De doelstelling om in 2050 een circulaire economie te hebben zou een flinke stimulans voor het gebruik van hout in de GWW moeten zijn. Helaas zien vakgenoten nu nog geen duidelijke toename van houtgebruik in deze sector. Dit komt door stevige concurrentie van kunststof en staal en vanwege strengere eisen aan de levensduur. Bedrijven pleiten voor nog meer promotie van hout in de GWW.
Het is niet zo dat er nu niets gebeurt aan promotie van hout in de GWW-sector. Centrum Hout en de leden van de VVNH promoten het gebruik van hout in de GWW al jaren, onder meer via het platform www.houtindegww.nl en ook is er het herziene ‘Handboek Hout in de GWW’ waaraan Eric de Munck van Centrum Hout meewerkte (zie Houtwereld 2, februari 2023). Cijfers die weergeven hoeveel hout er jaarlijks daadwerkelijk in de GWW wordt gebruikt zijn er niet in Nederland. Probos heeft ze niet en de VVNH bevraagt enkel haar leden.

Eric de Munck van het Centrum Hout is zelf een trouwe pleiter voor meer gebruik van hout in de weg- en waterbouw. Hij ziet echter dat er steeds meer producten op de markt komen die concurreren met hout, zoals kunststof, maar ook nieuwe betonproducten. Hij ziet dat met name bij damwanden. ‘Opdrachtgevers laten zich met de belofte van een levensduur van 50 of 60 jaar en ‘gerecycled’ kuststof nogal eens verleiden tot deze keuze.’ Dat gebeurt bijvoorbeeld momenteel in Haarlem waar de houten damwanden van de Zomerkade en de Zomervaart worden vervangen door kunststof exemplaren. En de provincie Utrecht laat maar liefst 5,5 kilometer houten oeverconstructie langs de Eem vervangen door ‘toekomstbestendige stalen damwanden’.
De Munck: ‘Aannemers maakt het vaak niet uit wat ze plaatsen, als het rendement maar goed is. Maar met hout hebben we echt een aantoonbaar circulair, biobased en veelzijdig product in handen met een lage milieu-impact en CO2 vastlegging in plaats van alleen uitstoot. Maar dat hoef ik op Houtwereld.nl niet uit te leggen.’
Houten Leidingbrug bij RWZI in Terwolde


