Maleisië maakt van oliepalmen hout-alternatief

HOUT VAN PALM OLIE TRUNKS

De firma Weng Meng Greentech uit Banting in Maleisië maakt van de stammen van oliepalmen ‘hout’. Het bedrijf doet dit enerzijds om echt hout als grondstof uit te sparen, anderzijds wil de directie de grote hoeveelheden stammen van oliepalmen (OPT’s, oil palm trunks) een duurzame bestemming geven. De universiteit van Wageningen hielp hen.

In heel Maleisië is 5,6 miljoen hectare palmolie plantage. Deze plantages worden elke 20 tot 25 jaar gekapt en opnieuw aangeplant. Vaak worden de oude stammen dan versnipperd en verspreid over de bodem of zelfs verbrand. Volgens dr. Mojtaba Soltani van de firma Weng Meng zijn dit alle twee slechte opties.

(klik op de afbeelding voor een vergroting)

Het bedrijf onderzoekt het product OPT al sinds 2017 en is partner in het Sustain Palm Project waar ook de universiteit van in Wageningen bij betrokken was. Zo’n drie jaar geleden is de productie van start gegaan van het houtalternatief dat Weng Meng LC+ noemt (Life Cycle+).

Feitelijke gezien is de stam van een palm geen hout, zo is er geen spint en heeft het andere krimp- en zwel eigenschappen.

Soltani: ‘We kunnen het materiaal vingerlassen, lamineren en goed bewerken. Er is wel een grote uitdaging: de stammen moeten maximaal drie weken na de kap verwerkt worden, anders gaan de stammen rotten. Maar de grondstof is in ons land op veel plekken beschikbaar.’

Thermisch gemodificeerd tegen schimmels

Na het zagen worden de planken thermisch gemodificeerd middels een gepatenteerd systeem. Dit stabiliseert de vezels waarna het ‘hout’ verwerkt kan worden tot meubelpaneel, tafelblad, aanrechtblad of tot een kern voor binnendeuren.

Dit past WengMeng al toe in producten voor de Maleise markt en de eerste export naar Bangladesh heeft plaatsgevonden. Daarnaast worden kabelhaspels gemaakt van het LC+. ‘We hebben al veel toepassingen voor het materiaal waardoor we veel CO2 opslaan. Het is meer dan bij een reguliere houten deur.’

OPT is ook veel lichter dan echt hout (350 tot 450 kg per kuub) En een container vol deuren met LC+ is bijvoorbeeld veel lichter dan een container met traditionele houten deuren. Dat scheelt in transportkosten. Daarnaast, zo beweert Soltani, dat hij gebruikte LC+ deuren terugneemt en zeker 65 procent kan hergebruiken tot nieuwe deuren. Ook is het materiaal volgens hem meer brandwerend. ‘Het vat geen vlam.’

Houtwereld nam op uitnodiging van MTC, Malaysian Timber Council, deel aan Fiep, het Forestry and Industry Experience program. Het bezoek aan Weng Meng was hier onderdeel van.

Mis niets meer met Houtwereld in print of digitaal

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld.  Abonneer