Splinter: Restjesdag voor de productie

Splinter voor Houtwereld restjesdag

Onlangs was ik op bezoek bij een bedrijf dat houtconstructies produceert. Bij de productie blijven altijd reststukken over of beschadigde delen. Dan stel je jezelf de vraag ‘Wat gebeurt hiermee en kan het nog nuttig worden gebruikt?’

Door: Joop Raadschelders

Joop Raadschelders, ingenieur hout

Feitelijk is het oorspronkelijk en schoon materiaal, nog nooit voor iets anders gebruikt. Maar de reststukken zijn te klein om nog te gebruiken in het productieproces. Het samenlijmen van geschikte stukken zou een alternatief kunnen zijn. Vooral bij de waardevolle soorten. Maar dit vergt investeringen en aanpassing van de organisatie.

Vaak wordt veel materiaal verwerkt tot pellets om te worden gebruikt als brandstof voor de energieopwekking. Soms verstoken de bedrijven dit zelf voor de verwarming of voor de droogkamers. Uiteraard is dit alleen van toepassing bij brandbare materialen zoals hout. Maar bij andere bedrijfstakken spelen dezelfde problemen met restmateriaal.

Voor de staalindustrie worden profielen (balken) geleverd in standaardlengtes van 12 of 14 m. Dus bij verwerking blijven er altijd reststukken over. Het is toeval als precies de standaardlengte gebruikt kan worden. Veel staalconstructiebedrijven zitten niet te wachten op al deze reststukken en bestellen bij de leverancier precies de juiste lengte, nodig voor de constructie. Daardoor heeft de staalleverancier een probleem. Nu houden zij de restlengtes over. Niet alle restlengtes zijn verhandelbaar. Intern bestaat daarom een richtlijn om, afhankelijk van de profielafmeting, voor alle profielen een minimale lengte aan te houden voor de reststukken. Voor grote profielen geldt dan een grotere lengte dan voor de kleinere profielen. Naar de laatste is meer vraag. De stukken, die niet voldoen, gaan weer terug naar de recycling. Iets soortgelijks geldt voor meer bedrijfstakken.

Bij de betonindustrie, dus de prefabricage van betonelementen, ligt dit weer anders. Voor de benodigde verse beton kan men goed inschatten hoeveel m3 er nodig is. Deze hoeveelheid wordt precies aangemaakt en verwerkt. Feitelijk houdt men bijna niets over. Anders is de situatie met de benodigde wapening. Soms heeft de betonfabriek een eigen vlechtcentrale maar het komt ook voor dat de wapening wordt ingekocht. Maar ook hier wordt gebruik gemaakt van standaardlengtes wapeningsstaven of rollen wapeningsstaal. Dus hier blijven eveneens reststukken over.

In het verleden ben ik diverse malen op bezoek geweest bij betonfabrieken om het productieproces te bekijken. Vaak gebeurde dit op vrijdag, de laatste dag van de week. Maar om een bedrijf te bezoeken maak je fatsoenshalve eerst een afspraak. Maar bij één bedrijf kon dit nooit op vrijdag.

Dat vonden we een beetje vreemd. Daarom toch een keer onverwacht op vrijdag naar de fabriek. Grote verwarring, want op vrijdag kwam er nooit bezoek. Wat bleek, op vrijdag probeerde men de restwapening van de vorige dagen te verwerken in de elementen, welke op vrijdag werden geproduceerd. Op deze wijze werkte men de restanten weg. Uiteraard werd ruim voldoende wapening toegepast, zodat deze elementen nooit problemen konden veroorzaken. Zodoende kreeg vrijdag in de omgang de titel ‘restjesdag’. Voor zover mij bekend komt dit niet voor in de houtindustrie, het lijkt mij ook vrij lastig. Overigens gebeurt dit wegwerken niet meer.

Deze bijdrage is afkomstig van een wisselende groep vaklieden uit de houtsector)

Meer Splinters lezen?

Klik hier

Mis niets meer met Houtwereld in print of digitaal

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld.  Abonneer