De Stoomhoutzagerij Wilpsche Dijk krijgt stilaan meer kleur op de wangen. Ruim tien jaar geleden begon de renovatie van dit stukje industrieel erfgoed op de grens van Twello met Deventer. De inbedrijfstelling van de ruim honderd jaar oude stoomketel, begin 2027, zal een voorlopig sluitstuk zijn van de renovatie. ‘Het woord museum willen we vermijden. Wij noemen het levend industrieel erfgoed. Hier wordt nog echt geproduceerd.’
Door: Tijdo van der Zee
Zoals dat vaak gaat met bouw- en renovatieprojecten: lang lijkt er weinig te gebeuren, maar dan ineens worden alle veranderingen zichtbaar. Zo ging het ook bij de stoomhoutzagerij in Wilp. Stichting Stoomhoutzagerij Wilpsche Dijk kocht de zagerij in 2015. ‘De eerste jaren was het schoffelen en harken van het buitenterrein en het opruimen van rommel. Driehonderd kuub troep hebben we afgevoerd’, zegt communicatiemedewerker Erik Bellert. De machines die tevoorschijn kwamen, bleken, hoewel zo’n honderd jaar oud, de tand des tijds wonderwel te hebben doorstaan. ‘We hebben de machines ontroest, geolied en er nieuwe zaagbladen op gezet.’ Dik vijf jaar geleden startte de productie op: tafelbladen, picknicktafels, snijplanken, serveerplanken, vogelhuisjes en vleermuisverblijven.

Stoomketelhuis
Ondertussen kon je over de naastgelegen dijk fietsen, zonder dat goed opviel wat er allemaal gaande was, vier meter lager. Maar met de renovatie van het stoomketelhuis, en de plaatsing van de Duitse Wolf-stoommachine uit 1901 die de 140 jaar oude raamzaag aan gaat drijven, werd voor iedereen duidelijk dat er iets moois aan het gebeuren is. Een oude derrick kraan (laadboom) werd zorgvuldig gerestaureerd en gaat straks boomstammen takelen op een bomenschans – of hellingbaan – , waarna de stammen het gebouw binnen getrokken worden, en vervolgens door de meerbladige raamzaag in planken worden gezaagd. ‘Ook die schans komt van elders. Hij is afkomstig van het voormalig postsorteercentrum in Zwolle’, zegt Bellert.

De stichting kocht de stoommachine in 2020 en een team vrijwilligers verrichtte de restauratie in een nabijgelegen bedrijfshal. Afgelopen winter werd de 13 ton wegende stoommachine met een kraan het stoomgebouw ingehesen. Bellert: ‘De machine gaat via een as met poelies en riemen niet alleen de verticale raamzaag aandrijven. Met een centraal assenstelsel krijgen alle zagen een aansluiting, evenals de machines in de smederij.’ Hoewel de stoommachine straks volledig functioneel wordt, is het de verwachting dat hij alleen draait bij evenementen. Normale bedrijfsvoering zal gebeuren met een elektrische aandrijfmotor. ‘Het is nogal een werk om een stoomketel draaiende te krijgen. Het is niet een kwestie van op een knopje drukken en gaan.’

Winkel, huur en recreatie inkomsten
De stichting is een ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling) en heeft geen winstoogmerk. Desalniettemin moeten er inkomsten gerealiseerd worden om de kosten te kunnen dekken. Bellert: ‘We moeten onszelf kunnen bedruipen.’ Los van een mooie eenmalige subsidie van een half miljoen euro van provincie Gelderland, zijn er geen structurele inkomsten uit subsidies. Dus moeten die inkomsten uit de exploitatie komen.
Bellert: ‘We steunen hierbij op drie pijlers: de verkoop van producten uit de houtzagerij, de huurinkomsten van de ateliers met kleine ambachtsbedrijven en opbrengsten uit rondleidingen en evenementen.’ Het terrein naast de zagerij was voorheen van Intratuin, maar nadat die verhuisde naar Deventer, kocht de stichting het op en maakte een bouwplan. ‘Met de bouw en verkoop of verhuur van een dertigtal woningen en een nieuw ateliergebouw voor tien à vijftien bedrijfjes hebben we straks een extra inkomstenbron.’
Die ontwikkeling kan echter pas van start als het college van Burgemeester en Wethouders instemt met het stedenbouwkundig plan. Op verzoek van de gemeente paste de stichting dit al enkele malen aan. ‘Maar daar zit een limiet aan natuurlijk. Het maken van deze plannen kost veel geld. Het zou mooi zijn als binnenkort de gemeente een knoop doorhakt en ons groen licht geeft.
Houtspotters zorgen voor beschikbaarheid
De houtzagerij werkt niet op volle toeren. Jaarlijks levert Stoomhoutzagerij Wilpsche Dijk zo’n vijftig tafelbladen af. Bellert: ‘Wij produceren op de snelheid die past bij wat de vrijwilligers aankunnen. Sommige bladen zijn in onze winkel direct te koop, andere maken we op bestelling.’ De boomstammen komen alle uit de omgeving, binnen vijftig kilometer rond Twello. Aanvoer van hout is belangrijk, maar de houtzagerij is afhankelijk van de beschikbaarheid. ‘We hebben actieve ‘houtspotters’. Je moet er op tijd bij zijn, want anders gaat iemand anders er met de buit vandoor.’ Interesse is er uit de meubelindustrie. ‘Voor een mooie eik met vier à vijf meter zaaghout zonder noesten legt men zo 900 euro per kuub neer.’ Daar kan de stichting niet tegenop. Aan de andere kant is er de vezelindustrie. ‘Die zijn minder kieskeurig als het op kwaliteit aankomt en betaalt dan ook een stuk minder, zo’n veertig euro per kuub.’

