Zo’n 120 bosbouwers, wetenschappers, natuur- en landschapsbeheerders hebben hun visie op het bosbeleid en een reeks aanbevelingen vastgelegd in de Verklaring van Groeneveld. Dat deden ze na een bijeenkomst over de toekomstige bossenstrategie op kasteel Groeneveld in Baarn. Kern van hun betoog: oude bossen zijn nodig voor herstel van de natuur.
De bosbouwsector pleit in een advies aan minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) voor nieuwe bossen waarin bomen de kans krijgen volledig uit te groeien, zodat ze kunnen aftakelen, omvallen en vergaan. Ook stellen de ondertekenaars van de verklaring dat de miljarden aan subsidie voor de productie van energie uit biomassa vervangen moet worden door financiële steun voor het gebruik van meer hout uit Nederlandse bossen in de bouw.
Zo groot mogelijke veerkracht
Het advies luidt om gemengde bossen aan te leggen en zo de kwetsbaarheid voor ziekten en klimaatverandering te beperken. Enkele boomsoorten, zoals de lariks en de fijnspar, staan immers onder druk door de opmars van bastkevers die verzwakte bomen aantasten. Deze boomsoorten zijn door twee opeenvolgende droge zomers kwetsbaar. Het toekomstige bosbeheer moet gericht zijn op het bereiken van een zo groot mogelijke veerkracht van het bossysteem.
Voor bevordering van de biodiversiteit kunnen grote boskernen van eiken- en beukenbomen zorgen. Tot slot moet het publiek beter worden voorgelicht over bosbeheer, want het kappen van bomen zal altijd nodig blijven om een bos gezond te houden.



Helaas is deze verklaring niet een goede weergave van hetgeen de 120 aanwezigen, waaronder enkele bosbouwers, hebben ingebracht.