Een groep houtbedrijven besloot 123 jaar geleden om samen een verzekeringsmaatschappij te beginnen. Houtbedrijven waren ook toen al moeilijk te verzekeren. Deze eeuw werd die ‘Nationale van 1903’ een ‘inkoopvereniging’. Met Jan Hoeflaak als bestuurslid. Sinds enige jaren wordt ingekocht bij Schouten Zekerheid, waar Herjo Gerritsen werkt.
Dat klinkt romantisch: een ‘onderlinge verzekeringsmaatschappij’.
Hoeflaak: ‘Zeker. Maar het werd door strengere regelgeving steeds ingewikkelder en duurder om een eigen verzekeringsbedrijf in de lucht te houden. In 2014 is daarom besloten om er een inkoopvereniging van te maken. Met leden, die elk jaar in vergadering bij elkaar komen, en een driekoppig bestuur, waar ik in zit. Ik heb mijn werkzame leven altijd in de verzekering gewerkt. Verzekeringen is het product dat we met de Nationale samen inkopen. Doordat we in totaal zo’n tachtig vestigingen van houtbedrijven vertegenwoordigen hebben we inkoopmacht, kunnen we prijzen laag houden en gunstige voorwaarden en voordelen bedingen.’
Want een houtbedrijf verzekeren, dat is wel een dingetje?
Gerritsen: ‘Ja, er zijn drie branches die als risicovol gelden, ‘high-risk’, op basis van de cijfers van de verzekeraars: de recyclingsector, de foodsector en de houtbranche. In de houtbranche is brand het grootste risico. En omdat opslag, bewerking en verkoop vaak op dezelfde plaats gevestigd zijn kunnen de gevolgen van bijvoorbeeld brand, storm of het instorten van het dak enorm zijn. Je zaak kan zomaar langere tijd volledig buiten bedrijf zijn. Het gaat dan dus niet alleen om de herbouw van je bedrijf maar ook om de brutowinst, die je kunt afdekken met een bedrijfsschadeverzekering. Terwijl je herbouwt moet je brutowinst op peil blijven, anders ben je weg. De te verzekeren termijn adviseren we steeds langer, want herbouw duurt door de bouweisen, de stikstofregels en de problemen met het energienet steeds langer.’
En aan zo’n brandrisico, daar kun je iets aan doen?
Hoeflaak: ‘Het gevaar wordt er niet minder op, onder andere vanwege de zonnepanelen die veel ondernemers aanleggen. Daar zijn nu steeds strengere regels over, zodat een kortsluiting op het dak niet tot heel grote schades leidt. Overigens is een deel van de houtbranche niet via de inkooporganisatie te verzekeren, namelijk de pallet- en kistenindustrie: er hangt vaak houtstof en er wordt vooral met heel brandbaar licht naaldhout gewerkt.’
Gerritsen: ‘Een heel groot deel van de schades aan bedrijven komt door elektrische apparaten en installaties. Zeker in de houtbranche, denk aan de stofafzuiging en het daaraan verbonden explosiegevaar. Onder de afspraken met de Nationale valt een korting op de inspecties op elektra. En overigens ook een geheel gratis taxatie van je gebouwen (één keer in de zes jaar) en je inventaris (één keer per drie jaar).’
Schouten Zekerheid is geen verzekeraar, toch?
Hoeflaak: ‘Nadat we een inkoopvereniging werden hebben we de administratie en bemiddeling een paar jaar aan een grote internationale verzekeringsmakelaar overgelaten. Dat ging, zacht gezegd, niet zo goed. Je staat niet sterk als je een schade hebt en je polis is nog niet opgemaakt of onvoldoende onderhouden. Dus hebben we een andere partij gezocht en dat werd Schouten Zekerheid.’
Gerritsen: ‘We zijn een verzekeringsmakelaar. Je kunt ons vergelijken met een tussenpersoon, maar waar een agent vaak alle zaken onderbrengt bij één verzekeraar werken wij anders. Zie het zo: je kun je verzekeren via een agent. Die werkt meestal voor één verzekeraar. Wij richten ons op het beperken van risico’s voor de ondernemer. Dat doen we door uitgebreide inventarisaties en riskmanagement, waardoor een ondernemer een scherper beeld krijgt van zijn bedrijf en betere keuzes kan maken. Pas daarna komt de verzekering: we zoeken bij het aangeboden risico meerdere verzekeraars die een deel willen dragen. Dat zijn er meestal zo’n acht tot twaalf, waaronder partijen als Allianz, HDI, Chubb en AIG. Zo’n regeling over taxaties en elektra-keuringen die in de polis van de Nationale van 1903 is vastgelegd biedt zekerheid naar twee kanten: minder onenigheid over het verzekerde bedrag en minder kans op het daadwerkelijk plaatsvinden van schade.’