Die argumenten voor houtgebruik waren voor het Waterschap Vallei en Veluwe reden om voor hout te kiezen in plaats van voor verzinkt staal bij de renovatie van de rioolwaterzuivering in Terwolde. Hier is een houten leidingbrug gerealiseerd van 87 meter lang. Er zijn 16 houten spanten in verwerkt die dragers zijn van alle water- en beluchtingsleidingen. Hupkes Wijma had 65 kuub hout nodig voor de uitvoering, met name azobé en een beetje billinga, voor de leuningen omdat dit minder splintert. Volgens het bouwteam verdient dit project navolging. Onder meer vanwege de gunstige Milieu Kosten Indicatie, waar ook De Munck op doelt als hij de voordelen van werken met hout aanstipt. Die milieukosten laten inderdaad een indrukwekkend verschil zien bij de brug in Terwolde. Per 6 meter brug komen die in een stalen uitvoering op 8.361 euro, bij een uitvoering in hout op slechts 236 euro. De MKI is terug te vinden in het rapport ‘Ketenanalyse verduurzaming leidingbrug voor Verdygo waterzuiveringen, van ADS en Witteveen+Bos.
Naast de milieuvoordelen is het hout ook in praktische zin een geschikt bouwmateriaal stellen Arend Jan Overbeek en Richard Moleman van bouwgroep ADS, die de leidingbrug realiseerde. ‘Het is goed bestand tegen de warmte van de leidingen. Die kan oplopen tot 60 graden. Ook het monteren van een lantaarn aan de constructie is een stuk eenvoudiger dan bij staal. Als de installatie op volle kracht werkt, 2400 ton water per uur, voel je alleen een lichte trilling als je je elleboog op de leuning legt. Ook hitte en vorst verdraagt dit hout goed. Afgelopen zomer heeft de houtconstructie extreme hitte te verduren gekregen en in januari matige vorst. Zonder gevolgen. Er traden geen spanningen op die de constructie niet kon opvangen.’ ADS hoopt dat er meer Waterschappen overtuigd raken van het gebruik van hout. Nederland heeft er 21 en zij beheren samen ruim 300 rioolwaterzuiveringsinstallaties. Bij één daarvan, in Kerkwerve, is recent ook een stalen bordes vervangen door een houten variant. Dit in opdracht van het Waterschap Scheldestromen.
Hoewel de MKI gunstig uitpakt voor hout, werken de alsmaar zwaardere eisen weer tegen bij de inzet van hout in de GWW, stelt De Munck. ‘Er worden gewoon steeds zwaardere eisen gesteld omdat het verkeer en vrachtvervoer over bruggen, maar ook in waterwegen, steeds zwaarder wordt. Verder is de afgelopen jaren de ontwerplevensduur verlengd, voor bruggen bijvoorbeeld naar honderd jaar. Dit wordt mede ingegeven door de circulariteitsgedachte: in principe resulteert een langere levensduur in een lagere milieubelasting per jaar. In theorie klopt dat, alleen zijn er weinig kunstwerken die de ontwerplevensduur halen, bijvoorbeeld door wijzigingen in ruimtelijke ordening zoals een brug die niet meer nodig is, of door slijtage en uitblijvend onderhoud, of door opnieuw veranderende technische eisen. Gelukkig zien we met de toename van de aandacht voor biobased bouwen in sommige sectoren dat er juist eerder gedacht wordt aan hout en men in die gevallen speciale voorwaarden gebruikt zoals een andere ontwerplevensduur. Denk aan de brug bij Oirschot en de Pieter Smitbrug in Groningen.’

Circulaire economie en hout
Arjan de Jong, directeur van GWW Houtimport, ziet ook niet dat er vanwege duurzaamheidsambities van overheden in de GWW meer hout wordt gebruikt. ‘Wij leveren aan aannemers en ik kan helaas geen landelijk beeld schetsen. Wel zien we dat waar de bouw terugloopt er in de GWW projecten genoeg zijn. Inclusief de financiële middelen, zoals bij de Waterschappen. Maar voor hen is gerecycled plastic ook duurzaam… het is maar net hoe je dat begrip invult.’



Kunststof past volgens hem niet in duurzaam en circulair werken. ‘Hout wel, ook tropisch hardhout zoals azobé of angelim vermelho, dat wij veel gebruiken. Helaas denkt niet iedereen daar hetzelfde over. De EUDR zou ons daarbij kunnen gaan helpen. Bosbeheer wordt er duurzamer van. Het hout dat deze kant op komt is dan per definitie duurzaam en zorgt niet voor bosdegradatie of ontbossing. Dat moeten we promoten’ Dick van Leeuwen van houtimporteur Novum Timber kan niet bevatten dat bij grote projecten van provincies of Rijkswaterstaat voor metaal of kunststof wordt gekozen. ‘Hout is een milieuvriendelijk bouwmateriaal vanwege de hernieuwbare bron en het feit dat hout koolstof opslaat. We hebben destijds als Europa en Nederland de Europese Green Deal omarmd, dat betekent dat we onze netto broeikasgasemissies tegen 2030 ten opzichte van het niveau van 1990 met minstens 55 procent willen verlagen. Dat gaan we echt niet halen als we blijven kiezen voor alternatieven.’ Zijn collega Arjan de Jong van GWW Houtimport deelt die mening. Hij steekt de hand ook in eigen boezem. ‘We slagen er als branche blijkbaar niet in om alle voordelen van hout goed te belichten bij de beslissers in de GWW. Het zou goed zijn om in gezamenlijkheid 1 procent van onze omzet aan marketing te besteden. Nu gebeurt dat heel versnipperd.’
Vroeg kiezen voor hout
Marcus Schiere, specialist houten bruggen bij Hupkes Wijma, wordt regelmatig gevraagd om uitleg te geven over het gebruik van tropisch hardhout, de betekenis van keurmerken en het toepassen van hout als bijvoorbeeld vervanger van staal. ‘Wij zien helaas ook geen echte toename in gebruik van hout in de GWW. Vaak ontbreekt er voldoende kennis over hout en dan wordt er gekozen voor een ogenschijnlijk makkelijker product. Dit gebeurt vaak al vroeg in het proces wanneer er misschien alleen nog staal- en kunststofproducenten bij de aanbesteding betrokken zijn. Dan wordt er geen rekening gehouden met hout als milieuvriendelijk alternatief, met lagere milieukosten. Het Waterschap heeft in Terwolde heel bewust gekozen voor hout. Hopelijk krijgt dat navolging. Ik denk dat onze sector veel meer, beter en duidelijker moet communiceren over de voordelen van hout. Met name richting voorschrijvende instanties zoals Waterschappen, Prorail, gemeentes en adviserende ingenieurs en planners.’