Stam met draairing
Als voorbeeld noemt Bellert een omgevallen beuk in Olst. Die kon de stichting ophalen zonder bang te zijn dat meubelmakers de stichting voor zijn. ‘Kijk, er zit een draaiing in de stam, van wel 90 graden. Die is zo gegroeid doordat ie altijd vol in de wind stond. Meubelmakers kunnen hier niks mee, omdat het hout later gaat ‘terugdraaien’. Maar wij kunnen het door het op de juiste manier te drogen prima gebruiken voor een tafelblad.’
Drogen van het hout gebeurt eerst buiten. ‘Beuk droogt buiten ongeveer een jaar. Daarna komt er ‘slaap’ in, het voorstadium van verrotting. Dat geeft een mooie tekening in het hout. Maar je moet oppassen, want wacht je iets langer, dan treedt er echt rot op en kan je de stam niet meer gebruiken.’ Zoiets is natuurlijk niet leuk, maar niet ondenkbaar, want met een vrijwilligersorganisatie is een strakke planning lastig haalbaar. ‘Dan belandt de stam in de “ecowal”. Goed voor de biodiversiteit.’

Na het drogen buiten wordt het hout gezaagd, waarna het in de recent aangeschafte droogkamer verder droogt tot het gewenste vochtgehalte. ‘Daar zitten volop sensoren in die het droogproces monitoren. We zijn dan wel ambachtelijk, maar we gaan wel degelijk met onze tijd mee.’ Dat bewijst overigens ook de computergestuurde CNC-machine die op de eerste verdieping werd opgesteld en die elk gewenst patroon in het hout kan zagen. ‘Niet nieuw, wederom, maar gekocht van een bedrijf dat ermee stopte.’
Touringcars met bezoekers
Naast de zagerij zijn de twee andere pijlers net zo belangrijk. Rondleidingen, evenementen, bedrijfsuitjes in combinatie met een rondleiding en lunch of diner: alles kan geregeld worden. ‘Bij de locatie waar onze boomstammen drogen, aan de overzijde van de dijk, zijn we nu bezig met verharding van het terrein om bussen te laten parkeren.’ Op dit moment gaat het om vele honderden bezoekers per jaar.
Maar de ambitie is om dat aantal te laten groeien tot duizenden. ‘We hebben natuurlijk een museale functie. En genoeg mensen komen hier kijken vanuit nostalgische overwegingen. Toch willen we ons niet te nadrukkelijk profileren als museum. Levend museum wellicht, maar toch vooral als een plek die op de toekomst gericht is, met respect voor het verleden. Daarom steken we ook veel tijd in het betrekken van de jeugd.’ Dat is echter geen sinecure, bevestigt Bellert. ‘Vijf minuten zijn ze geïnteresseerd, dan gaat hun aandacht weer naar dat schermpje.’
Meer foto’s van zagerij Wilpsche Dijk
(klik op de foto voor een vergroting, tekst gaat veder onder de beelden)








De derde pijler zijn de ateliers. Bellert: ‘Dat levert huurinkomsten op. Wij willen graag ambachtelijke bedrijven aantrekken. Het zorgt voor een bredere uitstraling in onze gemeente.’ Het houtskelet voor het nieuwe ateliergebouw is al aangeschaft. Het is wachten op groen licht van de gemeente tot dit opgebouwd kan worden.
Tachtig vrijwilligers
Belangrijker dan al het bovengenoemde zijn de mensen die het bedrijf bestieren, vindt Bellert. De dik tachtig vrijwilligers. De eerste vrijwilliger meldde zichzelf: hij zag de potentie van de plek en wilde graag meehelpen om de stoomhoutzagerij in ere te herstellen. ‘En toen is eigenlijk pas het idee ontstaan om deze organisatie met vrijwilligers op te zetten.’ Dat het er nu tachtig zijn, die zich met hart en ziel inzetten voor de stoomhoutzagerij, is prachtig, vindt Bellert. ‘Na de coronacrisis, toen de vrijwilligers hier weer echt aan het werk konden, bloeiden velen weer helemaal op. Die sociale functie, dat is voor ons het allerbelangrijkste.’
Foto’s: Tijdo van der Zee & Stoomhoutzagerij Wilpsche Dijk
Lees ook
Nieuwsupdate Houtwereld
Wil je elke donderdag gratis het laatste nieuws uit de branche in je mailbox? Schrijf je dan nu in voor de Houtwereld e-mail nieuwsbrief. Dan weet je zeker dat je op de hoogte blijft van productinnovaties, overnames, de cao en ander branchenieuws. Al ruim 4.500 collega’s gingen je voor.


