Wetten en regels die veranderen in 2024

Nieuwe wetten en regels voor de houthandel in 2024

Met de overgang naar een nieuw kalenderjaar veranderen er ook altijd de nodige wetten en (belasting)regels voor ondernemers. Zo ook voor de houthandel. Houtwereld zet de wijzigingen op een rijtje.

Hoger minimumloon en per uur

Het wettelijk minimumloon per maand verandert naar een minimumloon per uur. Daardoor is het minimumuurloon in 2024 voor alle werknemers gelijk. Dat minimumloon gaat ook omhoog ten opzichte van 2023. Het minimum uurloon heeft gevolgen voor werkgevers die het LIV (Lage Inkomens Voordeel) ontvangen.
Los van het minimumloon is in de cao voor de houthandel afgesproken dat de lonen 3 procent stijgen per 1 januari 2024.

>> Lees hier meer over het minimumloon

Pensioen opbouwen vanaf 18 jaar

Vanaf 1 januari 2024 starten jongere werknemers eerder met pensioen opbouwen. Een werknemer bouwt dan vanaf 18 jaar pensioen op. Nu is dat nog vanaf 21 jaar. De overheid verlaagt deze leeftijd, zodat zoveel mogelijk werkenden pensioen opbouwen. Deze verandering heeft gevolgen voor werkgevers en werknemers. Als werkgever ga je voor werknemers vanaf 18 jaar pensioenpremie afdragen. Daar moet je je salarisadministratie op aanpassen.

Onbelaste reiskostenvergoeding stijgt

De onbelaste reisvergoeding gaat op 1 januari 2024 omhoog van 0,21 euro naar 0,23 euro per kilometer. Je mag reiskosten van werknemers belastingvrij vergoeden. Dat geldt voor reiskosten met auto, openbaar vervoer, taxi, boot en vliegtuig. Wil je een hogere reiskostenvergoeding dan 0,23 euro aan je werknemers geven? Dat kan. De verhoging wordt als loon gezien en wordt dus belast.
Val je onder de cao houthandel? Daarin is het volgende afgesproken over de reiskosten vergoeding: Kilometervergoeding naar 21 eurocent. Als de fiscale ruimte dit toelaat (vanaf 1 januari dus) wordt de vergoeding verhoogd naar maximaal 23 eurocent voor de kilometers voor de afstand tussen de 10 en 40 kilometers.

>> Lees hier wat nog meer is afgesproken in de nieuwe cao

Omgevingswet en de WKB

In januari gaat ook de nieuwe Omgevingswet in met daaraan gekoppeld de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (WKB). Dit is een ingrijpende maatregel voor de gehele bouw en dus voor de houthandel, als je (grote) aannemers als klant hebt.

Maar diezelfde omgevingswet maakt het ook sneller en makkelijker als je zelf een vergunning aanvraagt. Je doet voortaan één aanvraag bij één loket en krijgt één besluit. Ook moet je sneller een besluit kunnen verwachten: binnen 8 in plaats van 26 weken.

>> Lees hier meer over de gevolgen van de WKB.
>> Vijf praktische vragen én antwoorden over de WKB.

Opruimen afval rond je bedrijf

Je gemeente kan vanaf 1 januari 2024 bepalen wat je moet doen om de omgeving van je bedrijf schoon te houden. Zo kan je gemeente beter inspelen op lokale problemen met zwerfafval. De regels komen in een omgevingsplan; een onderdeel van de nieuwe Omgevingswet.

Wetten houthandel 2024 wat verandert er?

Voor 2032 moeten gemeenten met nieuwe regels komen. Totdat je gemeente nieuwe regels heeft gemaakt, ben je verplicht zwerfafval in een straal van 25 meter rond je bedrijf op te ruimen. Dat geldt alleen voor afval van producten die je verkoopt. Voor de houthandel zal dit niet zo heel ingrijpend zijn, maar voor bijvoorbeeld een supermarkt of fastfoodketen wel.

MKB winstvrijstelling daalt

De Mkb-winstvrijstelling voor kleine en middelgrote ondernemingen gaat in 2024 omlaag van 14 naar 13,31 procent (en niet naar de eerst voorgestelde 12,7 procent). Dit geldt voor eenmanszaken, zzp’ers, de vof of de maatschap. Dus niet voor een BV. De wijziging gaat naar verwachting in op 1 januari 2024.

Zelfstandigenaftrek

Een maatregel uit het vorige Belastingplan is de verdere verlaging van de zelfstandigenaftrek van € 5.030 naar € 3.750. Hierdoor gaan de ib-ondernemers ook meer belasting betalen.

Betalingskorting IB

De betalingskorting voor de voorlopige aanslag van de inkomstenbelasting (ib) verdwijnt. Je krijgt geen korting meer als je de voorlopige aanslag ib in 1 keer (in plaats van in termijnen) vóór de uiterste betaaldatum van de 1e betaaltermijn betaalt.

Veranderingen voor BV, dga

Op 27 oktober heeft de Tweede Kamer ingestemd met het Belastingplan 2024. Hierbij heeft de Kamer besloten om het tarief van de nieuwe tweede schijf in box 2 te verhogen van 31% naar 33%.

