Woensdag 21 februari ging het goed mis op een werklocatie in Lochem. Bij de aanbouw van de Nettelhorsterbrug vond een vreselijk ongeluk plaats waarbij twee werklieden het leven lieten en enkele personen verwondingen opliepen.
Door: Mark Dercksen
Zelf ben ik inwoner van de gemeente Lochem en dit ongeluk heeft diepe indruk op mij gemaakt. Enkele malen per week rijd ik langs de locatie waar de bogen aan het brugdek gemonteerd hadden moeten worden en ik vraag mij telkens af hoe dit heeft kunnen gebeuren.
Nu ligt de ‘plaats-delict’ er rustig bij. Daar waar aan de brug gewerkt moet worden, is alles met hekken en linten afgezet. De twee hijskranen hadden de bogen in positie moeten brengen zodat deze op een stellage konden rusten en aan het brugdek gelast konden worden. De arbeidsinspectie stelt een onderzoek in, alsmede de Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV) en nog wat instanties.
Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Menigeen heeft zijn conclusie al getrokken; de hijsogen zaten te dicht aan beide einden van de boog bevestigd, hierdoor bleef de boog niet in balans en begon te tollen, en werd de druk op een van de hijsogen te groot waardoor het afbrak. Hoe dan ook, het is gebeurd, en met vreselijke afloop.
Hoewel deze stalen boog en het brugdek weinig met hout en ons houtvak te maken hebben, rijst wel de vraag: hoe veilig is onze werkplek en wat zijn de gevaren? Jaarlijks gebeuren er diverse ongelukken op werklocaties, op kantoor, in de machinale, tijdens hijswerkzaamheden of met (interne) transportmiddelen. Ik ken menig houtbewerker die één of meerder vingers in de schaafbank is kwijtgeraakt of afgestompt. Een ongeluk is zo gemaakt door onachtzaamheid, haast, verkeerde werkwijze of onduidelijke communicatie.
Voor mijn werk was ik regelmatig in Scandinavië voor een bezoek aan zagerijen. Al jaren terug werden daar stevige maatregelen genomen om ongelukken te beperken. Duidelijke richtlijnen, wandelpaden omgeven door gele lijnen, veiligheidshesjes, helmen en brillen waren er toen al standaarduitrusting bij een bezoek aan een zagerij.
Ook bij ons zijn we er inmiddels van doordrongen dat veiligheid voorop moet staan en heeft menig bedrijf maatregelen genomen. Protocollen zijn opgesteld en personeel heeft instructie gekregen om op te volgen. Geldt dat voor iedereen? Dat zou wel moeten. Tijdens recente bezoeken aan diverse (groot)handels viel het mij op dat er slordig wordt omgegaan, met name door kantoorpersoneel, met het adequaat opvolgen van de veiligheidsregels. Ik als bezoeker kreeg een geel hesje, maar de inkoper die met mij mee de werf opliep niet. De aangebrachte looproute werd stelselmatig omzeild want van A naar B kon sneller. Bij een bezoek aan België werd ik eerst naar een kleedkamer gestuurd waar ik een hesje, veiligheidsbril, helm en zelfs schoenen met stalen neuzen kreeg.
Het lijkt op het eerste gezicht wat overbodig. En routine maakt dat we soms slordig met de regels omgaan. Misschien komt dat ook omdat we wellicht teveel regels hebben en dat maakt dat betutteling op de loer ligt. We weten heus wel hoe we ongelukken moeten voorkomen, denken we.
Hoewel dodelijke ongelukken in de houthandel gelukkig zeer sporadisch voorkomen, zijn er nog steeds veel ongelukken te melden. Vaak loopt het met een sisser af, maar een ziekenhuisbezoek, een periode van herstel en revalidatie komt toch regelmatig voor.
Het ongeluk in Lochem laat ook zien dat iedereen die zich op locatie bevindt waakzaam moet zijn, zeker op kritieke momenten met (hijs)machines. Met personeel afkomstig uit verschillende landen is goede en juiste communicatie letterlijk van levensbelang. Leidinggevenden dienen zich hiervan bewust te zijn. Zijn de instructie duidelijk? Kort en bondig? Met enkele simpele regels moet een ieder weten wat te doen om ongelukken te voorkomen. Laat Lochem een goede les zijn om nogmaals eens de eigen protocollen te bekijken en een rondgang te maken in het bedrijf om te checken of daadwerkelijk theorie en praktijk in elkaar overlopen. Ik wens u een veilige werkplek, waar dan ook in het bedrijf en let een beetje op elkaar.
De blog Splinter wordt geschreven door een selecte en gevarieerde groep vaklieden in de houtsector.