Hout geen doelstelling
Navraag bij zowel Rijkswaterstaat als de Unie van Waterschappen leert dat er nu geen concrete doelstellingen zijn voor het gebruik van het materiaal hout. Eva Naus, woordvoerder van Rijkswaterstaat, erkent wel dat hout een oplossing is die helpt om toe te werken naar een circulaire economie. ‘Uiteraard hebben we wel doelstellingen om circulair en klimaatneutraal te werken, daar past hout in. Het verschilt per project of hout een geschikt middel is om de gestelde doelstellingen te halen.’ Ook de Waterschappen hebben geen afspraken gemaakt over materiaalgebruik als hout, staal of beton. ‘Klopt. Wel als het gaat om het bereiken van klimaatneutraliteit en circulariteit, maar niet over het concreet gebruiken van hout,’ laat woordvoerder Jane Alblas weten. Rijkswaterstaat werkt momenteel wel aan een aantal houten bouwwerken, waaronder twee fietsbruggen, en ook ProRail heeft recent een houten voetgangersbrug over het spoor geopend bij Markelo en werkt momenteel aan een groot werk met onder andere een houten loopbrug in het stationsgebied in Zwolle. De keuze voor hout is hier ondersteund met subsidie vanuit het Programma klimaatneutrale en circulaire infraprojecten (KCI). Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft een kleine 1,5 miljoen euro toegekend. Dit project wordt in 2025 opgeleverd.
Zwaarder en steviger
Al kan Arjan de Jong geen stijging in het gebruik van hout in de GWW constateren, wel ziet hij een toename van het gebruik van hout per project. Hij geeft een voorbeeld. ‘Voorheen bestond beschoeiing uit palen van 7 x 7 cm, drie meter lang. Met een schot van 20 mm dik en 60 tot 80 cm hoog. Nu voeren we diezelfde beschoeiing uit in palen van 8 x 8 cm en vijf meter lang. Het werk wordt dus zwaarder en steviger uitgevoerd. Hoe dat komt? Misschien omdat er nu meer gerekend wordt aan projecten, voorheen deed men het op ervaring.’
Ook de steeds zwaardere eisen die Eric de Munck al noemde spelen hier wellicht een rol. Deelnemers van het Actieplan Hout in de GWW werken momenteel aan een plan om opdrachtgevers en ingenieurs beter te voorzien van kennis over hout. ‘Het gaat dan om uitleg over de mogelijkheden en het benadrukken van de voordelen van hout in de GWW,’ vertelt De Munck. De betrokken partijen zijn allemaal leden van de VVNH en actief in de GWW. Precies vertellen wat er concreet gaat gebeuren kan De Munck nu echter nog niet. ‘Maar we werken er hard aan.’

[…] Hout in de GWW: mooie werken maar toch stevige concurrentie […]