Belasting dividenduitkering

De belasting op dividenduitkeringen in box 2 gaat in 2024 omhoog. Vorig jaar is al besloten dat er vanaf 2024 twee tarieven in box 2 gaan gelden: 24,5% tot € 67.000 (bij fiscale partners € 134.000) en 31% daarboven. Dit hoogste tarief wordt per 1 januari 2024 geen 31 maar 33%. Dat betekent dat het maximale gecombineerde belastingtarief op dividend hoger wordt dan het maximale tarief op arbeidsinkomen.

Hoger tarief box 3

De belastingdienst gaat vanaf 2024 ook meer belasting heffen over het inkomen uit vermogen. Het tarief in box 3, waarin onder andere spaargeld, beleggingen en tweede woningen vallen, stijgt dan van 32% naar 36%. Dit is een grotere verhoging dan het kabinet eerder had voorgesteld. Toen was het plan om het tarief stapsgewijs te verhogen naar 34%.

Minder lenen eigen BV

Voor DGA’s wordt de grens voor het ‘excessief’ lenen bij de eigen BV aangescherpt. Volgens de huidige regels mag een DGA maximaal € 700.000 van zijn of haar eigen BV lenen. Als er meer wordt geleend, wordt dit door de Belastingdienst gezien als belast dividend. De grens wordt in 2024 verlaagd naar vijf ton…

Energie-investeringsaftrek (EIA) lager en verlengd

De energie-investeringsaftrek (EIA) voor ondernemers wordt met 5 jaar verlengd, tot en met 2028. Vanaf 1 januari 2024 wordt het aftrekpercentage verlaagd naar 40%, het was 45,5%.
De energie-investeringsaftrek (EIA) kan gebruikt worden als je investeert in energiebesparende en duurzame bedrijfsmiddelen van minimaal € 2.500 en maximaal € 136 miljoen. Zoals zonnepanelen, een warmtepomp of isolatie van het bedrijfspand.

Vrije ruimte werkkostenregeling (WKR) hoger

Via de werkkostenregeling (WKR) kun je als werkgever onbelaste vergoedingen aan je werknemers geven. Je mag ook zaken vergoeden waar een werknemer privé voordeel van kan hebben. Denk aan gereedschap, tablets, sportabonnementen of kerstpakketten.

Je mag onbelast vergoedingen geven. Het totale bedrag moet wel onder de vrije ruimte blijven. Deze wordt berekend met de loonsom van alle medewerkers samen. Komt het bedrag van de vergoedingen boven die grens? Dan moet je over dat extra bedrag 80% belasting betalen. Er gelden geen voorwaarden voor de bestedingen binnen de vrije ruimte.

Vanaf 2024 wordt de vrije ruimte in de WKR verruimd van 1,7% naar 1,92% tot een loonsom van €400.000. De vrije ruimte is €7.680. Dit zorgt ervoor dat werkgevers meer onbelaste vergoedingen kunnen geven aan werknemers. Bij 8 werknemers die samen € 400.000 verdienen is een extra onbelaste vergoeding van € 650 per werknemer mogelijk.

Onder voorwaarden gaan bepaalde vergoedingen niet ten koste van de vrije ruimte, zoals abonnementen voor openbaar vervoer; reiskosten tot € 0,21 per kilometer; verhuiskosten vanwege werk en maaltijden bij overwerk. Ook bepaalde voorzieningen op de werkplek gaan niet ten koste van de vrije ruimte. Denk aan: ter beschikking gestelde werkkleding; koffie en thee op de werkplek en fitnessruimte op de werkplek.

Voor bepaalde producten, zoals gereedschap, tablets en smartphones geldt het zogeheten noodzakelijkheidscriterium. Deze goederen kun je belastingvrij geven als je deze nodig vindt voor het werk. Het privégebruik is dan niet meer van belang.

Wat gaat er nog meer veranderen?

BPM vrijstelling vervalt in 2025

Vanaf 1 januari 2025 vervalt de bpm-vrijstelling (Belasting op Personenauto’s en Motorvoertuigen) voor ondernemers bij de aanschaf van een nieuwe bestelauto die op benzine, diesel of gas rijdt. Je moet vanaf dan bpm betalen. Het doel is om de verkoop van emissievrije of heel zuinige bestelauto’s te stimuleren.

Het vaststellen van het bpm-tarief voor bestelauto’s gaat ook veranderen. Nu bepaalt de netto catalogusprijs hoe hoog het bpm-tarief is. Dat gaat veranderen: het bpm-tarief wordt bepaald door de CO2-uitstoot (zuinigheid) van de bestelauto. In eerste berekeningen is gesproken over een BPM van €66,91/ gram CO2. Voor een Transporter met dieselmotor zal de BPM per 2025 waarschijnlijk zo’n €13.000 bedragen. Tot en met 31 december 2024 kun je de bpm-vrijstelling nog gebruiken.

>> Lees ook: Vrachtwagenrijbewijs verplicht voor zware elektrische bestelbus

Verbod op contante betalingen boven € 3.000

Wanneer dit ingaat is nog niet bekend. Het kabinet wil een verbod op contante betalingen vanaf € 3.000. Dit verbod geldt voor handelaren (beroeps- of bedrijfsmatige kopers en verkopers van goederen). Zij mogen dit bedrag niet omzeilen via meerdere losse betalingen in bankbiljetten. Hiermee wordt het moeilijker crimineel geld wit te wassen.

Bronnen: Rijksoverheid, Belastingdienst, KVK, Ondernemersplein, TLN.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld.  Abonneer