse. De houtsoort kan van zichzelf voldoende duurzaam zijn of door impregnering. Daarna komt de achterconstructie en dan gaat het vooral om één ding: ventilatie en regelgeving. Maar al die informatie is te vinden in de Houtwijzer van Centrum Hout.’


‘Heel belangrijk daarbij is om te kijken naar de brandeisen die er zijn, onder meer voor meerlaagse bouw en voor vluchtwegen. Je moet vroegtijdig kijken of dergelijke eisen gelden, om te voorkomen dat het achteraf wordt afgekeurd. Wij voeren brandvertragende behandelingen uit en geven veel advies over brandveiligheid van gevels, maar we benadrukken altijd dat wij niet over de eisen gaan.’ Het is vaak de brandweer of bouw- en woningtoezicht die bepalen of er aanvullende brandeisen worden gesteld. En let op: als er Euroklasse B wordt gevraagd, gaat het niet alleen om het hout zelf maar om de totale gevelopbouw. En die moet getest zijn zoals die wordt toegepast, volgens de zogenaamde ‘end use application’.’
Belangrijk bij het maken van keuzes is dat niet elke houtsoort getest is en ook niet elke houtsoort brandwerend behandeld kan worden. Daarbij moeten de brandvertragende behandeling en de eindcoating elkaar ook verdragen. Brandvertragende behandelingen met zouten hebben altijd een coating nodig omdat de zouten anders uitlogen. Alternatief is brandvertragend behandelen met polymeren. ‘Voor brandwerende behandeling, maar sowieso voor coatings, heeft een bezaagd of geborsteld oppervlak de voorkeur, boven geschaafd hout. Dat geeft een betere hechting. Hierbij is er ook minder kan op het ontstaan van ‘bladders’ of ‘raising grain’ bij zachte houtsoorten.’ Overigens is ook dat advies opgenomen in de Houtwijzer.
Cursus montage houten gevels
SHR geeft regelmatig een cursus over het onderwerp duurzame houten gevelbekleding. ‘Voortgekomen uit frustratie, want er gaat van alles mis op dit gebied’, zegt dr. René Klaassen van SHR. Dat mondt regelmatig uit in een discussie over de schuldvraag. ‘Een steekspel zonder winnaars. En de grote verliezer is hout, dat mensen gaan betitelen als rotmateriaal.’ En ja, hout is een gevoelig materiaal erkent Klaassen enerzijds, want er zijn vele soorten en kwaliteiten. Maar anderzijds is het allemaal niet zo moeilijk. ‘De richtlijnen zijn gewoon te vinden. Je moet het alleen wel doen. De informatie is er, maar die wordt niet altijd gebruikt.’ Klaassen ziet dat het zowel in de uitvoering fout gaat als bij het managen van verwachtingen. ‘Hout verweert. Dat is bekend en dat moet je accepteren. Maar dat moet je de klant wel vertellen.’
Klachten afschuiven
SHR merkt dat er behoefte is aan de cursus over gevelbekleding. ‘Eigenlijk wil je vooral bedrijven bereiken die de behoefte aan zo’n cursus niet hebben; het zijn juist die bedrijven die weinig interesse hebben die hun werk niet goed doen. Wie geïnteresseerd is, kan veel informatie wel vinden. De verfindustrie komt bijvoorbeeld wel omdat verf vaak de schuld krijgt bij klachten. Zij willen zo veel mogelijk van hout weten om goed te kunnen adviseren. Het is mooi dat zij komen, maar de ‘aanstichters’ komen niet.’
Problemen vinden hun oorsprong soms al vroeg in het proces. ‘Hout drogen kost geld. Hout beter drogen kost meer geld. Het maakt verschil of je naar 20% of naar 12% droogt. Verder terugdrogen geeft daarbij in het voortraject een verhoogd risico op schade. Als je dan hout met een hoger vochtpercentage uitlevert, droogt het in het werk en ontstaat daar de schade. Wie krijgt dan de zwarte piet en draait op voor de gevolgen?’ Het gaat echter vooral vaak mis bij simpele dingen die alom bekend zouden moeten zijn. ‘Denk aan ventilatie en hoe je de achterconstructie maakt. Die moet van onderen en van boven open zijn om te kunnen ventileren. Maar denk ook aan spijkers waarmee het hout kapot wordt geslagen. Bolkopspijkers horen met de kop óp het hout en niet erin. Of er worden gevels gemaakt waar je nooit meer bij kunt voor onderhoud. Houten gevels moet je met zorg maken, met simpele uitgangspunten waar je je aan moet houden.’ Waar Klaassen zich echt aan kan ergeren, zijn de zogenaamde experts. ‘Dan lees je in een blad dat iemand western red cedar een nerveuze houtsoort noemt, wat helemaal niet waar is. En dan staat er ook nog een plaatje bij van tropisch hardhout… Wat meer nederigheid zou op zijn plaats zijn, in plaats van maar wat te roepen.’
Door: Henk Wind

