Het gaat goed met de Nederlandse houthandel. Bedrijven verwachten een omzetstijging, licht groeiend personeelsbestand en stabielere prijzen. Maar de coronapandemie brengt ook uitdagingen. Zoals tekorten bij leveranciers, uitgestelde opdrachten door vertragingen in de bouwuitvoering en een hoger ziekteverzuim.
Dit blijkt uit de recente Conjunctuurmeting van bureau Buildsight onder leden van de Koninklijke VVNH en Koninklijke Hibin. Van de 75 bedrijven die deelnamen aan deze enquête, waren er 34 lid van de VVNH.
Verdubbeling
VVNH-leden gingen afgelopen voorjaar nog uit van een gemiddelde omzetstijging van +1,5%. Hun verwachtingen zijn nu verdubbeld tot +3,0%. Ook over de bruto winstmarge zijn de houthandelaren dik tevreden: de eerder verwachte stijging van +0,3% is inmiddels omgebogen tot een sterke toename van +2,5%.
Kleinere bedrijven blijken optimistischer te zijn dan de grootste ondernemingen. Gewogen naar omzetklasse wordt daardoor nog maar een kleine omzetstijging verwacht (+0,3%) en zelfs een lichte daling van de winstmarge (-0,3%).
Stabielere prijzen
Volgens de VVNH-leden zijn de (sterk) dalende verkoopprijzen van hout in het voorjaar alweer gestabiliseerd. Hardhout – dat relatief duur is – behoudt met bijna 50% zijn grootste aandeel in de totaalomzet van de respondenten. De bijdrage van naaldhout stijgt van 26% naar bijna 40%. Dit komt deels door oplopende naaldhoutprijzen. Het aandeel van plaatmaterialen zakt van 20% naar 10%. Overige productgroepen als bouwmaterialen, ijzerwaren en gereedschappen zijn opgeteld goed voor zo’n 5% van de omzet