Je kunt je via jullie voor van alles verzekeren?
Gerritsen: ‘Alles is verzekerbaar, maar je moet natuurlijk altijd kosten en baten afwegen. In de houtbranche speelt zeker ook de transportverzekering een rol, zowel van de goederen die je inkoopt, die tijdens de reis soms nog niet verkocht zijn en waar de waarde dus alleen de inkoop betreft, als de goederen die je zelf transporteert naar de groothandel, die dus al wel verkocht zijn.’
Hoeflaak: ‘Denk aan de “averij-grosse” kosten. Dat is als een kapitein besluit om zijn schip te redden door een deel van de lading overboord te zetten. Dan ben je dus je hout kwijt, maar je dient dan ook een deel van de schade aan het schip en aan de rest van de lading te betalen.’


Gerritsen vervolgt: ‘Niet specifiek voor de houthandel maar wel een serieuze kwestie is je verzekeren tegen een cyberaanval. Bij een groot deel van de Nederlandse bedrijven zijn hackers allang binnen geweest, maar dat leidt vaak tot niets. Maar je digitale systeem zal maar plat gaan door ransomware. Met gevolgen voor je eigen bedrijf, maar ook voor de privacy van je klanten. Verzekeraars hebben een incident response team, dat meteen kan helpen bij het nemen van maatregelen. Het is ook heel vervelend als kwaadwilligen opeens namens jouw bedrijf phishing mails gaan versturen, dat kan tot onder meer imagoschade leiden.’
Veel houtbedrijven zijn ook halve bouwbedrijven.
Hoeflaak: ‘Zelfs als je “alleen maar” hout levert, bijvoorbeeld voor houten gevels, en er gaat iets mis bij de montage, dan kun je met aansprakelijkheid komen te zitten.’
Gerritsen: ‘Ik noem het voorbeeld van de leverancier die voor een groot aantal hsb-elementen al het materiaal leverde, inclusief een verkeerde folie. De houten bekleding op die elementen begon na een paar jaar tijd overal op dezelfde plek te rotten. Dan komt de aannemer toch bij jou als leverancier uit.’
Hoeflaak: ‘Producten zijn niet verzekerd, dus het hout en een nieuwe folie zul je sowieso moeten leveren en zelf betalen. Maar een garantieverzekering kan dan wel helpen om de zogenaamde in- en uitbouwkosten te dekken: die elementen moeten uit het gebouw worden gehaald, hersteld of vervangen en weer teruggeplaatst. Dat zijn serieuze kosten.’
Gerritsen: ‘Voor bedrijven die zelf bouwen kunnen we de CAR-verzekering (Construction All Risk) begeleiden. We kijken met enige zorg naar de moderne houtbouw, gelukkig wordt er nu wel door veel deskundigen naar gekeken. Als er niet heel goed op vocht en brandveiligheid wordt gelet bij ontwerp en uitvoering gaan we over een paar jaar de schades zien, dat kan serieus een set-back voor de houtbouw veroorzaken.’ Ik kan nergens een ‘Nationale van 1903 houthandel verzekering’ vinden.
Hoeflaak: ‘Nee, die bestaat niet, en dat kan ook niet. Ieder bedrijf is anders, de bedrijfsvoering is anders, de gebouwen, het machinepark, de bedrijfsactiviteiten, de medewerkers. En toch vertegenwoordigen we inkoopmacht. Neem je contact op met Schouten, dan zullen ze je adviseren om (kosteloos) lid te worden van de ‘Nationale’. Hoe meer houtbedrijven lid zijn, hoe meer marktmacht we hebben. Kort geleden was het een ‘harde markt’: verzekeraars en herverzekeraars hadden flinke uitkeringen moeten doen en dan worden ze streng op voorwaarden en kosten. De premies gingen vaak door het dak, maar wij hebben ze beperkt weten te houden.’
Gerritsen: ‘Nu is het een ‘zachte markt’, maar zelfs ondanks dat zijn er niet heel veel verzekeraars die in de high-risk branches willen stappen. Via onze afspraken kunnen we de verzekeraars die dat wel willen zekerheden bieden.’
Foto’s: Jan Maurits Schouten
Lees ook
Mis niets meer met Houtwereld in print of digitaal
Wil je voortaan geen vakinformatie meer missen? Zorg dan dat je elk exemplaar van Houtwereld ontvangt. Je kunt kiezen voor een compleet abonnement met magazine thuis in de brievenbus of voor een digitale variant. Je leest Houtwereld dan altijd en overal.


