Het ziekteverzuim onder werknemers was in het tweede kwartaal van 2023 in totaal 5,0 procent. Dat wil zeggen dat 50 van de duizend te werken dagen werden verzuimd wegens ziekte. In de handel (SBI code 46) lag het verzuim in het eerste kwartaal van 2023 op 4,9 procent en in het tweede kwartaal op 4,3 procent. Lager dan het landelijk gemiddelde.
Net als in het eerste kwartaal van dit jaar was het verzuim in alle branches lager dan een jaar eerder. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS. In de handel bedroeg het verzuim in het tweede kwartaal van 2023 4,5 procent, in diezelfde periode een jaar eerder lag het op 5,0 procent.
Omdat het ziekteverzuim een seizoenseffect kent (’s winters wordt er meer verzuimd dan in de zomer), worden cijfers niet vergeleken met opeenvolgende kwartalen, maar met dezelfde kwartalen in voorgaande jaren.
Van 2016 tot en met 2022 was in elk tweede kwartaal het landelijk ziekteverzuim hoger dan een jaar eerder. Vorig jaar ging het nog om 5,4 procent, voor het tweede kwartaal het hoogste percentage in de reeks vanaf 1996. In 2023 is er dus, na zeven jaar van oplopende percentages, een omslag, net als in het eerste kwartaal.
In de handel bedroeg het ziekteverzuim over heel 2020 4,4 procent, een jaar later was dat precies gelijk en over heel 2022 bedroeg het verzuim 4,9 procent.
Verzuim in meeste bedrijfstakken lager
In de meeste bedrijfstakken lag het ziekteverzuim in 2023 lager dan in 2022. Alleen bij de delfstoffenwinning nam het ziekteverzuimpercentage toe van 4,1 naar 4,6. Het minst werd er verzuimd in de financiële dienstverlening (3,1 procent). Opnieuw lag het verzuim het hoogst in de gezondheids- en welzijnszorg (7,0 procent). Maar ook in deze bedrijfstak werd minder verzuimd dan in 2022 (7,5 procent).