Belgen de variatie, Nederlanders de efficiency

Belgen de variatie, Nederlanders de efficiency featured image

België en Nederland delen een liefde voor hout. Zo staan beide Lage landen in de mondiale top van hout importerende landen. De overeenkomsten in de houtsector zijn evident maar er zijn, desgevraagd aan vier Belgische houtprofessionals, zeker grote verschillen. ‘Nederland loopt voorop met mooie grote houten constructies in een gedurfde bouwstijl.’

The Observatory of Economic Complexity (OEC), een open source met economische data van het Amerikaanse Massachusetts Institute of Technology, laat er geen twijfel over bestaan. In een overzicht van importeurs van hout en houtproducten uit 2022, staan Nederland en België gebroederlijk naast elkaar op plaats 7 en 8 in de internationale ranglijst. Nederland kwam volgens de OEC op 5,8 miljard dollar uit, België importeerde voor iets meer dan 4 miljard dollar. Beide landen namen respectievelijk 3,08 procent en 2,14 procent van het wereldtotaal in. Daarmee laten ze Europese landen als Spanje, Polen en Denemarken ver achter zich. En dan zijn er natuurlijk de voor hand liggende overeenkomsten, zoals de taal en de aanwezigheid van twee essentiële havens, al is Antwerpen in vergelijking met Rotterdam een echte houthaven.

Daar houden de overeenkomsten in grote lijnen op. Het bedrijfsmatig houtlandschap bijvoorbeeld, dat ziet er in België anders uit dan in Nederland. De Belgische houtprofessionals die Houtwereld sprak, stippen allemaal de familiale structuur aan.  ‘Alle grote Belgische houtimporteurs- en producenten zijn familiebedrijven’, zegt Mike Lemahieu, eigenaar en directeur van de Lemahieu Group. ‘Dat is iets wat je bij ons veel meer ziet dan in Nederland, waar veel familiebedrijven reeds zijn overgenomen en gefuseerd. Wij kennen ook de verticale integratie, waarbij een bedrijf zoveel mogelijk onderdelen van de keten zelf uitvoert, nog niet echt. Hier werken we langs de klassieke lijn, waar elke gespecialiseerde partij een deel van het proces op zich neemt. We hebben ook nog de pure houthandel in België.’

Hogere marges

Het verschil in benadering uit zich in het productaanbod. Nederland levert veel meer afgewerkte producten af en past meer gevingerlaste, gelamineerde en gelijmde producten toe. Ook een kwalitatief productcertificaat als KOMO is tot nu toe ongekend in België. Anderzijds beschikken Zuiderburen over grotere voorraden en een ruime variatie aan houtsoorten. ‘Nederland normeert alles veel meer, terwijl het in België allemaal wat losser is qua regeltjes’, geeft Vandecasteele Houtimport bij monde van inkoopmanager Dirk Debussche aan. ‘Daardoor moet de Belgische handelaar investeren in grotere voorraden met meer verscheidenheid en is de rotatie lager, waardoor een betere marge noodzakelijk is.’

Ook Patrick Gitsels, commercieel manager bij Callens African Woods, ziet standaardisering en optimalisering in Nederland voorop staan. ‘Uit overwegingen van efficiency kopen Nederlandse klanten graag bij voorraadhoudende Belgische importeurs in. Wij kijken eerder naar hogere marges bij verkoop. Sommige Nederlandse bedrijven nemen genoegen met lagere marges, maar hebben jaarlijks meer rotaties, zodat ze uiteindelijk een gelijk percentage behalen. Het zijn meer handelingen, maar daarentegen is een groot magazijn niet nodig.’

Luxere houtsoorten

Kijkend naar tropisch hardhout, is het gamma aan soorten in Nederland volgens Patrick Gitsels vrij beperkt. Het vaste assortiment behelst vaak meranti en bankirai uit Maleisië en Indonesië en sapeli en azobé uit West-Afrika, terwijl de Belgen uitweiden met luxere houtsoorten als padoek en afrormosia. Gitsels: ‘Het moet voor Nederlandse bedrijven in de GWW-sector bijvoorbeeld azobé zijn, want de kwaliteiten van die soort zijn bekend. Voor een alternatief als okan staat men dan minder open. Daarnaast heeft de vaste keuze voor houtsoorten ongetwijfeld met de uniforme woningbouwwijze in Nederland te maken. België kenmerkt zich door een grote variatie aan bouwstijlen, dan is een uitstap naar een andere houtsoort sneller gemaakt.’

