Europeanen hebben in 2020 net zoveel parket gelegd als een jaar eerder. De coronacrisis krijgt tot dusver geen vat op fabrikanten van massief houten parketvloeren.
Dit meldt de FEP, de Europese federatie van de parketindustrie. Nadat 2019 zich kenmerkte door een gematigde groei, bleven de consumptiecijfers van parket in Europa ondanks de pandemie in 2020 stabiel.
De resultaten verschillen van land tot land. Volgens de FEP is goed te zien dat de verkoop van parket meebeweegt met het aantal coronapatiënten en overheidsmaatregelen in de verschillende lidstaten.
Groei in Duitsland
Oostenrijk, Zweden, Zwitserland en – in mindere mate – Spanje konden in de tweede helft van 2020 de slechte verkoop in maart en april helemaal of voor een deel compenseren. Duitsland, de grootste Europese parketmarkt, groeide zelfs verder. Dat gebeurde vooral in de renovatiesector.
Ondanks een goede zomer en een hoog renovatietempo, slaagden Frankrijk en Italië er echter niet in om het marktverlies tijdens het voorjaar om te buigen. In deze landen ging in 2020 dus minder parket over de toonbank.
Natuur in huis halen
De coronacrisis levert kansen op, aldus de FEP. Producenten van parket profiteren immers van het groeiende aantal renovaties en van de toenemende populariteit van houten vloeren. Eindgebruikers halen graag de natuur in huis.
Tegelijkertijd zien Europese autoriteiten in dat je met hout en houtproducten CO2 bespaart en de klimaatverandering aanpakt.
Lees ook: Minder parket verkocht

