Ga naar hoofdinhoud

Paradoxaal materiaal

Hout is een laagdrempelig materiaal. Bijna iedereen kan ermee werken en denkt er verstand van te hebben. Het materiaal is ook ruim beschikbaar in bouwmarkten. Zowat iedereen timmert wel eens iets constructiefs. Daar staat tegenover dat het nauwelijks voorkomt dat mensen zelf een beton- of staalconstructie maken. Dat laat men liever over aan de vakman.

Niet alleen voor doe-het-zelvers, maar ook voor professionals geldt echter dat het kennisniveau vaak te wensen overlaat als het gaat om constructies in hout. Onlangs sprak ik een leverancier van houtconstructies, die vertelde dat veel architecten en constructeurs op tekening nog steeds houtmaten voor zaaghout vermelden. We hebben het dan over kopmaten, lengte en houtkwaliteit.

Kopmaten

Bij de kopmaten geven zij ruwe maten op, terwijl ze geschaafd hout willen toepassen. Dergelijke architecten en constructeurs hebben geen idee dat met de ruwe maten gezaagd hout wordt bedoeld, waar nog pakweg 6 mm schaafverlies vanaf moet worden getrokken.

Om toch de juiste maten te krijgen kiest de leverancier dan grotere afmetingen, die op maat worden geschaafd. Zonde van het materiaal. Ook bestaat, gezien de opgegeven lengtematen, het idee dat bomen tot in de hemel groeien. In de praktijk houdt het bij 5 à 6 meter wel een beetje op.

Sterkteklasse

En dan de sterkteklasse. Sommige constructeurs kiezen voor C24 in plaats van C18, terwijl die laatste klasse in de meeste situaties uitstekend voldoet. Veelal is de stijfheid maatgevend voor de afmetingen. Het vaak gebruikte argument is ‘het staat toch in de tabellen, dus het is leverbaar’.

Zélfs bij professionals is de materiaal- en profielkennis blijkbaar onvoldoende. Zij moeten zich realiseren dat van de honderd balken, er misschien tien van klasse C24 zijn. De rest valt in C18 – en die klasse moet uiteindelijk eveneens verkocht worden.

Ook gebeurt het dat er voor een constructie in eiken de sterkteklasse C24 wordt opgegeven, omdat de eigenschappen goed passen bij de gekozen dimensies. C24 is echter een sterkteklasse voor naaldhout (C staat voor coniferous). Voor loofhout, zoals eiken, gelden juist de waarden in de D-klasse (D staat voor deciduous = bladvallend).

Houtafmetingen

Bovendien loopt het bij de gekozen houtafmetingen regelmatig niet helemaal lekker. Bij de berekening van de krachtverdeling in constructies, en de daaraan gekoppelde dimensionering, hanteert de constructeur vaak houtafmetingen die voldoen zonder over-dimensionering. Deze maatvoering komt te staan op de tekening. Op basis hiervan worden de bouwkundige details uitgewerkt en de offertes uitgebracht.

Na de aanbesteding moet een deelconstructeur (gespecialiseerd in houtconstructies) de verbindingen dimensioneren. Bij verbindingen in houtconstructies wordt bijna altijd materiaal verwijderd, anders kunnen de verbindingen niet worden gemaakt.

Dus op de plaats waar de grootste krachten optreden, worden verzwakkingen aangebracht. Dan blijken opeens de houtafmetingen niet meer te voldoen en moeten ze worden aangepast. Veel werk wordt noodgedwongen opnieuw gedaan – met de nodige meerwerkkosten.

Het is paradoxaal. Hout is aan de ene kant een materiaal, waarvan iedereen het gevoel heeft dat hij/zij er verstand van heeft. Aan de andere kant is het ontwerpen en berekenen van houtconstructies een vak dat deskundigheid vereist.

Splinter

Deze opinierubriek wordt geschreven door een selecte en gevarieerde groep vaklieden in de houtsector.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld of Het Houtblad. Abonneer