Meranti, merbau en afzelia doussié waren volgens Dirk Debussche voorheen de meest gebruikte houtsoorten voor buitenschrijnwerk in België, omdat ze nu eenmaal geïmporteerd werden. Daarna ontstond in het hogere segment een voorliefde voor kleurloze toepassing met duurdere hardhoutsoorten als padoek en afrormosia. ‘De laatste jaren worden wel steeds meer verlijmde raamproducten verwerkt en daarvoor gebruikt de Belg voornamelijk sipo en sapeli omwille van de hoge kwaliteit in vergelijking met meranti, zoals hogere densiteit, minder spint en geen pinholes.’

Nog altijd zijn padoek en afrormosia geliefde gevelbekleders in België. Ayous en fraké hebben als soorten die geschikt zijn voor thermische behandeling western red cedar deels verdreven. In zachthout kiezen Belgen eerder voor grenen dan voor de Nederlandse favoriet vuren en voor terrassen zijn in België naast padoek en bankirai, de Zuid-Amerikaanse soorten ipé, massaranduba, cumaru en inmiddels ook jatoba populair.

Debussche: ‘Daarbij moeten we opmerken dat de Cites-notering van afzelia doussié, padoek, ipé en cumaru er vanwege de moeilijkere beschikbaarheid voor zal zorgen dat de Belg stilaan toch gaat uitkijken naar nieuwe houtsoorten. We staan onze klanten dan ook bij met technisch advies en de beschikbare voorraad in lesser known timber species.’

Direct en prijsbewust

Hoe staat het met het verschil in wijze van zakendoen? Stuit de bekende en in zuidelijke landen soms als lomp ervaren Nederlandse directheid de Belgische collega’s niet tegen de borst? De vier Belgische houtpro’s storen zich er absoluut niet aan. Integendeel. ‘Ik ben zelf direct, dus dat is geen enkel probleem’, stelt Mike Lemahieu. ‘Het praat ook makkelijk met ceo Dave van der Werff van onze Nederlandse tak JenoWood, want ook hij is recht voor zijn raap. Overigens is het prettig om als Belgisch bedrijf rechtsreeks op de Nederlandse markt aanwezig te zijn, dat werkt voor ons prima.’

Nog een cliché, maar clichés bevatten altijd een kern van waarheid: Nederlandse consumenten zijn ook als het op hout aankomt prijsbewuster. Dat wil niet zeggen dat Nederlanders geen kwaliteit wensen, zo benadrukken de Belgische deskundigen, maar ze laten de prijs in het totaalplaatje zwaarder wegen. Debussche: ‘Voor de Belg moet het allemaal langer meegaan, want die is honkvast. Een verbouwing is voor de rest van zijn leven. Een Nederlander daarentegen verhuist makkelijker en wil daarom minder uitgeven en wel wat toegeven op kwaliteit.’

Eikenland

Heidi Carpentier, directeur en eigenaar van Carpentier Hardwood Solutions, kent de Nederlandse prijsbenadering vanuit de eikenmarkt en andere duurzame houtsoorten zoals thermisch behandeld essen, naaldhout en bamboe. Voorheen ging het om eikenhout voor meubels en trappen, in de jaren ‘90 meer om parket. Die markt is de laatste jaren flink geslonken door de import van kant-en-klaar parket. ‘Eiken is een relatief dure houtsoort en wordt om die reden meer in België verkocht dan in Nederland. België is wat meer een eikenland. De trappen mogen bij ons ook wat massiever zijn.’

Ook voor reclaimed hout en bijvoorbeeld barnwood betalen Belgen naar ervaring van Heidi Carpentier iets makkelijker een hogere prijs. ‘Barnwood is niet goedkoop, maar in Nederland leeft nog een beetje het idee dat het om sloophout gaat en derhalve een lager prijskaartje hoort te dragen.’

