De Nederlandse vingerlassers staan elkaar niet naar het leven. Ze hebben allemaal zo hun eigen specialisatie, waardoor ze niet echt in elkaars vaarwater zitten. En de spelers slaan elkaar ook niet continu met innovaties om de oren. De markt is als een goede vingerlas: alles zit stevig op zijn plek en er moeten echt hele goede redenen zijn om bijvoorbeeld op een andere lijm over te stappen. Concurrentie is er vooral met de houtlanden van herkomst, maar ook nu het vingerlassen steeds vaker daar gebeurt, vervelen de Nederlandse vingerlassers zich bepaald niet.
Voordat Woodjoint uit Veenendaal een zelfstandige onderneming werd, was het jarenlang een bedrijfsonderdeel van TimmerSelekt Doornenbal. Het bedrijf houdt zich bezig met vingerlassen en lamineren. Met die combinatie onderscheidt het zich van andere vingerlassers. In de markt in eigen land staan de bedrijven niet in felle concurrentie, merkt bedrijfsleider Gijs Kuipers op. ‘Natuurlijk komt het voor dat een klant de ene keer bij ons aanklopt en de volgende keer naar een andere aanbieder gaat. Maar dat doet die klant vooral omdat zijn wensen per keer kunnen verschillen en elke vingerlasser zo zijn eigen specialisme heeft.’

AZIË EN AFRIKA
Woodjoint ervaart wel toenemende concurrentie van verder weg. ‘Er wordt steeds meer gevingerlast en gelamineerd in de landen waar het hout vandaan komt. Onze concurrentie zit dus niet zozeer in Nederland, maar vooral in Azië en Afrika’, legt Kuipers uit. ‘Gezien de verschillen in lonen kunnen wij met die grootschalige productie in die landen niet concurreren. Dat heeft er wel voor gezorgd dat onze positie in de markt is verslechterd.’
Het bedrijf is daarom de oplossing in de breedte gaan zoeken door meer houtsoorten en houtproducten te vingerlassen en lamineren. ‘Veel gemodificeerde houtproducten hebben bijvoorbeeld de beperking dat ze niet in bepaalde kopmaten geproduceerd kunnen worden, terwijl daar wel vraag naar is. Dan komen vingerlassen en lamineren als oplossing om de hoek kijken. In deze en andere soorten specialistisch werk liggen voor ons bedrijf de nodige groeimogelijkheden. En via een merk als Accoya heeft dat ons ook al het nodige werk in markten buiten Nederland opgeleverd, waardoor we nog breder actief kunnen zijn.’ Voor de toekomst is het vizier van de onderneming uit Veenendaal daar dan ook op gericht.

GEEN LIJMREVOLUTIE
Waar Woodjoint het dus in de breedte zoekt om als bedrijf gezond te blijven en er in dat opzicht allerlei ontwikkelingen zijn, zit het qua lijmen voor vingerlassen allemaal wel zo’n beetje vast – letterlijk en figuurlijk. Zo’n kwart eeuw geleden stapte de markt massaal over van PVAc-lijmen naar EPI-lijmen, legt Kuipers uit. Bij de destijds nieuwe houtsoorten en toepassingen waarvoor vingerlassen werd toegepast, bleken die oude lijmen namelijk voor de nodige problemen te zorgen. Door de overstap behoren die uitdagingen tot het verleden. Sindsdien was er voor een nieuwe lijmrevolutie geen aanleiding. En Gijs Kuipers ziet daar ook niet op korte termijn iets in veranderen, bijvoorbeeld omdat zich een groene lijmvariant zou aandienen.
‘Wij maken voor verschillende bedrijven damwanden die middels een vingerlas zijn samengesteld uit naaldhout en hardhout. Die wanden staan in het water en de uitgeharde lijm mag daar uiteraard niet in oplossen. De lijmproducenten hebben daar oplossingen voor bedacht, waardoor de lijmen ook weer duurzamer zijn geworden.’
VERSCHUIVINGEN
Topjoynt in Alkmaar mag in september van dit jaar zijn 25-jarig bestaan vieren. Het bedrijf ontstond in 2001 nadat Koninklijke Houthandel Eecen fuseerde met PontMeyer. Jan Eecen koos een andere weg. Hij verkocht zijn aandelen in de houthandel en nam de op dat moment niet al te succesvolle vingerlasafdeling van het bedrijf over.
‘Aanvankelijk werd er alleen vurenhout gevingerlast voor kozijnen, maar we zijn al snel geswitcht naar grotendeels hardhout’, vertelt algemeen directeur Derek Eecen. ‘Door de jaren heen zie je daar wel verschuivingen in optreden. Eerst deden we vooral meranti, later sapupira en tegenwoordig met name mahonie sapeli. En in de toekomst kan er best weer een andere houtsoort komen die dan het meest wordt gevingerlast.’

