Tijdens bouwvoorbereidingen in Gent is hout gevonden dat afkomstig is van bouwsels uit de vroege middeleeuwen. Dit middeleeuwse hout, planken en balken krijgen nu een nieuw leven in kunstwerken van Berlinde De Bruyckere en Paul Van Gijsegem en zullen al in februari in het museum te zien zijn.
(door Matthias Vanheerentals)
Projectontwikkelaar Acasa ontwikkelt in de Simon de Mirabellostraat in Gent een luxe woonproject onder de naam Prinsenhof De Motte. Tijdens voorbereidend archeologisch onderzoek zijn de restanten van de oorspronkelijke middeleeuwse ‘motte’ blootgelegd. Een ‘motte‘ is een kunstmatig eiland of verhoging waarop meestal burchten of versterkingen werden gebouwd. De archeologen vonden een historische gracht blootleggen die beschoeid was met hout. De houten balken en planken zijn door de archeologen voorzichtig uit de bodem gehaald. De planken, balken en palen zijn vrij oud, zo blijkt uit nader onderzoek. Bij projectontwikkelaar Acasa wordt geschat dat het hout maximaal 500 jaar oud moet zijn. Maar een exacte datering is er nog niet.
Het middeleeuwse hout krijgt een bijzondere herbestemming. Twee kunstenaars gaan het hout nu hergebruiken. Het middeleeuwse hout van het Prinsenhof in Gent krijgt een nieuw leven in een kunstwerk van Berlinde De Bruyckere en Paul Van Gijsegem. ‘Het is heel bijzonder hout, dat tot de verbeelding spreekt’, zegt kunstenares Berlinde De Bruyckere op het Belgische tv-kanaal VRT NWS. ‘De balken zijn erg donker en hebben vuil, modder en water geabsorbeerd. Ik kijk daar als beeldhouwer doorheen. De planken hebben een unieke vorm, ze zijn eeuwen geleden manueel verzaagd. Het is enorm mooi materiaal.’
De kunstenaars gaan het verwerken als sokkel voor een ander kunstwerk, de sculptuur van een imposante engel. De oorspronkelijke sokkel van die engel was te groot voor de ruimte in het Brusselse Bozar waar de kunstenares in februari volgend jaar haar eerste overzichtstentoonstelling zal houden.
Hout nog gezien door Karel de Grote
Het Prinsenhof in Gent was de woonplaats van de burggraaf van Gent die later plaats moest maken voor de graven van Vlaanderen. Nog later gebruikten de hertogen van Bourgondië het als paleis en zo gebeurde het dat Keizer Karel er in 1500 werd geboren.
Vandaag rest enkel nog de Donkerpoort als zichtbare herinnering, maar ooit kenmerkte de site zich door twee eilanden omringd door water. Het noordelijke, jongste eiland, was zeker in de Bourgondische periode uitgebouwd als een echt paleis. Het zuidelijke eiland was ten tijde van de Bourgondische hertogen een tuin.
Naar alle waarschijnlijkheid is dit laatste eilend het oudste van de twee en zal de oorspronkelijke bewoner, burggraaf Hugo II, hier gewoond hebben. Het is dit zuidelijke eiland, de oorspronkelijke motte, die nu gevonden is. De gracht rond de motte is ruim 20 meter breed en tegen het eiland is de houten beschoeiing gevonden die het eiland moest beschermen tegen erosie.
Aardwerkscherven
Onder de dempingslagen van de gracht vonden de archeologen ook nog lagen van bezinksel, van toen de gracht nog een walgracht met water was (‘actieve grachtlagen’). In die humeuze lagen wijzen de aanwezigheid van rietresten, kleine slakkenhuisjes en zoetwatermossels erop dat dit om de periode gaat dat er water in de slotgracht stond. Uit die lagen konden de archeologen ook nog vondsten recupereren die wat ouder lijken. Aardewerkscherven uit de late middeleeuwen (14e-15e eeuw) en een handvol munten uit e regeerperiodes van enkele Bourgondische hertogen – Filips de Schone en Keizer Karel.
Maar de meest in het oog springende constructie was zoals reeds vermeld het motte-eiland. Het werd aangetroffen in de vorm zoals het afgebeeld staat op een plattegrond uit 1649. Een achthoekig ‘kunstmatig’ eiland afgeboord met houten palen en planken. Echter is het nog onduidelijk in welke periode het eiland deze vorm kreeg. Dat kan kort voor het maken van het plan van 1649 zijn, maar evengoed 200 jaar eerder. Er zijn namelijk geen gedetailleerde plannen beschikbaar van voor bovenvermeld jaar.
Jaarringenonderzoek
Het hout wordt bemonsterd in het kader van dendrochronologie (jaarringenonderzoek), waarbij getracht wordt de kapdatum van de boom (waaruit de houten paal werd gemaakt) te achterhalen. Zo kan, bij benadering, het jaar van de constructie van de beschoeiing fijngesteld worden. Dit jaarringen-onderzoek is echter pas voor na de opgraving. De houten beschoeiing, daarvan wordt momenteel gedacht dat die in de periode 15de-17de eeuw werd opgetrokken. Met andere woorden: de periode van de Bourgondische hertogen. In de grondlagen die gekoppeld worden aan deze uitbreiding van het eiland werden enkele munten met de metaaldetector opgepiept: munten geslagen door Filips II (1555-1598). Dit wil zeggen dat de uitbreiding (met aanwezige houten beschoeiing) ten vroegste in deze periode moet uitgevoerd zijn.
Volmiddeleeuwse grachtlagen
Meer naar het kern van het motte-eiland, kwamen enkele ophogings- en grachtlagen aan het licht waarvan heel hard wordt vermoed dat deze tot de volmiddeleeuwse (11de-13de eeuw) oorspronkelijk motte moeten hebben behoord. Binnenin het 17de -eeuwse eiland zit dus naar alle waarschijnlijkheid de oudere middeleeuwse motte vervat.

