Jan Luiten van Zanden, Thomas van Goethem, Rob Lenders en Joop Schaminée schreven het boek: De ontdekking van de natuur. De ondertitel luidt: De ontwikkeling van biodiversiteit in Nederland van ijstijd tot de 21e eeuw. In de Volkskrant schreef Marcel Hulspas een recensie.
Samenvattend geeft hij aan dat boeken over de Nederlandse natuur vaak met een negatieve insteek zijn geschreven. ‘De ontdekking van de natuur’ is hierop een positieve uitzondering. Hulspas geeft aan: ‘Na twintig eeuwen van achteruitgang durven de auteurs een hoopvolle toekomst te schetsen. Voorwaarde is wel dat we onze verantwoordelijkheid nemen.’
Bossen in Zuid-Limburg
Hij geeft enkele voorbeelden uit het boek. Zo leverden de bossen op de hellingen in Zuid-Limburg door zorgvuldig beheer eeuwenlang brand- en bouwhout. Toen de vraag naar dit hout verdween werd ook het bos aan zijn lot overgelaten met alle gevolgen van dien. Inmiddels is op enkele plaatsen het oude bosbeheer weer ingevoerd en gaat het de goede kant op.
Hij besluit: ‘Het cliché van de vijandschap tussen mens en natuur maakt plaats voor een genuanceerde visie. De natuur kan niet zonder ons, luidt de conclusie. ‘Zoals het drama van de Oostvaardersplassen laat zien, kan de mens zich niet terugtrekken en hopen dat er spontaan een rijke wildernis ontstaat.’ Er is toekomst voor de Nederlandse natuur, ‘maar we zullen het als mensen zelf moeten willen en doen’.


De biodiversiteit is volgens Goethe en van Zanten op 15% na weer terug met een dieptepunt in 1970 van ongeveer -60%. De emissies van ammoniak en stikstof volgen ongeveer dezelfde lijn (compendium voor de leefomgeving). Maar volgens andere curven in het compendium voor de leefomgeving zit de LPI (Living Planet Index) op ongeveer -60% tov 1990. Volgens Judit van der Horst zijn we op ongeveer -85% aangeland. Wat is het eindpunt van de curve voor de historische LPI nu werkelijk? -15% of -85% ?