Wat ooit de vingerlasafdeling van een houthandel was, draait als zelfstandig bedrijf al jaren uitstekend met intussen zo’n twaalf medewerkers. Op jaarbasis wordt er tussen de 6.000 en 7.000 kubieke meter hout gevingerlast, tot lengtes van 7 meter. De eigen Topjoynt-producten worden voor met name timmerfabrieken gemaakt. Om de capaciteit optimaal te benutten, wordt zo’n 10 tot 20 procent van de productie met loonwerk gevuld. ‘Bedrijven kloppen bij ons aan omdat ze kwalitatief hoogwaardige producten willen waar ze geen omkijken naar hebben. Met extra bewerkingen halen we spanning uit het hout en maken we het zo recht mogelijk, want daarom kiezen onze klanten uiteindelijk voor ons gevingerlaste hout’, vertelt Eecen.
Concurrenten zijn lief voor elkaar
De Nederlandse vingerlasmarkt is er niet één waarin concurrenten elkaar voortdurend de pas afsnijden. Volgens Derek Eecen helpt het dat vraag en aanbod goed in evenwicht zijn én dat elke vingerlasser zo zijn eigen sterke punten heeft. En de markt wordt ook niet geregeld op zijn kop gezet door technologische innovaties. Het concept van vingerlassen is bepaald niet nieuw en de opmars ervan in Nederland begon al in de jaren negentig van de vorige eeuw. Topjoynt heeft er overigens wel een belang rijke eigen draai aan gegeven. ‘Wij hebben een 7,5 millimeter vingerlas, waar 1,2 centimeter in de markt min of meer de standaard is. Onze korte vingerlas is supersterk, werkt heel goed en we besparen er aardig wat hout mee. Destijds was het echt een grote innovatie maar intussen werken we alweer aardig wat jaren zo.’
Net zoals het bedrijf niet zomaar van die korte vingerlas zal afstappen, zal Topjoynt ook niet snel van lijm veranderen. ‘We gebruiken al jaren dezelfde thermohardende lijm. Dat is een heel goed product en voor ons is er geen reden om over te stappen. Als er een hele goede nieuwe lijm op de markt komt, zullen we dat nog steeds niet snel doen. Voor de productie heeft dat namelijk nogal wat voeten in aarde. Misschien komt er ooit een hele goede, ecologische lijm waardoor we die stap wel zetten, uiteraard pas na uitvoerig testen op kwaliteit. Maar voorlopig is zo’n product nog niet eens in zicht’, aldus Eecen.

ALLEEN MAAR GEGROEID
Bear Optima Wood werd in 1996 opgericht, Het bedrijf heeft zich in dertig jaar langs dezelfde lijn ontwikkeld als de Nederlandse vingerlasmarkt. ‘We begonnen heel klein en sinds de oprichting zijn we eigenlijk alleen maar gegroeid’, vertelt adjunct-directeur Nancy Belshof. ‘We zitten sinds 2009 in ons huidige pand. Met die stap verdubbelden we toen ons machinepark én de productie. In de jaren daarna hebben we voortdurend geïnvesteerd in automatisering en robotisering.’
Die productie is volledig toegespitst op wat Bear Optima Wood naar eigen zeggen het beste kan: hoogwaardig vingerlassen in opdracht van timmerfabrieken, houthandels en importeurs. ‘Omdat we geen eigen producten of handel hebben, concurreren we nooit met onze eigen klanten. Wij doen waar we goed in zijn en dat geldt ook voor de andere spelers in de markt. Daardoor is er geen sprake van felle concurrentie. De markt is goed verdeeld en we zien elkaar vooral als collega’s.’
Het scheelt daarbij dat bedrijven elkaar niet voortdurend kunnen aftroeven met nieuwe ontwikkelingen. ‘De essentie van het vingerlassen verandert eigenlijk niet. Er is door de jaren heen vooral veel geautomatiseerd in de productie en de bedrijfsvoering’, legt Belshof uit. ‘Omdat de marktvraag bepaalt welke houtsoorten wij vingerlassen, vinden daar wel wisselingen in plaats. Er is nu vooral veel meer diversiteit in maten en soorten dan vijf of tien jaar geleden. Zo werken we veel met iroko, sapeli en meranti en het aandeel van de gemodificeerde houtproducten is flink toegenomen.’

NIET ZOMAAR NIEUWE LIJM
Op het vlak van lijmen vinden er evenmin aardverschuivingen plaats. Er valt best wat te kiezen, voor Bear Optima Wood en de andere spelers in de Nederlandse markt voor vingerlassen. Maar een lijm met KOMO-certificaat die zijn sporen heeft verdiend, zal echt niet zomaar worden vervangen door nieuwe producten omdat die bijvoorbeeld duurzamer zijn dan wat er al is. De lijm die Bear gebruikt voldoet aan de eisen gesteld in de Beoordelingsrichtlijn 2339 voor lijmen in nietdragende interieur en exterieur toepassingen. Zo is er ook de BRL 2338 voor lijmen voor dragende houten bouwconstructies.
‘Natuurlijk nemen we verduurzaming serieus, maar we mogen niet zomaar met elke nieuwe lijm aan de slag gaan. We lassen onder KOMO-certificering en daardoor worden er ook eisen gesteld aan de lijm. We kunnen dus niet zomaar besluiten om morgen met een ander product te gaan verlijmen, alleen omdat het duurzamer is. Daarbij zijn we uitermate tevreden over de prestaties van de huidige lijm en de samenwerking met onze leverancier. En als zo’n lijm dan wel aan de KOMO-eisen voldoet, moet die in de prestaties en het gebruik ook nog eens minstens zo goed zijn als die we nu gebruiken. Inleveren op kwaliteit is namelijk geen optie’, is Nancy Belshof stellig.
Lees ook:
Bear Optima Wood: specialist in vingerlassen
Reportage Gooskens Helmond: groot in metselprofielen
Mis niets meer met Houtwereld in print of digitaal
Wil je voortaan geen vakinformatie meer missen? Zorg dan dat je elk exemplaar van Houtwereld ontvangt. Je kunt kiezen voor een compleet abonnement met magazine thuis in de brievenbus of voor een digitale variant. Je leest Houtwereld dan altijd en overal.