In het luxe segment kiezen zowel Belgen als Nederlanders vaak voor gevelbekleding, bekleding van hun bijgebouw, poort en plafond voor het mooie maar relatief dure thermisch behandeld essen of thermisch behandeld Clear Pine. Carpentier: ‘De Nederlandse architectuur is de laatste jaren in een stroomversnelling geraakt. Jullie hebben daar een inhaalslag gemaakt ten opzichte van ons. In Nederland komen inmiddels houten prachtprojecten tot stand. Wij zien dan ook veel groeipotentie in Nederland.’

Carpentier leverde een bijdrage aan project Switi in Amsterdam Zuidoost, een complex met 220 eengezinswoningen en appartementen opgebouwd uit hout en bamboe. Switi bevindt zich naast het Nelson Mandelapark, de plek waar de gemeente Amsterdam meer dan 700 houten woningen wil realiseren. Ook Lemahieu Group droeg bij aan een houtbouwproject in Nederland. Het bedrijf verzorgde de thermische bewerking van het herbruikbaar hout van CirQ Wood, dat voor de gevels van een appartementengebouw aan de Spieghelstraat in Alkmaar is gebruikt.

Hoewel nog altijd bescheiden in Nederland – in 2022 maakte houtbouw 2,3 procent van het totaal uit, zo berekende gespecialiseerd onderzoeksbureau Buildsight – vinden de Belgische experts dat Nederland met houtbouw voorop loopt ten opzichte van België. ‘Wij worden met een baksteen in de maag geboren, maar jullie zijn toch nog iets meer een houtland’, reageert Patrick Gitsels. ‘De optimalisering van processen in Nederland, oog voor functionaliteit, vaste maatvoeringen en uniforme bouw zijn bij houtbouw natuurlijk voordelen.’

Dirk Debussche: ‘Nederland loopt voorop met mooie grote houten constructies in een gedurfde bouwstijl. Ook met grotere projecten waar nieuwe materialen als CLT worden toegepast. Belgen zoeken vooral naar hoge kwaliteit, maar de bouwmethodes blijven traditioneler. In Nederland is men ook wat verder met toepassingen voor thermomodificatie, al is België aan het inhalen.’

Carpentier Hardwood Solutions, dat over een eigen hsb-fabriek beschikt, zet in op duurzaamheid en circulariteit. Volgens Heidi Carpentier is er op dat gebied in België nog een wereld te winnen. ‘Nederland heeft bedrijven als Barli, De Groot Vroomshoop en Heijmans, grote namen in houtbouw en modulaire constructies. Wij kennen zulke bedrijven nog niet.’

Over het algemeen is de Nederlandse houtsector iets verder met duurzaamheid, geven de Belgische interviewkandidaten aan. Dat geldt zowel voor de toepassing van – brandvertragend – hout en bamboe in woningen en commercieel vastgoed als de vraag naar FSC- en PEFC gecertificeerd hout. Toch zullen beide landen elkaar uiteindelijk op hetzelfde punt treffen. ‘Kijk alleen al naar anti-ontbossingswet EUDR’, zegt Gitsels. ‘Het vergt van beide landen steeds meer duurzaamheidsinspanningen om hout te kunnen importeren.’ Mike Lemahieu: ‘We zullen allemaal aan het Europees streven om de CO2-uitstoot terug te dringen moeten voldoen. Dat biedt kansen voor onze sector met houtbouw. Thermowood gaat daar naar mijn inzicht een belangrijke rol in vervullen.’

Trends in België

Naast een toename van houtbouw in beide landen en een prominente rol voor brandveiligheid met thermisch behandeld hout, voorspellen de kenners ook voor België een groeiende belangstelling in FSC- en PEFC-hout. Hernieuwde belangstelling voor houten wand- en plafondbekleding en kleurloze afwerking worden genoemd. En de verdere evolutie van ruw hout naar afgewerkte producten -geschaafd, gebeitst, geborsteld- en lagere voorraden in hardhout bij houthandels. Ten slotte zien de experts ook steeds meer aandacht voor ecologisch bouwen, waarbij het hele proces van ontwerp en materiaalgebruik tot bouw en hergebruik na sloop, is gericht op een lage CO2-footprint en weinig tot geen verspilling van grondstoffen.

Mis niets meer met Houtwereld in print of digitaal

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Word nu abonnee van Houtwereld.  Abonneer