Demissionair klimaatminister Sophie Hermans ziet geen reden om actie te ondernemen tegen de invoer van houtpellets uit Maleisië, die energiebedrijf RWE verbrandt om stroom op te wekken.
Comité Schone Lucht (CSL) en Biofuelwatch hadden om handhaving gevraagd, omdat de productie volgens hen leidt tot ontbossing.
De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) komt na onderzoek tot de conclusie dat de pellets ‘aan de wettelijke duurzaamheidseisen voldoen en in die zin duurzaam zijn’. Hermans wijst daarom het verzoek van de milieuorganisaties af.
De emissieautoriteit zegt erbij dat het ‘niet eenvoudig’ is om goed toezicht te houden. ‘Productie vindt plaats ver weg van Nederland en toezicht is grotendeels gebaseerd op private certificering’, zegt directeur Mark Bressers. De NEa ziet ook ‘een aantal kwetsbaarheden en verbeterpunten’ in het systeem. Zo worden in het certificeringsschema Green Gold Label (GGL) ‘zelfverklaringen’ van leveranciers gebruikt. Die bieden ‘op zichzelf weinig houvast’, erkent ook de minister.
Toch is het volgens het rapport ‘meer dan aannemelijk’ dat de pellets die RWE met overheidssubsidie gebruikt, zijn gemaakt van zaagsel uit een houtzagerij. Daarmee geldt het als resthout. ‘Er is geen reden aan te nemen dat er op grote schaal bijvoorbeeld hout tot zaagsel is verwerkt puur en alleen om tot pellets te verwerken.’
De NEa wijst er verder op dat EU-regelgeving vanaf dit jaar vereist dat ter plaatse wordt gecontroleerd of hout echt uit afvalstromen afkomstig is.
CSL en Biofuelwatch zien in het rapport een bevestiging van hun kritiek. ‘Dit rapport is geen vrijspraak, maar een bekentenis dat het systeem niet werkt’, stelt directeur Fenna Swart. Vorige week deden de organisaties aangifte tegen RWE.
Mis niets meer met Houtwereld in print of digitaal
Wil je voortaan geen vakinformatie meer missen? Zorg dan dat je elk exemplaar van Houtwereld ontvangt. Je kunt kiezen voor een compleet abonnement met magazine thuis in de brievenbus of voor een digitale variant. Je leest Houtwereld dan altijd en overal.

